Blog Image

LIA VAN GOOL

COLUMN VAN LIA VAN GOOL

Zij neemt de lezer mee in haar wereld van werkelijkheid en menselijkheid. Zij zal het zijn die de lezer een stuk vitamine voor het hart geeft en diezelfde lezer een blik gunt in het Dongense zoals Lia dat ziet. Gevarieerd en soms scherp ,maar altijd vanuit een positieve blik op de wereld van ons allen.

De redactie van deze krant wenst de lezer hierbij veel genoegen en leesplezier

IJsterreur

Uncategorised Posted on vr, juni 11, 2021 13:40

Begrijp me goed, ik heb géén hekel aan de ijssalon ‘bij ons aan de overkant’. Integendeel zelfs, het ijs is heerlijk en ik houd écht van ijs. Ik heb mezelf echter de beperking opgelegd dat ik maar één keer per week een ijsje mag gaan halen, anders wordt het echt te gek.

Wat soms ook te gek is, is het gedrag van de mensen die een ijsje komen halen, vooral in deze tijd. Het lijkt erop alsof onze hele straat (of in ieder geval het stukje waar wij wonen) wordt ‘bezet’ door mensen die een ijsje willen eten. Als het zonnetje maar even schijnt, begint het al: fietsers, wandelaars, automobilisten: iedereen wil een ijsje en iedereen wil dat ijsje halen ‘bij ons aan de overkant’. Het is natuurlijk ook heerlijk, zo’n vers gemaakt ijsje, een hoorntje of een bakje met een gezellig gekleurd lepeltje, genieten!

..lekker ijsje ….

Vorig jaar waren er maatregelen van kracht. De eigenaar van de ijssalon heeft er alles aan gedaan om die maatregelen te handhaven. Er stonden hekken, waardoor er een soort Efteling-effect ontstond: lange rijen mensen die, met inachtneming van de 1,5 meter afstand (dat was tenminste de bedoeling) toch een ijsje konden halen. Tot mijn verbazing werden die hekken regelmatig omzeild. Waarom zou ik in de rij gaan staan en de aangegeven route volgen, als ik ook over het hek heen kan stappen, het hek opzij kan zetten of tegen de aangegeven richting in kan lopen? Dat gebeurde dus regelmatig. Ook de bankjes, die met rood lint afgezet waren en waar teksten op stonden dat je niet op de bankjes mocht gaan zitten, werden regelmatig gebruikt. Hoezo je aan de regels houden? Dan kun je als eigenaar van een zaak wel van alles doen om alle maatregelen goed uit te voeren, als mensen zich niet aan de regels houden, dan houdt het op, toch?

Wat dan weer wel vreemd was, dat de bankjes van de gemeente, naast het terras, op een gegeven moment wél gebruikt mocht worden. Het gevolg: op die bankjes was het zó druk, dat die een hele dag bezet waren. Het afval werd niet in de afvalbak bij de ijssalon gegooid, maar in de afvalbak van de gemeente. Die was dan weer zó vol dat je die niet meer kon gebruiken om ander afval (zoals bijvoorbeeld poepzakjes) in te gooien.

Het ijsseizoen van vorig jaar was in oktober voorbij (zoals elk jaar trouwens) en in maart van dit jaar begon het weer. Een paar dagen was het mooi weer en een paar dagen was ons huis bijna onbereikbaar! Wij moesten er rekening mee houden dat wij op de mooie dagen niet met de auto weg gingen, want dan was er geen parkeerruimte meer. Ook gebeurt het regelmatig dat auto’s de inrit van de zaak naast ons blokkeren. En Hans zegt daar dan wat van. De reactie is vaak ‘we hoeven maar even een ijsje te halen’. Als iedereen dat doet op een drukke dag, blijft de inrit een hele dag bezet en heeft Hans er een dagtaak aan!

Ons huis leek bijna een bezienswaardigheid. Mensen die een ijsje gingen halen, gebruikten onze stoep als zitplaats. Daar is natuurlijk niks mis mee. Maar het gebeurde regelmatig dat ik niet eens meer met Iwan op die stoep kon lopen, omdat er mensen zaten. En dacht je dat die opzij gingen als ik met de hond aankwam? Nee hoor! Ik liep toch maar stug door, want ik was op 2 meter van onze voordeur. Dan hoorde ik weer gemopper of ik kreeg een boze blik. Pfff, ik was blij dat ik alle obstakels omzeild had en weer thuis was.

Eenmaal thuis was de terreur (ik weet even niet hoe ik het anders moet noemen, het voelt een beetje als terreur, sorry….) nog niet voorbij. Mensen staan, met een ijsje in hun hand, bij ons voor het raam dat ijsje op te eten. Natuurlijk mag dat, maar niet met het gezicht naar ons raam toe, naar binnenkijkend. Wij zitten er niet op te wachten dat iedereen bij ons naar binnen staat te gluren. Oké, wij hebben geen gordijnen voor de ramen hangen (die zijn er wel, maar die doen we bijna nooit dicht), maar dat wil niet zeggen dat ons raam een soort etalage is. Maar, vriendelijk als we zijn, we zwaaien soms wel naar de mensen, hoor. Er zijn echter tijden bij, dat ik de ramen wel dicht zou willen spijkeren, om de stroom bezoekers aan de ijssalon niet te hoeven zien.

En dan de ijscokar, met bel, die op het terras staat. Dat is een attractie voor de kinderen, die vinden het geweldig om die bel te gebruiken. De hele dag zijn er wel kinderen die dat doen. Ik kan me voorstellen dat zij dat geweldig vinden. Ik vind het wel eens prettig als die bel niet gebruikt wordt, als ik geen lawaai hoor van de ijssalon. Want, daar heb je eigenlijk niet zo’n erg in: wat maken mensen toch een lawaai als ze in groepjes bij elkaar zijn…..!

Zo, dat moest ik even kwijt, even zeuren over de ‘ijsterreur’. Nu ben ik het kwijt. Enne…..

Het heeft ook voordelen, zo’n ijssalon vlakbij. Het is in de zomer altijd gezellig in de straat. Dat is dan weer de andere kant. Altijd zijn er mensen, je ziet wat de laatste mode is, je ziet welke ijsjes ‘in de mode’ zijn, je ziet hele gezinnen, jong en oud, genieten van een ijsje. Dat dan weer wel. En als het seizoen voorbij is, zo in oktober, wordt het stil op straat. In die tijd wordt het ook weer eerder donker en dan zie je alleen de donkere muur van de ijssalon. En je bedenkt dat het weer bijna winter is.

Gelukkig is het nu nog niet zover. De zon schijnt elke dag en elke dag is het druk. Soms zie je mensen met de meest vreemde en mooie voertuigen naar de ijssalon komen. Als je van mooie en bijzondere auto’s houdt, is het ook weer geen straf, dat mooie weer. Je ziet prachtige cabrio’s, hele kleine autootjes, zulke grote auto’s die banden hebben, waar onze auto bijna in past (auto’s die dan weer geen parkeerplaats kunnen vinden omdat de auto te groot is), fietsen in allerlei soorten en maten, Lijn 11, tractoren, scootmobielen, kinderwagens, noem maar op. Alles wat ‘in’ is, komt voorbij. En zo af en toe komen er zelfs mensen met paarden ijs halen. Het paard wordt dan zomaar even op de stoep ‘geparkeerd’. En dat is dan weer bijzonder om te zien.

Op het moment dat ik dit schrijf, is het nog vroeg, de ijssalon is net open en er staat nog geen rij. De eerste ijs-eters zijn al wel geweest. Het zal komend weekeinde wel anders worden, denk ik. De rijen zullen er weer staan, vanaf de ingang van de ijssalon, tot aan de Tramstraat.

Voor alle mensen die dit weekeinde een ijsje gaan halen: geniet ervan! Ik blijf dit weekeinde even weg bij de ijssalon, want ik weiger in de rij te gaan staan!

Geniet van het mooie weer, geniet ervan dat je weer op een terrasje kan gaan zitten. Geniet van het ijs en vergeet mijn gezeur over de ijsterreur!

LIA VAN GOOL



Een gele kabel en eten van de buurjongen

REALITEIT Posted on ma, april 19, 2021 16:35

Een tijdje geleden kreeg ik een mailtje, met daarin de melding dat mijn pakketje de volgende dag geleverd zou worden. Pakketje? Ik heb helemaal geen pakketje besteld, bedacht ik. De track & trace-link heb ik daarom maar niet geopend. Toch bleef ik het vreemd vinden, die mail. Afwachten dus maar.

