De vurm weer opbouwen

Toegegeven, Hans en ik waren niet in vurm dit jaar met carnaval. De enige bij ons in huis die in vurm was, was onze Iwan. Hij heeft genoten de vier dolle dagen in het Peejenrijk.

Het begon al op vrijdagavond. Eerst kwam de jeugd Raad van Elf langs, met Jeugdhofkapel, dus ik keek even naar buiten, de gordijnen open en even gluren. Iwan keek mee, hij wilde alles zien. Even later kwamen de volwassenen langs, d’n Adjudant (bij ons uit de straat) voorop! En daarna de stoet van Prins, Raad van Elf en natuurlijk de muziek. Iwan had het prima naar zijn zin. Hij bleef kijken en enkelen uit het gevolg van de Prins zwaaiden naar hem. Toen ik voor de derde keer muziek hoorde, vond ik het wel prima, maar Iwan keek mij aan van ‘gaan we niet kijken’. En nee, die derde keer dus niet.

Toen ik hem ’s avonds nog even uitliet, was het ook weer raak, want er liep een aantal carnavalsvierders op straat. Daar moest Iwan toch eens even goed naar kijken. Wat een vreemd volk dat zomaar in zíjn buurt liep. Dat moest hij in de gaten houden. Het kostte dan ook enige moeite om hem mee naar binnen te krijgen.

Zaterdag had Iwan het helemaal naar zijn zin. Eerst kwam ik een bekende wildplasser tegen…..Later liep een aantal carnavalsvierders ons tegemoet, met weer een bekende erbij. Die had al genoeg gedronken, denk ik, want hij vond mij de liefste vrouw uit de hele straat. Best leuk, toch? Later liep een grote stroom carnavalsvierders vanuit de Oude Baan de Tramstraat in: spannend! De carnavalsvierders bleven komen, en ook toen kwamen we weer een bekende tegen, die even een praatje wilde maken. En ik mocht zelfs mee carnaval gaan vieren! Iwan had het naar zijn zin, want hij kreeg wéér aandacht. En een stukje verderop kwam een carnavalsvierder naar hem toe om hem nog eens extra aan te halen. Iwan wilde best mee de kroeg in, maar daar vind ik hem nog te jong voor!

En zo werd het later op carnavalszaterdag, de avond duurde lang en was weer gezellig voor Iwan. Op zondag was het gelukkig droog tijdens de Grote Optocht. Hans kon helaas deze keer niet mee naar buiten om naar de optocht te kijken, maar een bijna verloren gewaande vriendin had de weg naar ons huis weer gevonden, zodat ik samen met haar naar de optocht kon kijken. Gelukkig bleef het droog die zondagmiddag. Jammer was het van de muziekterreur bij ons aan de overkant. De kinderen van iemand bij ons uit de buurt vinden het elk jaar weer nodig om grote boxen neer te zetten, waaruit oorverdovende muziek komt. Echt verschrikkelijk! De muziek uit die boxen overstemde zelfs het geluid van de muziek uit de carnavalsoptocht. En dat wil toch wel wat zeggen. Vriendin en ik hadden die middag een paar keer de neiging om de elektriciteitsdraad, die vanaf het huis van moeder uit naar de hoek liep, door te knippen. Degenen die de muziek bij zich hadden, stoorden zich er niet aan. Zij keken niet eens naar de optocht, zo leek het, maar hadden het te druk met drinken en kletsen. Sommigen zelfs met oordopjes in, om hun eigen muziek maar niet te hoeven horen. En de kleine kinderen die erbij waren, mochten niet in de buurt van de boxen komen, omdat de muziek zo hard stond. Gelukkig was de optocht afgelopen en konden we weer naar binnen, even een heerlijk wijntje drinken. De muziekterreur was helaas nog niet voorbij, die duurde nog wel even. Hopelijk volgend jaar beter!

Zondagavond weer een rondje met Iwan. Een eenzame dronken carnavalsvierder viel deze keer op zijn knieën voor mijn hond. Hij werd beloond met een kus. De jongeman vroeg of mijn hond een jongen of een meisje was, toen ik zei dat het een jongen was, kwam het antwoord: “Jammer, anders was dit de eerste kus die ik vandaag van een meisje had gekregen….” Gelukkig was de avond nog jong. Te hopen voor die carnavalsvierder dat de kus van Iwan niet de enige was deze carnaval.

En zo ging de zondag over in de maandag. Al om een uur of acht ’s morgens zagen wij mensen verkleed lopen, op weg naar het Pyamabal. Daar heb ik altijd bewondering voor, voor de mensen die op maandagochtend al zo vroeg de kroeg in gaan. In mijn tijd als carnavalsvierder had ik daar op maandagochtend echt geen puf voor….. Ook op die maandagochtend waren mensen van de gemeente al druk bezig om confetti weg te blazen en andere troep op te ruimen. Eén bewoonster van de huizen langs het parcours van de optocht was ook aan het werk in haar tuin. Zij mopperde over de troep die in haar tuin lag. De blazers van de gemeentemedewerkers bliezen de confetti dan wel van de stoepen, maar die kwam dan weer haar tuin in. Zij vertelde over de rommel die zij elk jaar met carnaval weer vond in haar tuin, om het hier maar niet te hebben over andere dingen die ook in de tuin werden gevonden. En zij vroeg wanneer ik weer eens een column ging schrijven: vandaag dus!

De kinderoptocht heb ik dit jaar overgeslagen. Ik vond het echt veel te koud om in mijn eentje buiten te gaan staan. Iwan wilde wel kijken, maar ik heb hem toch maar mee naar binnen genomen.

Dinsdag was er bij ons in de buurt niet veel te merken van carnaval, tot dinsdagavond met de Lampjesoptocht. Het was weer leuk om naar te kijken, hoewel de magie van de eerste Lampjesoptocht verdwenen is. Die eerste keer werden de straatlantaarns nog handmatig gedoofd, ook bij ons in de straat. Het geluid werd daardoor anders op straat. De auto’s maakten andere geluiden, je hoorde de mensen praten. Het was zelfs een beetje spannend, omdat je niet wist wat je moest verwachten. Die magie is nu weg, maar dat wil niet zeggen dat de optocht daardoor minder mooi was om naar te kijken. Het was weer geweldig. Wat hebben de wagenbouwers weer hard gewerkt dit jaar! Chapeau!

En nu is het al weer donderdag, een waterig zonnetje schijnt door de Peejenrijkse ramen. Het gewone leven is weer op gang gekomen. Op naar carnaval 2020, nog bijna een jaar om weer de juiste vurm te krijgen!