Liefde voor honden

Honden hebben altijd
al een rol gespeeld in mijn leven. Vroeger, omdat ik er bang van was.
Nu, omdat ik er van houd.

Vroeger had mijn oma
een hond. Het beestje zat altijd onder tafel. Toen ik, als kind, bij
mijn oma op bezoek kwam, beet die hond stiekem in mijn benen. Ik vond
het helemaal niks. Ook was ik bang voor de honden van Kroeta. Dat is
nooit meer over gegaan. Toen mijn oma nog meer honden kreeg, zoals
Pukkie en Peggy, was ik niet zo bang meer van die honden.

Een hond die mij wel
angst inboezemde, was Max, de hond van een vroegere vriendin van mij.
Als ik daar kwam, vond Max dat hij mij moest begroeten, ik vond van
niet. Hij was zwart en groot en enthousiast, tenminste in mijn
beleving. Als ik voorzichtig de poort opendeed, riep ik al uit de
verte: “Hallo Max, lieve jongen, nee niet springen…..” Mijn
vriendin moest daar vreselijk om lachen. Ik hoefde nooit te zeggen
dat ik eraan kwam! Uiteindelijk ben ik toch nog vriendjes geworden
met Max.

Daarna kwam de hond
van mijn zus, Mona. Een Labrador-kruising. Prachtig zwart en later,
toen zij wat ouder werd, kreeg zij een heel klein wit vlekje op haar
kop. Mona was een hele lieve hond. Helemaal gek op eten en
supernieuwsgierig. Als je riep: “Mona, daar komt een erwtje aan,
rende zij had naar de deur of naar het raam om te kijken wie er nu
weer aankwam.

En toen kwam mijn
eerste, eigen hond: Guido van ’t Adelaarsvaren, een prachtige Ierse
Setter. Wat een geweldig beest was dat! Mijn overbuurvrouw, die
altijd alleen maar Duitse herders had (zoals Edda en Hella), vond
Guido maar verwaand. “Wat zijn jullie toch een verwaand stel,”
lachte zij regelmatig. Guido hield namelijk helemaal niet van die
Duitse herders, die achter het gaas van de tuin, keihard naar hem
blaften! Mijn allerliefste Ierse Setter. Ik heb bijna dertien jaar
met hem door de straten van Dongen gelopen.

Er volgden meer
honden. Zo hebben Hans en ik drie Borissen gehad. De eerste was een
Berner Sennen. Een mooi beest, dat er niet van hield om aan de riem
te lopen. Hans liep wel eens op het Looiersplein met de riem in zijn
hand, zonder Boris, want die sjokte achter hem aan! Hilariteit alom.
Deze Boris ging met ons mee naar Huijbergen, naar het huisje van
pastoor Van Wezel, de vriend van mijn vader. Als je Boris dan los
meenam het bos in, draaide hij om. Hij ging voor het huisje liggen,
wachten tot wij terugkwamen. Boris twee was onze eerste Golden
Retriever. Rustig, lief en hij luisterde goed. Hij ging regelmatig
terug naar de eerste eigenaar, ‘op wip-verlof’. Met deze hond
werd gefokt.

Boris drie, de
tweede Golden Retriever was de vriend van Sammie, de Beagle van onze
vrienden. Het was liefde op het eerste gezicht, tussen Boris en
Sammie. Zij deden alles samen. Als Sammie kwam logeren, sliep zij op
het kleedje van Boris en Boris sliep op het vrolijk gekleurde kleedje
van Sammie. En Sammie kwam regelmatig logeren. De eerste keer zal ik
nooit vergeten. Sammie braaf in de keuken, terwijl Hans aan het koken
was. Toen Hans voor zichzelf een speklapje had gebakken, zette hij
dat op de keukentafel. Tenminste, dat was de bedoeling. Nog voor het
bord de tafel raakte, was het vlees al weg, op, verdwenen in de maag
van Sammie. Dat dit typisch Sammie-gedrag was, leerden wij vanzelf.

Zo was er die keer,
dat Sammie, thuis, op zoek was naar eten in de handtas van een van de
dames. Zij vond dat niet zo leuk en zij stuurde Sammie weg, nogal
dwingend. Boris, die natuurlijk ook mee was op visite, kwam snel
kijken wat er met zijn vriendinnetje aan de hand was. Hij ging tussen
de dame en Sammie in staan. De twee honden keken elkaar aan en
verdwenen, rug aan rug, naar binnen. Een andere keer logeerde Sammie
bij ons. Zij en Boris waren samen thuis. Toen ik thuiskwam, zag ik
een lege pot van de pastasaus naast Boris liggen. Vreemd, want Boris
haalde nooit eten weg. De pot was prachtig leeg gelikt, maar het
dopje was nergens te vinden. Pas twee dagen later vond ik het, met de
afdrukken van tandjes erin. Sammie had de pot ‘gewoon’
opengedraaid. En Sammie bleef bezig: zij at hele slagroomtaarten,
zelfs de taart die speciaal voor haar verjaardag was gemaakt,
ongekookte bloemkool, paaseitjes…..Wat at Sammie eigenlijk niet?

Sammie vond het ook
heerlijk om achter je te komen zitten als je niet helemaal met je rug
tegen de leuning van een stoel aanzat. Gezellig, dacht je. Maar daar
ging het Sammie niet om: zij was gefixeerd op het eten dat op tafel
stond. Als je even niet oplette, dan was dat eten weg! Dat gebeurde
ook toen er een feestje was en er allerlei lekkere dingen op tafel
stonden. Sammie zat gezellig bij één van de gasten op de stoel. Hij
smeerde een toastje, en ging, toen hij dat gedaan had, verder met
praten. Het toastje in zijn hand, maar dat duurde niet lang. Sammie
greep haar kans en: weg toastje. De man zat klaar om zijn, toen al
lege, hand naar zijn mond te brengen. De vingers nog gevormd alsof
hij een toastje vast had. Jammer: verdwenen!!

Na de dood van Boris
drie hebben wij even gewacht om een nieuwe hond te nemen.
Uiteindelijk kwam mijn allerliefste Iwan van Quirijnen, de
Labradorpup, mijn eigen Pagehondje: lief, wild, blond en helemaal
gek. De kennismaking met Sammie verliep wild en stormachtig: helaas
sneuvelde er een glazen tafeltje toen die twee door onze kamer
renden. Iwan bleek toch een beetje te druk voor de dame op leeftijd!

Sammie is ‘mijn
lieve schat’. Naast Iwan is zij de allerliefste hond die ik ken.
Zij is ook een beetje ‘mijn hondje’. Zij is altijd blij als wij
op bezoek komen. Iedereen in het appartementencomplex waar Sammie nu
woont, weet wanneer Hans en ik er zijn. De blaf van Sammie klinkt dan
door het hele gebouw.

Inmiddels heeft
Sammie de respectabele leeftijd van dertien jaar bereikt. Ze is een
eerbiedwaardige oude dame geworden. Maar haar streken heeft zij nog
niet verloren. Nog steeds is zij gefixeerd op eten, nog steeds
dartelt zij als een jonge hond door de Belgische Ardennen.

Dag Sammie, ik ga je
missen als je er niet meer bent. Voor mij ben jij een van de
allerliefste honden die ik ooit heb leren kennen. Wat houd ik van
jou. Maar natuurlijk houd ik nog meer van ‘onze Iwan’. Hij blijft
op de eerste plaats staan. Daar kan zelfs Sammie niet tegenop.