De volgende dag lag er een envelop in de brievenbus, mijn pakketje hoefde dus niet bezorgd te worden, maar paste gewoon in de brievenbus. Het zat in zo’n envelop met van die plastic bubbeltjes, je kent dat wel. In de envelop een plastic zakje met een knalgele kabel. Op het zakje een etiketje met de mededeling ‘deze kabel is ter vervanging van de rode kabel’. Mmmmmm….wat? Hoezo rode kabel, waar en hoe? Geen idee. Uiteindelijk zagen Hans en ik dat de envelop van KPN kwam. En die firma had nog niet zo lang geleden een glasvezelkabel bij ons aangelegd. Zou die gele kabel daar iets mee te maken hebben? Hans belde toch maar even de klantenservice. Een uiterst vriendelijke jongeman vroeg onze gegevens en kon in het systeem zien dat de bestelde apparatuur binnenkort geleverd zou worden. Maar…..wij hebben niks besteld! Wij kregen een gele kabel thuis waar we niks mee konden. De klantenservicemedewerker kon in ‘het systeem’ ook niets vinden over een gele kabel. Goed, het gesprek op een gegeven moment maar beëindigd. Een paar dagen later kreeg ik een mailtje met daarin de bevestiging van mijn afspraak met ‘de monteur’. Natuurlijk, ook van KPN. Geen idee, want ik hád helemaal geen afspraak met een monteur gemaakt. Nu belde ik met de klantenservice en ik kreeg een uiterst vriendelijke dame aan de lijn (of zeg je dat tegenwoordig niet meer met al die draadloze telefoontoestellen en mobieltjes, geen idee eigenlijk?).

Hoe dan ook, ik legde mijn probleem uit. Het bleek dat de gele kabel én de monteur bij elkaar hoorden. Ik bedacht ineens dat degenen die de glasvezelkabel aangelegd hadden, wel heel aardig waren als ik de hond uitliet, maar geen woord Nederlands spraken (behalve dan ‘hallo, goedemiddag’ en dat soort woordjes). Dus, ik vraag aan degene die ik aan de telefoon had, of er wel een Nederlandssprekende monteur zou komen. Toen ik de vraag had gesteld, besefte ik al dat dat best wel stom klonk. Dat heb ik ook aangegeven, uitgelegd dat het mij niet uitmaakte of er een Nederlandse monteur of iemand met een andere nationaliteit zou komen, als degene die aan de deur kwam, maar Nederlands zou spreken. Ik wilde echt niet overkomen als iemand die discrimineerde…..Gelukkig pakte de dame het goed op, ze moest lachen om mijn uitleg en mijn opmerking dat ik echt niet wilde discrimineren en dat ik zelf vond dat het best stom klonk, die vraag of er wel iemand aan de deur zou komen die Nederlands sprak. Pfff, ik was gewoon blij dat ik dat gesprek achter de rug had. Met een lach in haar stem hing de dame op, bevestigend dat er in ieder geval een Nederlandssprekende monteur aan de deur zou komen. Wat een opluchting.

De volgende dag kwam de monteur aan de deur. Keurig in een jasje van KPN. En weet je? Hij sprak ook nog Nederlands. Bovendien was de klus snel geklaard en ook toen de monteur weg was, werkte alles nog!

Na dit verhaal moet ik nog iets kwijt dat er eigenlijk niets mee te maken heeft, maar dat wel met bezorgen te maken heeft.

Het was vrijdagavond en Hans en ik waren boven televisie aan het kijken toen de bel ging. Wie zou dat nou weer zijn? Wij verwachtten niemand meer op dat tijdstip, hoewel het nog niet zo laat was. Ik naar beneden. Voorzichtig deed ik de bovendeur open, er stond een jongetje van Thuisbezorgd.nl aan de deur met een plastic tasje, waar eten in zat. De jongen vertelde dat het de bestelling voor de buren was. En dat er op de deur een briefje hing, waarop stond dat pakketjes bij de buren afgeleverd moesten worden. Oké…..? Pakketjes kan ik me voorstellen, maar eten??? Het bleek dat de jongen de bel niet kon vinden. Ik dacht, nou vooruit, dan loop ik wel even mee naar de deur. Ik vond de bel wel, maar die deed het niet. Dat was dus het probleem. Intussen was het jochie al aan het bellen naar zijn baas. Maar ik dacht, als onze buurjongen eten heeft besteld, zal hij toch zeker wel thuis zijn. Daarom rammelde ik maar met de brievenbus. En ja hoor, de buurjongen kwam naar beneden. Ik uitgelegd waarom ik aan de deur stond, verteld dat ik het prima vond om zijn pakketjes aan te nemen, maar dat ik me niet voor kon stellen dat ik ook zijn eten voor hem zou moeten aanpakken. Gelukkig, dat was ook niet de bedoeling. Het jongetje van de bezorger gaf snel het eten aan de buurjongen en verdween op zijn fiets naar de volgende klant. Hopelijk kon hij daar de bel wel vinden en hoefde hij het eten niet bij de buren af te leveren.

Pluspunt van de bezorging van het eten van de buurjongen was wel dat ik eindelijk weer eens een praatje met hem heb kunnen maken, want zo vaak zien we elkaar niet. Ik heb de buurman smakelijk eten gewenst en ben weer naar huis gegaan. Een paar dagen later ging de bel weer, nu overdag. En wat denk je? Een pakketje voor de buurjongen! Natuurlijk heb ik dat aangenomen. ’s Avonds kwam hij het pakketje halen. We hebben nog hartelijk gelachen om het bezorgde eten! En nee, natuurlijk hoefde ik zijn eten niet aan te pakken!

Uw reactie ziet u pas later

LIA VAN GOOL



Heen en weer, heen en weer, heen en weer

REALITEIT Posted on ma, maart 15, 2021 17:46

(over ziekenhuizen, chauffeurs, kibbeling, liften en QR-codes en ja, ook over de vaccinatie)

Stel je voor: je moet voor een operatie naar een ziekenhuis, waar je nog nooit geweest bent. En je moet daar ’s morgens om kwart voor zeven (06.45 uur) zijn. Het overkwam Hans. Hij moest geopereerd worden in het Sint Antoniusziekenhuis in Nieuwegein. Niet echt naast de deur, maar ook niet helemaal aan de andere kant van de wereld. Het nadeel: tijdens het verblijf in het ziekenhuis moest ik natuurlijk elke dag naar Nieuwegein. Helaas doen mijn voeten niet altijd wat ik wil, dus ik rijd niet zo graag zo’n stuk over de snelweg. Gelukkig hebben wij een vrienden- en kennissenkring met mensen die altijd voor ons klaar staan als het nodig is. Zo werd er snel een aantal chauffeurs gevonden. Wat een luxe en wat waren wij daar blij mee!

Ondanks het feit dat de ziekenhuizen in deze tijd regelmatig helemaal vol liggen, en het feit dat operaties regelmatig uitgesteld worden, kon Hans op redelijk korte termijn (ongeveer één maand) terecht in het ziekenhuis. Eigenlijk best wel snel, toch? Dankzij deze vreemde tijd vonden alle voorbereidingen, behalve het prikken van bloed dan, telefonisch plaats. Vreemd. Je hoorde een stem aan de telefoon, die het over jou had. Hoe die persoon aan de andere kant van de telefoon eruitzag? Geen idee. Opvallend was wel dat iedereen, van uroloog tot anesthesist en van verpleegkundige tot apotheker, heel veel tijd voor Hans had. Echt heel veel tijd. En de uroloog, die het verloop van de operatie al uitgelegd had aan Hans, nam daarna gewoon nog even de tijd om het verhaal, in een kortere versie, aan mij te vertellen. En zo kropen de weken voor de operatie voorbij.

De dinsdag voor de operatie is Iwan toch maar gaan logeren bij zijn peettante en peetoom in Tilburg. Anders had ik op woensdagochtend om vijf uur (!) mijn rondje Oranjeplein moeten lopen. En dat was toch wel héél erg vroeg. Daar komt bij dat Iwan, peettante en peetoom, een logeerpartij altijd een feestje vinden.

Woensdagochtend, stipt kwart voor zes, stond onze chauffeur van dienst voor de deur. En daar gingen wij met een grote weekendtas vol spullen, nog een beetje slaperig, op weg. Gelukkig was onze chauffeur goed wakker.

