Carnaval 2020 is weer voorbij. Het zal niemand ontgaan zijn, dat de vier vrolijke dagen dit jaar wat anders zijn verlopen dan normaal. Gelukkig hebben we de denderende stormen en de vele regenbuien overleefd en de optocht ging, uiteindelijk, nog door op dinsdag. Wel vreemd trouwens, een optocht op dinsdag, die niet de Lampjesoptocht was. Maar het was weer genieten, dat wel. Niet om iemand voor het hoofd te stoten, maar de wagen met al het prachtige fruit was hier favoriet, en ook de groep die de gaten in de optocht vulde met gedichten en lezingen (al dan niet uit eigen werk), scoorde hier hoge punten.

En natuurlijk gebeurde er weer van alles op straat dit jaar. Hoewel, ook op straat was het dit jaar opvallend rustiger dan andere jaren. Het scheelde natuurlijk dat er, in het centrum, weer een kroeg minder was voor de kroegentocht.

De feestende mensen die wel op straat liepen, en dan vooral degenen die dat deden tijdens mijn laatste rondje met Iwan, trokken wel de aandacht van Iwan (en ik moest dan natuurlijk even meekijken).

Eén van onze buurtgenoten stak, helemaal verpakt en onherkenbaar, de straat over, net toen ik met Iwan naar huis wilde lopen. Hup, vier poten strak op straat en ook ik moest stoppen, omdat Iwan even naar die vreemde man wilde kijken. Gelukkig deed hij zijn verpakking gedeeltelijk open en ik kon zien wie het was. Goed volk, maar dat had Iwan natuurlijk al lang gezien. Mijn buurgenoot werd vergezeld door iemand uit Amsterdam (!) die eens kwam kijken in het Peeënrijk. En ik moet zeggen, hij leek die avond redelijk ingeburgerd, maar dat kon al bijna niet anders, als ik hoorde hoeveel kroegen de mannen al bezocht hadden die dag. Na een laatste knuffel voor Iwan, gingen de twee verder, want carnaval was nog lang niet voorbij.

Op een andere avond kwam ik een familielid tegen, met vrienden. Zij hadden net gegeten bij ons in de buurt en er stond een taxi klaar om een deel van het gezelschap naar huis te brengen (nee, mijn familielid niet, die kon gelukkig nog naar huis lopen, gezien de afstand). Iwan scoorde weer veel knuffels. Hij kreeg er echter genoeg van toen één man van het gezelschap hem hardnekkig ‘Golden Retriever’ bleef noemen. Dat moet je natuurlijk niet zeggen tegen een Labrador als Iwan. Hij zocht snel zijn heil bij mijn familielid, die snapte wat Iwan bedoelde, omdat zij zelf ook een Labrador heeft. Na al die knuffels en lastige gesprekken konden wij eindelijk weer naar huis.

De volgende dag, aan het eind van de middag, ging ik met Iwan een rondje Wilhelminaplein. Iwan geniet elke dag met volle teugen van het nieuw ingerichte plein. Wat een snuffelplekken zijn erbij gekomen, echt heerlijk (voor Iwan dan). Vanwege het weer kortte Iwan het rondje drastisch in. Zo gebeurde het, dat Iwan en ik langs de Boerenbond liepen, aan de kant van het Wilhelminaplein. Aan die kant is een aantal parkeerplaatsen aangelegd, met bosjes ernaast. Tussen de bosjes is genoeg ruimte, zodat je gemakkelijk naar je auto kunt lopen of kunt oversteken. Deze keer zag ik echter iets anders.

Tussen twee bosjes stonden twee meiden, nog geen 20, denk ik. Het ene meisje zat op haar hurken, het andere meisje stond er lachend bij. In eerste instantie dacht ik echt ‘wat is dit nou?’ Iwan wilde al gaan kijken, want hij ziet natuurlijk niet zo vaak meiden die op hun hurken zitten bij een struik. Mmmm, dacht ik, ik zal Iwan maar even met een bochtje om die meiden heen laten lopen. En dat was maar goed ook, want het meisje op haar hurken was ‘sanitair aan het ontspannen’. Een prachtige term, die ik een tijdje geleden eens hoorde tijdens een avondje met vrienden (na een glaasje wijn of twee, drie…). Een term die ik altijd onthouden heb en die op deze carnavalsstad ineens weer in mij opkwam.

Ja, sanitair ontspannen is denk ik wel de beste uitdrukking van datgene wat het meisje aan het doen was. Het ging in ieder geval gepaard met veel gelach en gegiechel.

Maar dat was het nog niet. Onder het afdak bij genoemde winkel, stonden drie jongens, die blijkbaar bij het gezelschap van de meiden hoorden. Eén van de jongens kwam naar Iwan toe, die zijn neus meteen in het kruis van de jongen duwde. Die schrok even, omdat hij zuinig was op zijn edele delen. Gelukkig had Iwan net gegeten.

De jongen vroeg aan mij of ik iets gezien had bij de bosjes? Nee hoor, en Iwan ook niet. Iwan mocht van mij niet naar de meiden toe, zei ik. “O, heb je de k*t van S. dan niet gezien?”, vroeg de jongen vervolgens. “Nee hoor, ik heb niets gezien en de hond ook niet.” Dat stelde de knul gerust. Hij vond mij ‘een goede moeder’….. Na dat compliment kon ik mijn wandeling weer voortzetten. Wel met een glimlach op mijn gezicht.

Het bovenstaande verhaal is natuurlijk best grappig. Maar je zult als vrouw maar hoge nood hebben onderweg. Jij kunt niet tegen een muur aan gaan staan om sanitair te ontspannen. Openbare toiletten voor vrouwen zijn helaas bijna nergens te vinden. Op het Wilhelminaplein staat het prachtig opgeknapte gebouwtje met een urinoir en als er iets te doen is in Dongen worden vaak verplaatsbare paspalen (of hoe noem je die dingen) neergezet. Maar nergens staat er ooit een openbaar toilet voor vrouwen. O ja, behalve bij het Oranjeparkfestival, daar dan weer wel.

Maar wat doe je als vrouw, als je echt moet plassen en er is nergens een winkel, kroeg, gemeentehuis of Cammeleur te vinden waar een toilet is? Juist, dan ga je sanitair ontspannen in de bosjes, ook al is dat verboden, je krijgt er toch een ontspannen gevoel van als je klaar bent!

Lia van Gool