Tante Bertha

Toen
een van mijn tantes deze week op bezoek was (oké, ik zeg nu tante, maar zij is
maar zes jaar ouder dan ik, dus je kunt je voorstellen, dat de benaming ‘tante’
altijd achterwege blijft), hadden wij het over Tante Bertha. Nee, niet de tante
Bertha, die overigens ook maar zes jaar ouder is dan ik, die regelmatig
aanschuift bij Hobbyclub De Grijze Duif, maar Tante Bertha van vroeger. Mijn
tante en ik weten nog precies hoe Tante Bertha er uit zag. Eigenlijk was het
helemaal geen tante. Het was een vriendin van mijn oma. En, zoals dat vroeger
ging, zo iemand noemde je tante. Ook herinnerden wij ons Ome Piet nog: een man
met een lange neus. Hij liep altijd keurig in een pak en had een ‘kale kop’.
Hij rookte sigaren en dat rook je ook aan hem.

Tante
Bertha kwam vaak bij oma. Zij kwam dan ‘buurten’ of misschien meer: roddelen.
Want iedereen ging wel eens over de tong, zoals dat gaat als goede vriendinnen
aan het kletsen zijn. Tante Bertha woonde vroeger in Breda. Zij ging, met haar
man en kinderen in Dongen wonen. Niet zover bij mijn oma vandaan en niet zover
van de straat waar ik nu woon.

Tante
Bertha zag er altijd op en top uit. Haar kleding was piekfijn. Heur haar was
prachtig gekapt en zij was altijd helemaal opgemaakt: veel rouge en natuurlijk
ook lippenstift; de lippenstift om haar smalle (en ietwat zuinige) mond extra
aandacht te geven. Ja, Tante Bertha was, voor haar leeftijd, echt een mooie
vrouw. Alleen haar parfum, zo weten mijn tante en ik nog, die was echt
verschrikkelijk. “Zij stonk!”, lachte mijn tante afgelopen weekend nog. En dat
was ook zo. Maar dat nam niet weg dat mijn oma en Tante Bertha échte
vriendinnen waren.

Mijn
tante weet zich nog te herinneren dat Tante Bertha altijd heel erg aardig was
tegen haar. “Altijd heel vriendelijk en zij maakte altijd een praatje met mij
als ze kwam.” En als Tante Bertha kwam, dan dronken mijn oma en zij een kopje
thee, met daarbij een koekje. Een frou-froutje of een café noir: echte koekjes
van vroeger. En Tante Bertha sopte die koekjes altijd in haar kopje thee, om
het koekje (of wat daar van over was) met veel plezier op te eten.

Ik
ging vroeger wel eens met mijn ouders op bezoek bij Tante Bertha en Ome Piet.
Wat mij is bijgebleven, is dat het altijd een beetje vreemd rook in dat huis.
En het was er altijd donker, heel erg donker. Ik vond het er een beetje eng.
Mijn tante kwam er ook regelmatig. Zij weet nog dat er, naast het huis van
Tante Bertha en Ome Piet, een huis stond met een grote poort. “Daar ging ik
spelen met de kinderen die daar woonden.”

Een
tijdje terug liepen mijn tante en ik door de straat waar Tante Bertha vroeger
woonde. Wij stonden voor haar huis, haalden herinneringen op, moesten lachen….
En net op dat moment kwam de huidige bewoonster van het huis naar buiten. Wij
vonden dat echt een vreemd toeval, zagen niet die bewoonster, maar Tante Bertha
voor ons. De vrouw snapte niet waarom wij zo moesten lachen. Wij hebben maar
verteld, dat er vroeger iemand die wij kenden in dit huis had gewoond. En dat
snapte zij. Dat de huidige bewoonster naar buiten kwam was trouwens ook gewoon
toeval: zij dacht dat er iemand voor haar deur stond (dat klopte, want dat
waren mijn tante en ik) en haar bel deed het niet!

Mijn
tante en ik zijn lachend verder gelopen. Wat een leuke dag was dat. Net als
afgelopen zondag, toen mijn tante, Hans en ik urenlang op het terras hebben
gezeten bij ‘Janssen en Janssen’. Genieten van een drankje, een heerlijke
lunch, het mooie weer, maar vooral van elkaar. Met dank aan Tante Bertha! (Zij
is de dame op de foto rechts).

Lia van Gool