Over de relatief rustige snelweg, reden wij richting Nieuwegein. Tot aan de afslag naar het ziekenhuis, via De Weg naar de Poort, ging het goed. Op het bord naar de afslag was niet helemaal duidelijk te zien of dat de richting was naar alleen de spoedeisende hulp, of ook de afslag naar de hoofdingang. Geen idee, maar het was nog vroeg en we hadden tijd genoeg. En het bord dat wij de eerste keer hadden gezien, was het enige juiste bord en de enige juiste afslag naar het ziekenhuis. Maar het werd nog onduidelijker. Waar was nu de hoofdingang? Uiteindelijk zagen wij een bord ‘brengen en halen personen’. Dat bord wees ons de weg naar de hoofdingang. En daar gingen wij, Hans en ik. Onze chauffeur moest helaas buiten wachten.

De grote hal van het ziekenhuis was helemaal donker. Niemand te zien aan wie je kon vragen waar wij moesten zijn. Of toch? Ja, uiteindelijk wel. Wij moesten de duistere gang doorlopen, tot aan de centrale hal. Daar zat een beveiliger en die zou ons de weg kunnen wijzen. Dat kon hij gelukkig ook. De blauwe liften moesten wij hebben. Later bleek dat er ook nog groene liften waren……

Goed, tot zover ging het goed. Vervolgens de intake vóór de operatie, die ging ook goed. Hans moest naar de voorbereidingskamer en toen mocht ik niet mee. Kon ik weer naar huis. Na de operatie zouden ze bellen van de afdeling of alles goed was gegaan. De specialist zou zelf niet bellen. Dus ik naar huis. Rond 8 uur ’s morgens was ik alweer terug in Dongen. Wachtend op een telefoontje. Op bezoek gaan die middag, dat mocht niet. Het bezoekuur was pas om 5 uur ’s middags.

Het werd een lange ochtend. De tijd kroop vooruit, 9 uur, 5 over 9…..o, ineens half 10, kwart voor 10, nog steeds geen berichtje. Zou mijn telefoon het wel doen? Ja hoor, er belde iemand van een of ander energiebedrijf….nou dat weer. En de tijd bleef vooruit kruipen. Uiteindelijk, rond 11.00 uur, belde de specialist. De operatie was technisch goed gegaan en het hart van Hans had zich goed gehouden. De verwachting was dat Hans rond 2 uur ’s middags op de afdeling zou zijn. Mooi, dat stelde me weer gerust.

Rond 4 uur stond dezelfde chauffeur die ’s morgens om kwart voor 6 gereden had, weer voor de deur. Hup weer naar Nieuwegein, voor de tweede keer die dag. Bij de ingang van het ziekenhuis moest je je melden met een QR-code. Bij die code stond het patiëntnummer en pas als dat allemaal gecontroleerd was, mocht je doorlopen. Per patiënt mocht er maar één persoon per bezoekuur komen en je mocht niet wisselen tijdens het bezoekuur, dat toch 3 uur duurde!

En wat was het fijn om Hans weer te zien. Hij had praatjes genoeg. Gelukkig. Tijdens het bezoekuur kwam de uroloog nog even langs. Hij kon mij meteen uitleggen hoe een en ander was gegaan tijdens de operatie.

Zo regen de dagen zich aaneen met een vast ritme. ’s Morgens op mijn gemak Iwan uitlaten, met Hans bellen of appen, boodschappen doen en ’s middags weer op bezoek. Het was trouwens wel grappig om te zien hoe Iwan zich gedroeg. Elke keer als ik hem uitgelaten had, stond hij in de gang naar boven te kijken en te luisteren of Hans daar misschien was. Of hij keek naar buiten als hij weer een auto hoorde (gezellig hoor, in die drukke straat bij ons, met een ijssalon aan de overkant!). En elke keer was hij weer teleurgesteld als Hans er niet was.

De uroloog had gezegd dat Hans een paar nachtjes in het ziekenhuis moest blijven. Lichte hoop bij ons alle twee dat hij voor het weekend weer thuis zou zijn. Helaas, dat mocht niet zo zijn. Maar, zo werd gezegd, maandag kan meneer waarschijnlijk wel naar huis. Een transferverpleegkundige zou thuishulp gaan regelen, want de wond van Hans moest (en moet nu nog) twee keer per dag gespoeld worden. De ene na de andere organisatie werd gebeld. En wat denk je? Geen hulp beschikbaar! Geen hulp beschikbaar? Het gaat maar om 2 x een half uurtje per dag. Nee, niemand in Dongen of omstreken kon de gewenste hulp bieden. Daar kwam nog bij dat de verpleegkundige een bepaald niveau moest hebben, omdat zij (of hij) anders de gewenste handeling niet mocht doen.

Zo bleef Hans in het ziekenhuis liggen, dag na dag. En elke keer weer de hoop dat hij dan toch in ieder geval woensdag of donderdag naar huis zou mogen. Het tweede weekend kwam steeds dichterbij. Het zou toch niet zo zijn dat Hans nóg een weekend in Nieuwegein zou moeten blijven? Op vrijdagochtend kwam het verlossende woord: je kunt me op komen halen. Yes, eindelijk!

Gelukkig dat er hulp was geregeld. In het begin was het even wennen. Wennen aan alle vreemde mensen die elke dag twee keer door je huis lopen. Wennen aan afspraken die niet altijd liepen zoals je zou willen. Wennen aan het feit dat Hans toch weer echt thuis was.

Nu, na bijna 2 weken, loopt alles op rolletjes. Behalve dan dat we afgelopen vrijdag ineens weer ‘even’ naar de Spoedeisende Hulp in Nieuwegein moesten omdat er toch iets niet goed leek te gaan (gelukkig, na allerlei onderzoeken, bleek er niets ernstigs aan de hand te zijn).

Hans en ik zijn blij dat er elke dag hulp komt. Iwan is blij dat er elke dag vrouwen binnenkomen die helemaal gek op hem zijn. Nu krijgt hij weer aandacht van mensen die bij ons binnenkomen. Dat heeft hij het afgelopen jaar (vanwege het stomme virus) zo gemist.

En ik? Ik ben blij dat Hans weer thuis is, dat het reizen naar Nieuwegein voorbij is, dat ik weer ‘gewoon’ aan het werk kan (ook al merk ik soms dat mijn hersens nog niet helemaal goed werken).

En verder? Ik heb wel een paar dingen geleerd van het heen en weer reizen naar Nieuwegein: je doet er ongeveer 3 kwartier over om vanuit Dongen in het ziekenhuis binnen te staan; je moet afslag 9 nemen om bij het Sint Antoniusziekenhuis terecht te komen en niet de afslag naar de benzinepomp; een navigatiesysteem waar je tegen kunt praten, luistert niet altijd goed; de ‘nieuwe weg’(de afslag naar de A27) is toch ingewikkelder dan je soms zou denken; de nagerechtjes in het ziekenhuis smaken best lekker; een ziekenhuis is in deze tijd tijdens het bezoekuur net een spookstad; het is lastig om jodium te bestellen bij de apotheek en in Nieuwegein is een viskraam waar ze heerlijke kibbeling verkopen!

O ja, nog even dit. Dan ben je thuis (Hans) en dan krijg je een oproep voor een vaccinatie. Eindelijk! Omdat ik de agenda beheer, heb ik vandaag even gebeld met het landelijke nummer voor vaccinaties van de GGD. Ik was snel aan de beurt (aan de telefoon dan) en werd te woord gestaan door een super vriendelijke dame. Ik kan haar vergeven dat zij niet bij de GGD werkte en dat zij niet wist welke steden dichtbij Dongen lagen. Verder deed zij gruwelijk haar best en zij had alle tijd voor mij. En, zowaar, zij had een datum in Breda, op 22 april, voor de eerste vaccinatie. Een datum voor een vervolgafspraak was uiteindelijk niet te vinden. Daarna nog gezocht in Den Bosch, oh, nee, toch een datum in Breda, 16 maart (morgen!). Helaas, toch niet, de datum verdween net voor haar neus. Pech. Aan het eind van het gesprek adviseerde de dame om de GGD Hart van Brabant te bellen of de huisarts. Bij de huisarts kreeg Hans een hele uitleg, maar geen afspraak voor een prik. Bij het nummer van de GGD Brabant kreeg ik een bandje. Omdat de levering van de vaccins vertraagd was, was het helaas niet mogelijk om een afspraak te maken. Pfff, dan verdwijnt je blijheid als sneeuw voor de zon. Morgen nog maar eens proberen. Misschien moeten we het tijdsbestek van na 2 uur ’s middags verruimen en aangeven dat wij ook op zaterdag- of zondagochtend om 8 uur best even naar Breda willen rijden! Nog even geduld hebben dus.

