Zweefvliegen

Zweefvliegen, zweef vloog, gezweefvliegd, ik zweefde vlieg, ik zwoef vloog, ik heb zweefgevlogen…….Als je aan het werkwoord zweefvliegen denkt, denk je meestal ook wel aan de vervoeging van dat werkwoord. Even het ouderwetse papieren Groene Boekje voor de dag gehaald en ik ben eruit: ik heb gezweefvliegd! En zo is het.

Enige maanden geleden kreeg ik van mijn overbuurman een naam door van iemand die lid is van de GLC Illustrious in Gilze Rijen. Mooi, weer een onderwerp voor de krant! Dus ik mailde naar het e-mailadres dat ik had gekregen: geen antwoord. Ik wachtte een paar weken (want ik heb eindeloos geduld) en mailde nog een keer: weer geen reactie. Dat vond ik toch wel vreemd. Mijn buurman nog een keer in zijn kraag gegrepen (figuurlijk dan). Van hem kreeg ik wel een reactie: hij had het foutieve e-mailadres aan mij doorgegeven. Hup, een nieuwe poging, met resultaat. De man die ik gemaild had, belde mij op. Hij wilde graag meewerken aan een interview en, als ik dat wilde, mocht ik meevliegen. Op mijn eerste spontane reactie ‘ik heb hoogtevrees’, kwam het kalme antwoord dat dat niet uitmaakte. In de lucht zou je dat niet merken. Met lood in mijn schoenen maakte ik een afspraak. Gelukkig lag die afspraak op dat moment nog een paar maanden in de toekomst. Zo, daar kon ik me op mijn gemak op voorbereiden. De datum stond met grote rode letters in mijn geheugen gegrift. En die rode datum kwam steeds dichterbij. Gelukkig werd ik eerst nog afgeleid, omdat ik thuis een feestje wilde geven. Die datum was belangrijker en gelukkig ook lang niet zo eng.

Maar, zoals dat gaat, de ene datum is voorbij en de volgende dient zich aan. Juist! Die met die grote rode letters. In de week vóór mijn interview was het weer niet zo best. Als ik ’s nachts wakker werd, was ik daar blij mee. Ik zou dan in ieder geval niet de lucht in hoeven. De dagen verstreken, de dromen werden heftiger. Toch brak de dag aan van mijn afspraak. Hans ging met mij mee. Normaalgesproken gaat hij nooit mee naar een interviewafspraak, maar deze keer vond ik het wel prettig. Een beetje mentale ondersteuning, zal ik maar zeggen.

Onderweg naar Gilze Rijen regende het een beetje, miezerig weer was het. Ik zei nog tegen Hans dat ik hoopte dat het vliegen niet door zou gaan. Het weer was toch te slecht…..

Wij werden gastvrij ontvangen in het clubgebouw van de vliegclub. De aanwezigen kletsten wat met elkaar, dronken koffie en keken naar buiten. Normaalgesproken zouden de vliegtuigen om elf uur de lucht ingaan. Nu moest eerst afgewacht worden wat voor weer het werd. Het verlossende woord kwam: ‘we gaan vliegen!’ Rond één uur ’s middags zouden de buien wegtrekken en zou het vliegweer worden. Spannend. Om de tijd te overbruggen zijn Hans en ik even bij een bekende horecaketen in de buurt wat gaan eten. Het regende…..Even kijken op buienalarm: om één uur wordt het droog. Ben benieuwd. Wij waren op tijd weer bij het gebouw van de vliegclub. Vandaar uit moesten wij, onder begeleiding, naar de vliegbasis. Rijdend over de prachtig aangelegde wegen van de vliegbasis, kwamen wij bij de hangar van de vliegclub. Er stond al een vliegtuigje klaar. Pfff, toch wel klein om met zo’n ‘ding’ de lucht in te gaan. Er werd hard gewerkt door de aanwezigen (behalve Hans en ik dan) om de vliegtuigjes vliegklaar te maken. Grondige inspectie vooraf, tussendoor toch nog maar eens kijkend naar de donkere lucht…. Goed, het was zover, de vliegtuigjes werden naar de plaats van vertrek gebracht. En toen was het wachten. Wachten tot er nog iemand anders gevlogen had, wachten tot de regenbuien voorbij waren. Voorlopig werd ik nog niet minder zenuwachtig. Zou ik wel in dat vliegtuigje kunnen stappen? Het leek wel heel erg hoog, zo’n instap….Misschien…..Nee, kom op Van Gool, zei ik tegen mijzelf. Hup, niet zeuren, mee!

En, uiteindelijk, toen de hoosbui voorbij was, liep ik naar het vliegtuigje. Gelukkig, het lukte om in te stappen. Ik werd helemaal ingesnoerd en het moment was daar. Wat een ervaring. Vergeten was het moment van opstijgen, dat ik in een gewoon vliegtuig soms wel eng vind. Dan doe ik mijn ogen nog wel eens dicht. Nu niet. Door de plexiglazen koepel kon ik alle kanten uitkijken. Omhoog, omlaag, opzij…..Aan de linkerkant was de lucht dreigend en zwart door de regenbuien die er toch weer hingen. Aan de andere kant scheen de zon. Natuurlijk, want daar lag Dongen!! De prachtige koepel van de Laurentiuskerk schitterde in de zon. Wat mooi! Wauw, wat een ervaring. Ik was helemaal niet bang. Het was helemaal niet eng. Héél bijzonder! Ik heb in een zweefvliegtuig gezeten! Nooit gedacht dat ik dat ooit nog eens zou doen! Het was een superervaring. Dank je wel aan degenen die dit mogelijk hebben gemaakt! Echt geweldig!!!!