Kroeta

Ineens dacht ik deze week weer eens aan
Kroeta. Een opmerkelijke dame die jarenlang in Dongen woonde, in een
klein huisje aan de Gerardus Majellatraat. Kroeta, met haar lange,
grijze haren, haar zwarte kleding, een jas aan, die met een touw bij
elkaar werd gehouden…. Kroeta, zij hoorde echt bij Dongen. Zulke
mensen vind je niet meer in Dongen (of ik heb ze nog nooit ontdek).

Zij woonde ongeveer op de plek waar nu
een Chinees restaurant is. Vroeger was dat naast ‘de Kweekschool’.
Het huisje intrigeerde mij altijd. Het leek alsof er nooit gestoft
werd. De dingen die voor het raam stonden, zaten onder een dikke laag
stof. Als kind woonde ik in de Heuvelstraat. De route naar school en
naar de winkels liep langs haar huisje. Geen probleem, zou je denken,
maar Kroeta had honden. En die vond ik echt vreselijk. Ik was vroeger
erg bang van honden (dat zou je nu niet meer zeggen!!!). Ik probeerde
een andere route te zoeken, of ik liep aan de andere kant van de
straat, in de hoop dat de honden bij het huisje bleven. Soms liep ik
ook via ‘het steegje bij Koreman’. Dan moest ik door de
Kerkstraat naar huis. Dat was wel een stukje om. Maar die honden
tegenkomen, dat was erger.

De geruchten dat Kroeta (haar echte
voornaam was Drika), echt een rijke vrouw was, vond ik spannend. Ik
dacht altijd dat er bergen met geld gevonden zouden worden, als het
huisje na haar dood afgebroken zou worden. Maar daar heb ik niets van
gehoord.

Zoals ik al schreef, stond de Gerardus
Majella Kweekschool en de Havo naast het huisje van Kroeta. Zij had
het maar druk met het bijhouden van datgene wat de leerlingen deden.
Zij stond daar dan, met haar felle lichtblauwe ogen en zij keek je
recht aan. Heel doordringend kon zij kijken. Je zag in haar gezicht
iets van de mooie vrouw die zij ooit geweest moest zijn. Zij gaf
commentaar als de leerlingen dingen deden die haar niet aanstonden.
Dat deed zij botweg. Ik heb haar niet vaak hele zinnen horen spreken.

Toen ik een jaar of dertien-veertien
was, had ik hele lange haren. Dat vond Kroeta wel mooi, hoorde ik
haar weleens zeggen. Dat ik daarbij (dat kun je je nu niet meer
voorstellen, een kort rokje droeg, vond zij maar niks. Daar kreeg ik
dan ook commentaar op. “Geen gezicht, dat rokje!” En misschien
had zij toen wel gelijk……

In het najaar had Kroeta het druk met
het verzamelen van de kastanjes die uit de bomen vielen in de
Gerardus Majellastraat. Zij raapte die op, omdat de baldadige
schooljeugd haar daar anders mee bekogelde. Als zij gebeurde, liep
zij heel boos naar de gooier toe. Die wist dan wel heel rap weg te
komen.

Ja, ik heb Kroeta wel gemist, toen zij
er niet meer was. Het huisje was plotseling verdwenen. En die schat,
die achter haar huis zou moeten liggen, daar denk je nog wel eens
aan!