TOT SLOT:

Dank je wel aan iedereen die hulp heeft aangeboden de afgelopen periode. Hans en ik zijn superblij met jullie!

Lia van Gool



First Dates

NOSTALGIE Posted on za, januari 30, 2021 16:46

Je kent het programma misschien wel, First Dates, elke werkdag te zien op NPO3, ’s avonds rond half 8. Voor Hans en mij een perfect moment om even op ons gemak televisie te kijken, naar een programma waar je niet bij na hoeft te denken. Hoe stom je het misschien ook vindt, wij zijn fans. Dat ik fan ben, kwam goed uit, toen ik hoorde dat een collega van mij meedeed aan het programma. Iedereen kijken dus. En het kwam ook goed uit, omdat ik op mijn werk maandelijks een soort column schrijf voor de nieuwsbrief die op de afdeling uit wordt gebracht (ook al blijven ze daar mijn verhaal hardnekkig ‘blog’ noemen).

En wat was het leuk om naar die collega te kijken. Tijd voor een interview, dacht ik na de uitzending. Hij deed er graag aan mee. Helaas moest dat interview wel telefonisch, omdat wij allemaal thuiswerken, maar dat maakte het niet minder leuk.

“Dat is echt iets voor jou, meedoen aan First Dates,” zeiden collega’s van zijn vorige werk. Ook vrienden hadden al eens aangegeven, dat het iets voor Dion zou zijn. Uiteindelijk meldde een vriendin van Dion hem aan bij First Dates. “Ik zou het wel leuk vinden om een vriendin te ontmoeten, of een relatie te krijgen. En ik dacht, ik ga die uitdaging gewoon aan.” Na een serieuze intake werd er een introductiefilmpje gemaakt en Dion wachtte op een uitnodiging. Dat duurde even, want de eerste date die voor hem gepland was, bleek toch al een vriend te hebben. Gelukkig werd er een nieuwe date gevonden.

“Toen ik mijn date de eerste keer zag, had ik niet meteen een ‘wauw-gevoel’, maar zij had mooie ogen en zij kwam over als een open persoon. Vanaf de eerste seconde was het een soepele date.” Dion was tevreden over de fijne match. “Ik ben gewoon gaan zitten, heb mijn ding gedaan en ik voelde me comfortabel met mijzelf. Het woord ongemakkelijk gebruik ik niet.”

Na de afspraak in het First Dates-restaurant volgde een boswandeling in Oss. Hoewel het gezellig was om samen te wandelen, kwam ook toen het ‘wauw-gevoel’ niet. Daarna werd het even stil. Dion had te druk met andere zaken en had geen zin om te appen. Uiteindelijk volgde opnieuw contact, na de uitzending van de date. “Zij belde mij op en vroeg hoe het met mij ging. Het was een fijn gesprek, met een vreemd einde. Alsof het gesprek midden in een zin werd beëindigd.” Het laatste contact was nu ongeveer een maand geleden. Dion laat het even zo. Als zijn date opnieuw contact opneemt, vindt hij dat prima.

Toch ligt het daten niet stil. Dion heeft inmiddels een boswandeling gemaakt met een nieuwe vriendin en ook hebben andere vrouwen contact met hem opgenomen ná het programma. Soms heeft Dion een dubbel gevoel na de uitzending van First Dates. “Ik heb steeds het gevoel dat ik mij moet verantwoorden over het feit dat ik geen contact meer heb met de leuke vrouw uit First Dates. De vonken sprongen er nu eenmaal niet van af. Ik heb het een kans gegeven.”

Terugkijkend op zijn deelname aan First Dates, heeft Dion er geen spijt van dat hij mee heeft gedaan. “Het is heel gaaf om te doen, dat vonden wij alle twee. Heel Nederland ziet je, dat is wel vreemd. Maar de liefde moet van twee kanten komen. Ik heb nu niet de behoefte om weer contact met haar op te nemen.”

Waarom dit verhaal in de nieuwsbrief heeft gestaan? Omdat er, op de een of andere manier, een overeenkomst bestaat tussen deelname aan First Dates en het werk van een klantenadviseur. In feite is elk telefoongesprek dat een klantenadviseur voert, een ‘first date’. Je weet namelijk nooit wie je aan de telefoon krijgt, of er een klik is. Verloopt het gesprek wel zoals jij dat graag zou willen? Stel je de juiste vragen, weet een verzekerde wat je bedoelt? Net als in het programma First Dates, kan een telefoongesprek je een goed gevoel geven en doen verlangen naar een vervolggesprek. Of het houdt na één gesprek op, net zoals een date bij First Dates na één ontmoeting ophoudt. Hoe een ontmoeting of een gesprek ook loopt, er zijn elke keer weer nieuwe kansen. Elke keer als je een nieuwe ontmoeting hebt, elke keer als de telefoon gaat. En steeds weer is het een verrassing hoe dit verder gaat lopen.

Op die laatste zin ga ik even verder. Je zou het zo kunnen bekijken, toch, dat elke nieuwe ontmoeting een First Date is? De ene keer loopt dat goed, de andere keer niet. Een paar voorbeelden waarbij het goed ging? Die kan ik zo uit mijn mouw schudden.

Mijn eerste ontmoeting met Iwan (die toen nog niet zo heette en die toen nog een puppy was van nog geen week oud). Liefde op het eerste gezicht. JA! Ik wilde graag een reutje en, als ik kon kiezen, wilde ik ook graag een blonde Labrador. Laat nu de enige puppy uit het nest zijn, dat nog geen huisje had gevonden! Dat kleine, blonde, hondje zat gewoon op mij te wachten. Het was inderdaad liefde op het eerste gezicht. Toen Hans een keer meeging om te kijken naar onze nieuwe aanwinst, en het beestje vastpakte, begon hij meteen te piepen! En zo kwam Iwan in mijn (ons) leven, nu alweer bijna acht jaar geleden. Hij heeft in de loop der jaren veel harten veroverd, liefde op het eerste gezicht, ook nu weer. Hij heeft een peettante en een peetoom, waar hij regelmatig gaat logeren, heel veel vriendinnen en vrienden (mensen) en hij heeft zelfs een dochter, die net zo mooi is als hij.

Een heel ander soort liefde op het eerste gezicht was de eerste keer dat ik, als aspirant-bestuurslid, bij het Dongens Mannenkoor ging kijken naar het Kerstconcert. Ik was net nog herstellend na een lange ziekteperiode, maar ik kon de vraag die mij gesteld werd door een oude vriend, niet met ‘nee’ beantwoorden. Zo kwam ik bij het mannenkoor terecht. Liefde op het eerste gezicht, later ook even liefde op het laatste gezicht (maar daar gaat het nu niet over). Een paar jaar na de liefde op het laatste gezicht, veranderde het weer. Ik werd (figuurlijk) weer op het eerste gezicht verliefd op het Dongens Mannenkoor. En zo blijft het nog wel even. Helaas liggen alle activiteiten van het koor nu ook stil. En dat terwijl wij dit jaar ons vijftigjarig jubileum zouden vieren. Het draaiboek lag al klaar, wij zouden begin januari de eerste activiteit al achter de rug hebben. Jammer, het is niet anders. Zeker is: van uitstel komt geen afstel. Het Dongens Mannenkoor laat van zich horen. Wat ben ik trots op ‘mijn mannen’.

Andere voorbeelden van liefde op het eerste gezicht? Het huis waar wij nu in wonen, het huis waar ik vroeger als kind wel eens langsliep, het huis waar ik zo graag eens naar binnen wilde kijken toen al. Het huis waar Hans en ik, nu al 25 jaar (!) wonen. Een jubileum dat ik graag had willen vieren…

Zo is er nog wel meer te noemen, bijzondere ontmoetingen, waarbij de liefde dan misschien niet meteen ontstond na één ontmoeting, maar wel vlak daarna. Zoals die met Hans, die ik op straat tegenkwam tijdens de Ronde van Dongen, vlakbij het huis waar wij nu wonen. En ik dacht maar dat hij een oogje op mijn vriendin had. Maar ik gaf hem aan het eind van de avond toch mijn telefoonnummer. Onze First Date ging naar De Efteling. Met veel plezier kijken wij daar nog regelmatig op terug. En de ontmoeting met mijn lieve Spaanse vriendin, die toen nog mijn buurvrouw was, onze liefde kan niet meer stuk.

