Aartsengel?

(door Lia van Gool)

De eerste nacht lig ik met een nevelig
brein in mijn ziekenhuisbed. Ik word wakker en kijk met nog
halfdichte ogen naar het bed naast mij. Daar staat, voor mijn gevoel,
een engel. Hij is groot, denk ik, en hij is gekleed in een wit
gewaad. Ook hij heeft een lichtkrans om zijn hoofd.

Aartsengel Michael riep mij, zo leek
het. Klaar om naar zijn paradijs te komen? Nou, ik dacht het niet. Ik
heb tegen hem gezegd dat ik nog niet wilde komen, hoe mooi het daar
ook zou zijn. Bekijk het eens!

Zachtjes doet hij zijn werk, of werkt
een engel eigenlijk wel? Het beeld verdwijnt niet. De engel blijft de
hele nacht bij mij, heb ik het idee.

De tweede nacht is mijn koorts
verdwenen. Ik word wakker en zie weer de figuur die ik de vorige
nacht als engel dacht te zien. Nu zie ik dat het ‘gewoon’ een
mannelijke verpleegkundige is, die met een soort halogeen staaflampje
zijn werk doet. Natuurlijk wel in een wit uniform. Deze nacht zie ik
ook dat het een uniform is, geen gewaad. Ik krijg bewondering voor de
twee mannen die nachtdienst hebben. Je hoort ze namelijk helemaal
niet lopen, want zij droegen speciale ‘nachtdienst-sluipschoenen’.

Die ochtend zie ik dat Misha
nachtdienst had. Daarom heb ik hem Aartsengel Michael genoemd.

In mijn hoofd was het écht een engel,
met een stralenkrans om het hoofd. Dan besef je ineens hoe ver je weg
kunt zijn. Flarden van de Aartsengel bleven door mijn hoofd zweven.
Ook mijn overleden schoonzus was er en zij wilde dat ik kwam. Nou,
geen haar op mijn hoofd die daar aan dacht, ondanks dat ik niet
helemaal helder kon denken. En die haren, ja, dat waren er op dat
moment ook maar weinig…….

Misha komt opgewekt de kamer binnen.
“Wakker worden!” De Aartsengel uit mijn eerste nacht ontmaskerd.
De enige overeenkomst is nog de naam. De kleine ‘nachtdienstsluiper’
overdag in dienst.

Dan blijkt dat hij helemaal niet op een
engel lijkt en Misha is ook niet zo groot. Nou ja, het enige
engelachtige dat hij heeft, is dat hij heel goed voor iedereen zorgt.
Maar na zijn werk heeft hij een andere kant. Hij struint hij de
bouwmarkten in Tilburg af, omdat hij druk bezig is met het verbouwen
van zijn huis. Hoe ontgoocheld kun je zijn?