Glitters

Het is weer bijna Kerst. Tijd van veel lichtjes in huis, kaarsjes en glitters. Heel veel glitters. In deze tijd van het jaar zijn er veel spullen te koop waar glitters op of in verwerkt zijn. Maar eigenlijk houd ik het hele jaar door wel van glitters. Volgens Hans ben ik soms net een ekster: alles wat glittert en glinstert vind ik mooi, denkt hij. Toch is dat niet zo. Ik ben, denk ik zelf, best wel kieskeurig.

Rond de Kerst geniet ik het meest. De etalages glitteren je tegemoet, er zijn mooie glimmende kerstballen te koop en er hangt héél veel kleding met glitters in de winkel. Kleding, die naar mij roept: ‘koop mij, koop mij…..’ Kleding die in de winkels moet blijven hangen, helaas.

Als ik zo eens rond kijk in mijn kledingkast, zie ik ook wel wat glitters. Een trui met een mooi zilveren randje, een glitterpanty, een jasje, dat helemaal zilver is en aan alle kanten glittert als ik het aan heb. Maar wanneer doe je zoiets nou aan? Juist: bijna nooit! En wat denk je van de sieraden die in mijn kast en lades liggen te glimmen? Prachtige oorbellen van Swarovski, die glimmen bij elke beweging die ik maak. En dat hangertje, dat ook zo mooi glimt. En dan is er nog dat sieradensetje, helemaal compleet: een ketting, oorbellen én een armband. Zo mooi! En toch draag ik dat alleen bij bijzondere gelegenheden. En hoe vaak heb je die? Juist: bijna nooit. En wat denk je ervan, als je langs de plaatselijke juwelier loopt en er komt iemand naar buiten gerend, die vertelt dat zij iets moois heeft besteld: echt iets voor jou, Lia! Helaas is die mooie armband al verkocht als Hans hem voor mij wil gaan kopen…….

En wat denk je? Gisteren was ik in het gezelschap van twee van mijn tantes, de overbuurvrouw van een tante, de vrouw van mijn neef, de man van één tante en Hans. In dat gezelschap heb ik het onderwerp ‘glitters’ ook even op tafel gegooid. De verhalen komen los. De vrouw van mijn neef vertelt over haar prachtige jurk met glitters. Ik heb het natuurlijk over mijn eigen glitter-verslaving. En Hans? Die reageert voorspelbaar. Hij vindt die glitterkleding écht niet mooi en zelf een tikje ordinair. Dat mag, maar de dames in het gezelschap zijn het daar niet mee eens. IJverig gaan de dames verder met datgene waar zij voor gekomen zijn: knutselen. De mannen gaan doen waar zij goed in zijn: boodschappen. De middag kabbelt voort. En wat denk je? Als één tante naar huis gaat, krijgt ik van haar een ketting met, wat denk je?, glitters. Prachtig en gelukkig ook goed draagbaar. Ik weet nu al precies bij welke jurk ik díe ketting zal dragen.

Ik heb een besluit genomen. Deze Kerst wordt het anders. Dan ga ik alle glimmende dingen die in mijn kast liggen of hangen dragen. Dan lijk ik zelf nog het meest op een kerstboom! Maar wat denk je? Uiteindelijk zal ik ook dat niet doen. Ik zie het al voor me, als ik met Iwan ga wandelen, ’s morgens vroeg op eerste Kerstdag. De deuren van de Laurentiuskerk staan al open. Het orgel klinkt. Mensen gaan met hun mooie kleding aan naar de kerk. En ik? Ik loop er als een kerstboom bij, alleen om de hond uit te laten. Nee, ook deze keer blijven al die mooie glimmende dingen in kast, lade of doosje hangen of liggen. Kunnen al die glimmende dingen ook in de zomer? Dan doe ik alles aan als het hoog zomer is. Of, wat denk je? Nee, toch maar niet. En intussen? Intussen ben ik tóch blij met al die glimmende dingen. Want, misschien lijk ik inderdaad wel op een ekster: ik houd er zo van!!!

Voor iedereen: een fijne, glimmende Kerst!!!