Iwan ( de lieverd)

Er zijn zeker heel veel mensen die ik hier nu niet kan noemen, omdat mijn verhaal dan bijna op een boek zou lijken. Dat gaat te ver. Maar dat wil niet zeggen dat die mensen mij minder dierbaar zijn. Ik ben heel blij met al mijn vrienden en kennissen, of er nu een klik ontstond na die First Date of niet. En ik hoop dat er, na deze vervelende tijd, met alle mensen die mij dierbaar zijn, weer veel ontmoetingen zullen komen. Zodat wij kunnen lachen, samen leuke dingen kunnen doen, een borrel drinken, gaan eten, naar een voorstelling. Die First Date met Corona/Covid? Nee, dat was zeker geen klik. Laten we hopen op betere tijden.

LIA VAN GOOL



Eindejaars-blues

NOSTALGIE Posted on ma, december 07, 2020 17:14

Zo, het jaar 2020 is al weer bijna voorbij. En wat een vreemd jaar is het tot nu toe. Aan het begin van het jaar leek het allemaal zo goed te gaan. Toen eind februari bekend werd dat het Coronavirus heerste, vierde ik thuis een feestje om een extra dag te vieren, 29 februari 2020. Op die avond sprak ik met vrienden af om een ‘after-Corona-party’ te houden op 6 juli, de dag dat één van mijn vrienden zijn verjaardag zou vieren. Toen was nog de verwachting dat het allemaal wel mee zou vallen, dat het virus nu al lang weer verdwenen zou zijn. Helaas, het feestje is niet doorgegaan.

Op mijn werk bij een grote zorgverzekeraar veranderde er ook heel veel. Wij werken allemaal al weer vanaf maart dit jaar continu thuis. Dat is best wel heftig, als je hele dagen aan de telefoon zit. Geen gesprekken van collega’s die je tussendoor even mee kunt luisteren, geen mogelijkheid om even snel te schakelen met een collega die naast je zit. Nee, je kunt alleen even kijken naar je hond of je kat, maar die kan geen advies geven over een gesprek met een verzekerde.

IWAN

Zelfs mijn hond Iwan heeft last van de eindejaars-blues. Hij heeft zich helemaal opgerold als een kat en gaat het liefst niet meer naar buiten, vooral als het ’s avonds donker is.

De eindejaars-blues beginnen vroeg dit jaar. Meestal begint het bij mij begin december te kriebelen. Een terugblik op het jaar dat bijna voorbij is, een vooruitblik naar het nieuwe jaar. Nu zijn die gevoelens er al in november. Buiten wordt het steeds donkerder, de dagen worden korter. Het lijkt alsof het elke dag regent en waait en dat het ’s morgens gewoon niet licht wordt. En Corona maakt de wereld om ons heen nog ongezelliger, kil en stil. Nee, ik heb de kerstboom nog niet gezet. Sinterklaas is immers net weg uit ons land. Zelfs die oude, wijze man werkte thuis dit jaar. Maar wat was zijn landelijke intocht leuk dit jaar. Met een ouderwets defilé, al dan niet met burgemeesters en kinderen uit dorpen en plaatsen die niet bestonden (of toch weer wel). Het was leuk om naar te kijken.

In Dongen doen ze er alles aan om het gezelliger te maken buiten. De feestverlichting werd dit jaar weken eerder opgehangen en ik moet zeggen dat die lampjes het veel leuker maken als je in het donker door het centrum loopt. Om de sfeer nog meer te verhogen, zijn er ook luidsprekers opgehangen, waaruit muziek klinkt. Ben benieuwd. Ik heb nu gehoord dat de muziek zacht uit de luidsprekers klinkt. Best gezellig eigenlijk!

Verder gaat het leven door, hoewel vakanties dit jaar natuurlijk niet doorgingen. Zoals zoveel andere dingen die niet door konden gaan: afspreken met vrienden, een keer uit eten, naar het theater, naar de film. Helemaal niets. En soms voelt dat echt vreemd. Eén van onze kleindochters, die dit jaar 21 jaar is geworden, vertelde mij dat het lijkt alsof ‘haar leven op pauze staat’. Een wijze uitspraak, toch? Zo voelt het inderdaad soms.

Sommige dingen zijn ook minder leuk dan normaal, omdat mensen vaak een korter lontje hebben. Ik merk het bij mijzelf soms ook, meestal bij het boodschappen doen. Wil je naar, ik noem maar even, Albert Heijn, moet je wachten op een wagentje. Een tijdje terug ging ik samen met Hans boodschappen doen. Hij had al een wagentje, ik nog niet. Ik wilde er een pakken bij het ‘meisje van de wagentjes’. Maar nee, dat mocht niet. Ik stond verkeerd. Ik moest in de rij gaan staan. Ik keek een beetje beduusd, door de toon van ‘het kind’. Er wás helemaal geen rij. De enige die in de rij stond, als die er zou zijn, was Hans en die stond naast mij. Ik heb mijn boze woorden ingeslikt, ben een stapje achteruitgelopen. Toen stond ik ‘in de rij’ en kreeg ik vervolgens een wagentje. Dat is nog een paar keer gebeurd. Prima hoor, regeltjes en ook heel fijn dat de winkelwagentjes schoongemaakt worden. Maar degenen die de rij in de gaten houden, mogen best wel wat klantvriendelijker zijn….. en gelukkig gaat het meestal wél goed!

En dan de hond uitlaten. Omdat mensen de deur niet uit mogen of kunnen, hebben zij ook meer tijd om naar buiten te kijken. Kijken of ik de poep van Iwan wel opraap van de stoep. Wat gebeurt dat vaak de laatste maanden. En, mensen die ernaar kijken, ja, ik ruim de poep altijd op. Mocht het zijn dat ik geen poepzakje bij mij heb, wat eigenlijk nooit gebeurt, dan kom ik terug om de rotzooi alsnog op te ruimen. Eén keer poepte Iwan op de stoep in de St. Josephstraat. Hij vindt het heerlijk om op de stenen te poepen, dat doet hij al vanaf pup. Ik zucht eens, want ik ben daar nooit zo blij mee, maar goed. Komt er een vrouw langs, die mij toebijt: ‘heb je wel een zakje bij….’ Ja, ik heb altijd een zakje BIJ ME!!! Ik heb echter nooit een zakje ‘BIJ’. Want achter dat ‘bij’ hoor je nog wat te zeggen. Die dame heeft vast niet bij de zusters op de Heilig Hartschool gezeten. Ik weet nog goed, op de lagere school (eeuwen geleden, dat dan weer wel) dat je altijd werd gecorrigeerd als je zei dat je ‘iets niet bij had’. De zuster vertelde je nadrukkelijk dat je moest zeggen ‘ik heb dat niet bij me’. Dat ben ik nooit meer vergeten. Dus mevrouw: ik heb altijd een poepzakje BIJ MIJ!

Zo, dat ben ik ook weer kwijt.

Ik werd deze week ook nog wel blij hoor, zoals zo vaak als ik met Iwan loop. Er liepen ouders met een kindje van een jaar of 3 (of 4). Het jongetje werd helemaal blij toen hij buiten kwam en zag dat de feestverlichting aan was. Hij vond al die lampjes zo mooi! Met een lach op mijn gezicht ben ik naar huis gelopen. Geweldig!

En nu is het al weer bijna Kerstmis, met dit jaar ongetwijfeld een andere sfeer dan andere jaren. Probeer er wat leuks van te maken. We moeten het nu eenmaal doen met de situatie zoals die nu is. Bovendien heeft iedereen er last van, tenminste dat zeg ik meestal tegen mijzelf als ik ergens van baal momenteel. En de jaarwisseling zonder vuurwerk? Misschien wordt dat wel de mooiste dag van 2020, want op 31 december, middernacht is dit vervelende jaar voorbij. Zachtjes gloort er licht aan de horizon!

Als je dan ook nog eens hoort dat de beheerder van deze krant vijftig jaar getrouwd is! Een mooi moment om af te sluiten!

LIA VAN GOOL



Probeer te genieten, ondanks de vreemde tijd waarin wij leven!

REALITEIT Posted on wo, augustus 26, 2020 17:35

Wat een vreemd jaar, 2020. Het zou een jaar worden met allerlei speciale gebeurtenissen. Gebeurtenissen waar ik ook al feestjes voor had gepland. Het laatste feestje van 2020, dat wij thuis hebben gehouden, was het ‘Extra-dag-feestje’ op 29 februari van dit jaar. Waarschijnlijk was dit het laatste feestje thuis dat in 2020 is gehouden. Vanaf begin maart is de wereld compleet anders geworden. En er verandert heel veel. Helaas.

Zoals het thuiswerken. Al vanaf maart dit jaar werk ik niet meer op kantoor, maar thuis. Het thuis werken duurt nu al bijna een half jaar en het is bijna een gewoonte geworden. Soms is het even vreemd om niet weg te hoeven. Over het algemeen ervaar ik een gevoel van rust. Terug naar kantoor? Voor mij nog even niet, hoewel het soms toch een beetje begint te kriebelen. Elke ochtend in de auto stappen? Nee, dat hoeft niet, heerlijk is dat, ook al duurt de rit Dongen-Tilburg echt niet zo lang.

Toch gaat mijn wekker gaat wel elke dag om half zeven, omdat ik het wel prettig vind prettig om de dagelijkse routine aan te houden. En eigenlijk ga ik ook naar kantoor: ik neem de trap in plaats van de lift (!) en ga naar mijn eigen huis-kantoor. Ik heb mijn ‘gewone’ werk-dagritme opgepakt. Wat ik wel mis, zijn de routineachtige zaken van elke morgen op kantoor komen: de cappuccino die ik elke ochtend voor mijn collega haalde, het kopje thee voor mijzelf. Even een praatje maken met de collega’s die al op kantoor zijn, weer de verkeerde naam zeggen tegen één collega (dat leer ik natuurlijk nooit! Onze Iwan is er al helemaal aan gewend dat ik thuis werk en Hans vindt het wel gezellig dat hij niet altijd alleen thuis is ’s ochtends.

De verschillende overleggen, die eerst op kantoor waren, worden nu via Teams gehouden. Zo ‘zie’ je elkaar toch, collega’s in hun eigen omgeving. Bij de ene collega is de lucht altijd blauw en zonnig (door een speciale achtergrond die je in kunt stellen), ook al valt de regen met bakken uit de lucht. Bij de ander zie je een strak witte muur en bij weer een andere collega zie je maar de helft van een hoofd, omdat de camera op de een of andere manier niet goed staat. Soms hoor je een hond op de achtergrond blaffen en die hond komt dan ook even in beeld, omdat hij aandacht nodig heeft. Ergens anders hoor je soms een kindje brabbelen. Bij andere collega’s lopen de katten over het toetsenbord of over de tafel. Zo krijgt een overleg een heel andere dimensie.

Vooral in het begin van lockdown, leek het alsof de dagen voorbijgleden in de tijd. Alsof er niks gebeurde, alleen maar werken, de hond uitlaten, eten koken, puzzelen, koffiedrinken en af en toe een boodschap doen. De wereld was in die tijd echt vreemd. Het voelde raar aan buiten. Als ik met Iwan buiten liep, voelde ik mij een detective, constant om mij heen kijkend of er mensen aan kwamen. Was er wel genoeg ruimte om ergens te gaan staan, om de 1,5 meter afstand te bewaren. Wat was dat een vreemde tijd. En eigenlijk is de tijd nog steeds vreemd.

In die eerste lockdown-maanden was mijn agenda helemaal leeg. Wat vreemd. Eerst waren er elke dag wel blokken te zien, die betekenden ‘afspraak’, ‘contact’ of ‘herinnering’. Nu niets, gewoon wit, geen afspraken. Bovendien was Hans in de eerste weken van de lockdown ziek. Of het Corona was? Geen idee. Wat het wel was: vervelend. Hans mocht nergens naar toe, die eerste maanden. Elke keer na de persconferenties weer contact met de huisarts. Een huisarts, die in die periode ook wel eens op huisbezoek kwam, gekleed als maanmannetje: een witte overall, compleet met capuchon, een bril op, een spatscherm, handschoenen, wat al niet meer. Dat was wel even schrikken. Maar gelukkig, het was toch de gewone, vertrouwde huisarts, die verstopt zat onder die vermomming.

O ja, in de lockdown-tijd hadden wij ook raam- en deurvisites. De peettante van Iwan, die met haar telefoon bij ons voor het raam stond om met Hans te bellen. En vrienden van ons, die aan de deur kwamen en niet binnen wilden komen. Wij hebben de deur opengezet en toch een wijntje aangeboden. De deurvisite was compleet! En het was ook nog gezellig.

Eindelijk, na bijna 3 maanden, mocht Hans weer naar buiten. En wij mochten ook weer op bezoek bij vrienden en familie. Als er maar niet te veel mensen aanwezig waren. De eerste bezoeken aan vrienden waren feestjes! En die vrienden hadden er ook feestjes van gemaakt! Wat waren dat bijzondere bezoekjes. Bezoekjes die vorig jaar nog zou normaal zouden zijn, waren nu echt een feestje. Het was geweldig! Wij kijken er met plezier naar terug.

Soms doe je in deze tijd ook wel eens gekke dingen. Zo heb ik, toen er weer eens een discussie was over mondkapjes, onze Iwan een mondkapje op gezet. Zoals je kunt zien op de foto, vond hij het niet echt leuk. Maar wij hebben er wel vreselijk om gelachen.

En dan ineens gaat ook de geplande vakantie niet door. Wij hadden een cruise geboekt naar Noorwegen. Helaas, die is in rook opgegaan. En het was een reis waar ik echt naar uit gekeken had, met De Rotterdam! Een schip, waar wij al eerder mee gereis hadden en waar ik echt heel graag nog een keer mee wilde gaan cruisen. Jammer, geen cruises meer in 2020. Bovendien is De Rotterdam nu ook nog verkocht aan een andere maatschappij. Cruisen met dat schip zit er dus niet meer in, misschien gaan wij helemaal niet meer op cruise.

Omdat de vakantie niet doorging, maar ik wel vrije dagen had, dachten wij: ‘we gaan een paar dagen naar Rotterdam’. Zo gezegd, zo gedaan en een hotel geboekt in het centrum van Rotterdam. Wat denk je? Breekt de Corona in alle heftigheid uit in de regio Rotterdam. Ook dat uitstapje maar geannuleerd. Achteraf niet zo erg, want net in de week dat wij weg zouden zijn, was er een heftige hittegolf. En dan is een verblijf in een stad ook niet zo’n pretje. En, ook nog wrang, op de dag dat wij in Rotterdam zouden zijn, voer De Rotterdam voor het laatst Rotterdam uit. Hebben we dat ook nog gemist.

Maar verder gaat het gelukkig goed. Wij pakken ons sociale leventje in alle rust weer op en wij plannen niet al te veel in korte tijd. Wij houden ons aan de regels om niet naar evenementen of gelegenheden te gaan waar het erg druk is. Wij gaan gewoon in Dongen naar en terrasje en winkelen ook gewoon in Dongen. Hoewel dat winkelen wel minder is dan begin dit jaar. We lopen niet zo gemakkelijk zomaar even een winkel binnen. We winkelen gericht, of misschien kun je het beter boodschappen doen noemen. Toch bevalt dat ook goed. En de wekelijkse boodschappen? Die laten wij al een paar maanden thuisbezorgen. Naar volle tevredenheid. Niet door Albert Heijn of de Jumbo, want daar moesten wij, toen wij het ineens in ons hoofd haalden om boodschappen online te bestellen, minstens drie weken wachten. Hans bedacht ineens dat wij in Dongen ook een Spar hebben. En wat denk je? Ook de Spar bezorgt thuis. Je hoeft géén drie weken te wachten, je bestelt je boodschappen op donderdag en ze worden netjes op vrijdag thuisbezorgd. Geen gesjouw, want degene die de boodschappen bezorgt doet alle boodschappen netjes in het boodschappenwagentje dat wij klaar hebben staan. Echt geweldig. Dat boodschappen doen in een drukke supermarkt is voor ons voorbij, misschien wel voor de komende jaren. Wij gaan gewoon voor de Spar!

Gelukkig hebben Hans en ik geen klachten. Waar wij wel last van hebben, is dat alle activiteiten die normaal gesproken in Dongen gepland zijn niet doorgaan. En ook de feestjes die wij zelf gepland hadden, gaan niet door. Dit jaar bereik ik in september een mijlpaal qua leeftijd. Tijd voor een feestje? Dit jaar helaas niet. Ik stuur degenen die ik normaal uit zou nodigen die dat maar een voucher, die een paar jaar geldig blijft. En dat is het. Op mijn verjaardag drink ik samen met Hans een borrel (of twee) op onze gezondheid en die van allen die ons lief zijn. Proost alvast!

Probeer te genieten van de leuke dingen die het leven te bieden heeft, ondanks de vreemde tijd waarin wij leven! Dat doen wij ook.

LIA VAN GOOL



De directeur van Solingen Nederland

REALITEIT Posted on za, juli 04, 2020 17:38

Wat stom van mij!

Het was een beetje een druilerige woensdag. Ik was bij de bakker geweest en ik was al bijna weer thuis. Net toen ik naar binnen wilde gaan, stopte er een auto met een man erin. Niks bijzonders, zou je denken, dat gebeurt wel vaker, en zo is het natuurlijk ook.

De man deed het raampje van zijn nieuwe grijze Mercedes open en riep mij. Hij vroeg of ik in de buurt woonde en antwoordde vervolgens zelf op zijn vraag dat het wel zo moest zijn, omdat ik met de sleutel naar binnen wilde gaan. Daarna vroeg hij aan mij of ik de buurt goed kende. Ja, ik denk het wel…..Toen begon hij met zijn verhaal. Hij vertelde dat hij de directeur was van Solingen Nederland. Hij kwam net van een klant af, waar hij spullen wilde afleveren, maar die klant was failliet gegaan. Hij kon de spullen niet meer mee terug nemen naar de zaak, zo vertelde hij, dus hij vroeg aan mij of ik iemand wist die, bijvoorbeeld, een messenset of een pannenset van het merk Solingen kon gebruiken. Op dat moment kon ik niet zo snel iemand bedenken en ik zei dat ik dat ik zelf die spullen wel zou kunnen gebruiken. Na mijn vraag of hij zomaar gratis spullen weg kon geven, antwoordde hij met een grote glimlach: “Natuurlijk kan ik dat, ik ben de directeur!” Oh…..dacht ik nog. Hij stapte uit de auto en deed zijn kofferbak open. Daar lag inderdaad een aantal dozen. Een kleine doos lag bovenop een grote doos met pannen en een grote doos met messen. Ik zei voor de grap dat ik die pannenset wel wilde hebben, maar die kreeg ik niet. Wel kreeg ik een doos met daarin een snijplank en een groot broodmes. Echt mooi om te zien. Ik vond het een beetje raar, maar ik nam de doos toch maar mee naar binnen. Hans had intussen voor het raam staan kijken wat er allemaal aan de hand was. Toen ik binnenkwam, hebben wij eerst in de doos gekeken: een mooie houten plank, best zwaar, met een groot gekarteld broodmes erbij. Mooie spullen, zo op het eerste gezicht.

Al met al was het best een raar gevoel, dat ik had. Maar, terug naar de orde van de dag, ging ik in de keuken brood klaarmaken voor onze lunch. Toen ik bezig was, riep Hans mij. Die man in de grijze Mercedes stond weer voor de deur. In eerste instantie was hij aan de overkant van de straat blijven staan en wenkte hij Hans om naar buiten te komen. Daar trapte Hans niet in. Hij gebaarde naar de man, dat hij maar naar onze voordeur moest komen. Zo gezegd zo gedaan. Bij de voordeur begon ‘de directeur van Solingen Nederland’ (die zichzelf later Henry noemde) weer over de pannenset, die ik wel zou kunnen gebruiken. Hans vond dat ik deze kwestie af moest handelen, dus hij riep mij. Mijnheer de directeur begon weer een heel verhaal over de pannenset, dat het prachtige pannen waren, goede kwaliteit, dat je geen boter of zo hoefde te gebruiken als je iets wilde braden of bakken in de pannen en dat hij de set echt kwijt wilde. Ik zei dat ik het allemaal maar raar vond, maar de man bleef lachen. Tegen een kleine vergoeding (!) mocht ik de pannenset zelf houden of weggeven. Toen begon het bij mij te dagen, dat er toch echt iets niet klopte. Ik vertelde hem, dat mijn man echt geen vergoeding wilde geven voor de pannenset en dat wij nog goede pannen hadden. Hij bleef een paar keer proberen, maar ik hield vol dat ik géén geld wilde betalen voor iets dat ik eigenlijk helemaal niet nodig had. Uiteindelijk vertrok Henry, de directeur van Solingen Nederland.

Tijdens onze lunch had ik het met Hans nog over de hele gebeurtenis en wij dachten allebei al dat er iets niet klopte. De doos stond nog op de keukentafel. Wij wilden die doos ’s middags meegeven aan vrienden van ons, die op bezoek zouden komen. Mooi cadeau toch?

Toen ik die middag met Iwan ging lopen, bleef het verhaal door mijn hoofd spoken. Wat een vreemd verhaal, wat een vreemde man en wat raar dat ik zomaar iets gekregen had van hem. Na de wandeling ben ik op internet gaan zoeken, met verschillende zoektermen: ‘directeur Solingen Nederland’ (geen Henry te vinden natuurlijk), ‘pannenset Solingen’, ‘messenset Solingen’…… De zoekresultaten leverden verschillende interessante items op, onder meer van Radar, Kassa en Opgelicht. Ook vond ik een aantal krantenartikelen en berichten van politie. Alle berichten vertelden over een man (of meerdere mannen) die aan de deur kwamen met een verhaal dat leek op het verhaal dat ik die dag gehoord had.

Zoals het volgende verhaal: Een man staat bij je aan de deur en begint een verhaal over een goed doel of over spullen die hij niet meer mee kan nemen. Of jij belangstelling hebt voor die spullen. Mooie verhalen, verteld door een charmante, goed uitziende man in een dure auto. De beschrijving van de man (niet te groot, goed verzorgd, charmant, goed gekleed, niet te groot etc., etc.) klopte helemaal. Ook de beschrijving van de (dure) auto paste helemaal in het plaatje.

Wat een verhaal! Hoe kan ik daar nu ingetrapt zijn? Wat stom! Ik ben altijd zo alert, vind ik zelf. Ik snap niets van de verhalen van oplichting die ik regelmatig lees. En nu? Nu ben ik er zelf in getrapt! Wat stom, wat stom!

Uiteindelijk heb ik een mailtje gestuurd naar de wijkagent, die het verhaal herkende en vertelde dat het ‘een bekende truc is, altijd hetzelfde verhaal, dat hij zijn spullen niet mee kan nemen. Deze personen trekken het hele land door en proberen burgers op te lichten…..rijden rond met een Duits of Zwitsers kenteken….’ En daar hebben Hans en ik nou net niet naar gekeken, naar dat kenteken. Terwijl dat eigenlijk altijd iets waar ik heel goed op let als iemand in een auto mij aanspreekt. Deze keer dus niet. Weer een les geleerd voor een volgende keer!

Onze vrienden konden ’s middags hartelijk lachen om het verhaal. Nee, zij wilden de doos met het prachtige cadeau niet meenemen. ‘Misschien zit er wel een zendertje in….’ Wij hebben er met zijn vieren hartelijk om gelachen.

En nu? Nu staat de doos (zie foto) bij ons in de kast. Wij laten hem voorlopig maar staan. Dat zendertje hebben wij trouwens niet gevonden (….). En gratis cadeautjes van charmante mannen in een mooie auto? Nee, daar trap ik niet meer in. Hopelijk jullie ook niet. Je bent gewaarschuwd!

Lia van Gool ( 2020)



Maart, wat een maand!

DONGEN Posted on za, april 11, 2020 22:39

(Met een proost op Gerard!)

De maand maart begon als een ‘gewone’ maand: druk, met elke dag wel een afspraak in mijn agenda. De kleurtjes van de verschillende afspraken overlapten elkaar soms. Op andere dagen stond er maar één ding in de agenda.

Begin van maart stond een afspraak met de mondhygiëniste in de agenda, niet mijn favoriete afspraak maar goed. ’s Avonds was er een prachtige Chinese film in het theater bij De Volckaert, dus dat compenseerde. Ook die week een afspraak in het ETZ voor een mammografie, voorlopig de laatste in een lange reeks de afgelopen tien jaar. Het vreselijke virus waarde toen al rond in Noord-Brabant, en ook in het ETZ, locatie Elisabeth. En daar moest ik die dag zijn. Niks aan de hand, alles ging gewoon door, zo op het eerste gezicht. De verpleegkundige die mij kwam halen, gaf mij gewoon een hand en ik gaf haar ook een hand. Zo, dat ging snel. Opgelucht ging ik weer naar huis. Bijna een hoofdstuk afgesloten. Maar toen kwam ik diezelfde dag een berichtje tegen op de sociale media: bij het ETZ mochten géén handen meer geschud worden! Pfff, ik was er die ochtend nog geweest. Ik werd er even niet blij van, maar maakte me verder niet zo druk.

Op de donderdag van de eerste maart-week moesten wij naar de crematieplechtigheid van de schoonvader van mijn lieve stiefdochter. In Nieuwkuijk. Gelukkig kon een afscheid van een overledene in die tijd nog gehouden worden, zoals je zelf wilde. In dit geval met heel veel bezoekers. Het werd een bijzondere plechtigheid. Degene die de dienst leidde, maakte een flesje bier open van een bekende brouwerij uit ’s-Hertogenbosch, schonk een glas in en zette het biertje op de kist. De overledene had jarenlang bij die brouwerij gewerkt. Wat een mooi gebaar. Het was een prachtige dienst, met veel mooie woorden (ook van mijn dappere stiefdochter), muziek en foto’s. De bijeenkomst werd afgesloten met een proost op Gerard, een proost op het leven. Degene die de dienst geleid had, nam een slok bier en nodigde iedereen uit voor de condoleancebijeenkomst in Rosmalen. Toen wij uit het crematorium kwamen, regende het dat het goot. De hemel had verdriet, zo leek het wel.

Gelukkig kreeg Gerard het afscheid dat hij verdiende, met een prachtige bijeenkomst na de crematieplechtigheid. Een bijeenkomst met veel mensen, veel omhelzingen, een goede sfeer ondanks de verdrietige reden waarom iedereen daar was. En eigenlijk werd het nog een leuke middag, voor zover je een dergelijke bijeenkomst leuk kan noemen. Het ene wijntje na het andere kwam op tafel en er waren hapjes. Soms leek het een echt feestje. Een bijzondere dag met een proost op Gerard! En knuffels voor mijn stiefdochter en haar vrouw.

De maand ging verder. Vrijdags gingen wij naar De Cammeleur voor de voorstelling van Enge Buren. Bijzonder was de vertolking van het Hazes-lied, dat achterstevoren werd gezongen in de ‘Leure Camm’. Het inspireerde mij tot een klein verhaaltje, dat ik ook achterstevoren heb geschreven, en dat nog complimenten kreeg van Enge Buren. Wat was de tijd toen nog normaal!

Het jazzconcert dat op die zondag gepland was, heb ik gelaten voor wat het was. Toen waarde het Coronavirus al rond in Brabant en de bezoekers van onze jazzconcerten behoren bijna allemaal tot de doelgroep. Dat, samen met het feit dat Hans flink verkouden aan het worden was, heeft mij doen besluiten thuis te blijven. Het leek een beetje op spijbelen, dat wel.

De maandag werd weer een spannende dag. Voor de laatste keer na mijn operatie (in september 10 jaar geleden), ging ik op controle bij de chirurg. Het zou een bijzonder moment moeten worden, maar omdat er al allerlei maatregelen genomen waren tegen dat vreselijke virus, werd het laatste bezoek aan de chirurg een beetje vreemd. Wel had zij goed nieuws: geen bijzonderheden. En na 10 jaar feliciteerde zij mij dan ook. Zonder een hand te schudden en zonder een knuffel. Vreemd.

In die week werd Hans ziek. Hij zat tegen een longontsteking aan, had vocht achter zijn longen en hoestte verschrikkelijk. Gelukkig had hij geen koorts, gelukkig geen Cornona…. De huisarts kwam snel. Hans kreeg medicijnen en knapte een beetje op. Maar na het weekeinde kwam de huisarts toch nog een keer. Die dag was Hans, in vergelijking met de week daarvoor, echt een stuk beter. Hij kreeg wel het advies van de huisarts om beslist niet naar buiten te gaan en om geen visite te ontvangen.

Op die dag werden de eerste Corona-maatregelen bekend gemaakt. Wat nu? Het voelde een beetje raar allemaal: zoveel mogelijk thuisblijven, alleen boodschappen doen, niet op visite, noem maar op. Je weet het allemaal.

Geen visites? En we hadden al zoveel gepland. Hup, de agenda rigoureus leeggemaakt. Wat een vreemd gevoel: de ene na de andere afspraak annuleren. Een agenda zonder afspraken, het ziet er nog steeds vreemd uit.

En dat thuiswerken? In het begin kwam het goed uit. Hans was ziek, dus het was prima dat ik thuis was. Dat gaf ook wel een gevoel van rust. Maar nu, na bijna 3 weken, begint het wel een beetje saai te worden. Gelukkig heb ik sinds deze week een laptop van mijn werk en heb ik ook deze week voor het eerst een overleg gehad, waarbij ik in ieder geval een aantal collega’s weer eens kon zien. Je merkt nu dat elke dag naar je werk gaan toch een hele sociale activiteit is.

Wat ik ook merk, is dat je anders naar dingen gaat kijken. Kleine dingen maken je blij: ik werd al helemaal gelukkig van een paardenbloem in de zon! En van het elke dag uitlaten van Iwan word ik ook nog steeds blij. Wel merk ik dat ik als een detective over straat loop: komt er iemand aan? En zo ja, houdt degene die aan komt lopen de anderhalve meter afstand in acht? Anderhalve meter is wel vijf (!) stoeptegels. En de stoepen zijn lang niet overal even breed. Soms valt het echt tegen en komen mensen op een halve meter langs je heen gelopen. Elke keer weer schrikken.

En boodschappen doen is helemaal geen pretje. Maar ik moest laatst toch wel even lachen toen ik bij een grote landelijke keten aan het winkelen was. Bij de ingang zat iemand die de winkelmandjes ontsmette. De smalle gangen en overvolle rekken en vele bezoekers zorgden voor een soort rondedans in de winkel. Mensen slopen langs de rekken, keken voorzichtig om een hoekje of er iemand aankwam en zochten dan een andere route, om elkaar toch maar niet te passeren op een kleine afstand. De rij bij de kassa was lang, omdat iedereen de 1,5 meter afstand hield. Toch was er iemand die de rij voorbij liep en vooraan wilde gaan staan. Maar zij werd wel teruggefloten door de wachtenden in de rij.

Door het mooie weer de laatste weken, was het ook erg druk bij de ijssalon ‘bij ons aan de overkant’. Voor de bezoekers bleek het lastig om de nieuwe regels te volgen en zij stonden dan ook vaak met te veel mensen binnen of zij hielden geen afstand en bleven op het terras dicht bij elkaar staan om een ijsje te eten. Dat was niet echt de bedoeling van de regels die ingesteld waren, toch? Maar er werd een oplossing gevonden! Het terras vóór de ijssalon werd omgetoverd tot een soort doolhof, met rood-witte linten, tafeltjes met teksten erop. Een heus ‘doolhof-traject’ om een ijsje te halen. De ingang aan de straatkant, ruimtes met een afstand van twee meter afgeplakt op de straattegels en de uitgang van de ijssalon vlakbij de deur. Het leek zo logisch! Toch bleek ook dat niet helemaal afdoende, het bleef te druk, er bleven te veel mensen hangen. Nu is er, naast het speciale traject, een andere oplossing bedacht: ijs wordt voorlopig alleen verkocht per halve liter of liter, zodat je thuis, lekker op je gemak, een ijsje kunt eten. Want, thuis is voorlopig even de beste plaats om dat te doen.

Tot slot. Hans heeft, door het verplichte thuis zitten, een nieuwe hobby gevonden. Wel een beetje een prijzige, maar goed, je moet wat als je al weken niet meer naar buiten bent geweest en ook de komende weken nog wel thuis moet blijven. Hans is online gaan winkelen. Zo heeft hij al een mooie broek voor mij gekocht bij een winkel in ’s Gravenmoer. Dat was een echte verrassing. Een verrassing die, prachtig verpakt en per speciale koerier, thuis werd bezorgd. En ook nieuwe gympen zijn besteld, bij een Dongense schoenhandel, in de buurt waar ik vroeger woonde. Wat denk je? Ook die gympen worden, als ze geleverd zijn, lekker thuisbezorgd. Ook per speciale koerier. Van mij mag het verplichte thuis zitten van Hans nog wel even duren.

Voor de lezers van dit verhaal: geniet van de mooie dingen die het leven je biedt, ondanks deze vreemde tijd. Misschien worden jullie ook, net als ik, gewoon blij van een paardenbloem in de zon of van de prachtige kleine narcisjes die nu volop bloeien op het Wilhelminaplein en in de Nieuwstraat!

Lia van Gool



Volgende »