(over ziekenhuizen, chauffeurs, kibbeling, liften en QR-codes en ja, ook over de vaccinatie)

Stel je voor: je moet voor een operatie naar een ziekenhuis, waar je nog nooit geweest bent. En je moet daar ’s morgens om kwart voor zeven (06.45 uur) zijn. Het overkwam Hans. Hij moest geopereerd worden in het Sint Antoniusziekenhuis in Nieuwegein. Niet echt naast de deur, maar ook niet helemaal aan de andere kant van de wereld. Het nadeel: tijdens het verblijf in het ziekenhuis moest ik natuurlijk elke dag naar Nieuwegein. Helaas doen mijn voeten niet altijd wat ik wil, dus ik rijd niet zo graag zo’n stuk over de snelweg. Gelukkig hebben wij een vrienden- en kennissenkring met mensen die altijd voor ons klaar staan als het nodig is. Zo werd er snel een aantal chauffeurs gevonden. Wat een luxe en wat waren wij daar blij mee!

Ondanks het feit dat de ziekenhuizen in deze tijd regelmatig helemaal vol liggen, en het feit dat operaties regelmatig uitgesteld worden, kon Hans op redelijk korte termijn (ongeveer één maand) terecht in het ziekenhuis. Eigenlijk best wel snel, toch? Dankzij deze vreemde tijd vonden alle voorbereidingen, behalve het prikken van bloed dan, telefonisch plaats. Vreemd. Je hoorde een stem aan de telefoon, die het over jou had. Hoe die persoon aan de andere kant van de telefoon eruitzag? Geen idee. Opvallend was wel dat iedereen, van uroloog tot anesthesist en van verpleegkundige tot apotheker, heel veel tijd voor Hans had. Echt heel veel tijd. En de uroloog, die het verloop van de operatie al uitgelegd had aan Hans, nam daarna gewoon nog even de tijd om het verhaal, in een kortere versie, aan mij te vertellen. En zo kropen de weken voor de operatie voorbij.

De dinsdag voor de operatie is Iwan toch maar gaan logeren bij zijn peettante en peetoom in Tilburg. Anders had ik op woensdagochtend om vijf uur (!) mijn rondje Oranjeplein moeten lopen. En dat was toch wel héél erg vroeg. Daar komt bij dat Iwan, peettante en peetoom, een logeerpartij altijd een feestje vinden.

Woensdagochtend, stipt kwart voor zes, stond onze chauffeur van dienst voor de deur. En daar gingen wij met een grote weekendtas vol spullen, nog een beetje slaperig, op weg. Gelukkig was onze chauffeur goed wakker.

Over de relatief rustige snelweg, reden wij richting Nieuwegein. Tot aan de afslag naar het ziekenhuis, via De Weg naar de Poort, ging het goed. Op het bord naar de afslag was niet helemaal duidelijk te zien of dat de richting was naar alleen de spoedeisende hulp, of ook de afslag naar de hoofdingang. Geen idee, maar het was nog vroeg en we hadden tijd genoeg. En het bord dat wij de eerste keer hadden gezien, was het enige juiste bord en de enige juiste afslag naar het ziekenhuis. Maar het werd nog onduidelijker. Waar was nu de hoofdingang? Uiteindelijk zagen wij een bord ‘brengen en halen personen’. Dat bord wees ons de weg naar de hoofdingang. En daar gingen wij, Hans en ik. Onze chauffeur moest helaas buiten wachten.

De grote hal van het ziekenhuis was helemaal donker. Niemand te zien aan wie je kon vragen waar wij moesten zijn. Of toch? Ja, uiteindelijk wel. Wij moesten de duistere gang doorlopen, tot aan de centrale hal. Daar zat een beveiliger en die zou ons de weg kunnen wijzen. Dat kon hij gelukkig ook. De blauwe liften moesten wij hebben. Later bleek dat er ook nog groene liften waren……

Goed, tot zover ging het goed. Vervolgens de intake vóór de operatie, die ging ook goed. Hans moest naar de voorbereidingskamer en toen mocht ik niet mee. Kon ik weer naar huis. Na de operatie zouden ze bellen van de afdeling of alles goed was gegaan. De specialist zou zelf niet bellen. Dus ik naar huis. Rond 8 uur ’s morgens was ik alweer terug in Dongen. Wachtend op een telefoontje. Op bezoek gaan die middag, dat mocht niet. Het bezoekuur was pas om 5 uur ’s middags.

Het werd een lange ochtend. De tijd kroop vooruit, 9 uur, 5 over 9…..o, ineens half 10, kwart voor 10, nog steeds geen berichtje. Zou mijn telefoon het wel doen? Ja hoor, er belde iemand van een of ander energiebedrijf….nou dat weer. En de tijd bleef vooruit kruipen. Uiteindelijk, rond 11.00 uur, belde de specialist. De operatie was technisch goed gegaan en het hart van Hans had zich goed gehouden. De verwachting was dat Hans rond 2 uur ’s middags op de afdeling zou zijn. Mooi, dat stelde me weer gerust.

Rond 4 uur stond dezelfde chauffeur die ’s morgens om kwart voor 6 gereden had, weer voor de deur. Hup weer naar Nieuwegein, voor de tweede keer die dag. Bij de ingang van het ziekenhuis moest je je melden met een QR-code. Bij die code stond het patiëntnummer en pas als dat allemaal gecontroleerd was, mocht je doorlopen. Per patiënt mocht er maar één persoon per bezoekuur komen en je mocht niet wisselen tijdens het bezoekuur, dat toch 3 uur duurde!

En wat was het fijn om Hans weer te zien. Hij had praatjes genoeg. Gelukkig. Tijdens het bezoekuur kwam de uroloog nog even langs. Hij kon mij meteen uitleggen hoe een en ander was gegaan tijdens de operatie.

Zo regen de dagen zich aaneen met een vast ritme. ’s Morgens op mijn gemak Iwan uitlaten, met Hans bellen of appen, boodschappen doen en ’s middags weer op bezoek. Het was trouwens wel grappig om te zien hoe Iwan zich gedroeg. Elke keer als ik hem uitgelaten had, stond hij in de gang naar boven te kijken en te luisteren of Hans daar misschien was. Of hij keek naar buiten als hij weer een auto hoorde (gezellig hoor, in die drukke straat bij ons, met een ijssalon aan de overkant!). En elke keer was hij weer teleurgesteld als Hans er niet was.

De uroloog had gezegd dat Hans een paar nachtjes in het ziekenhuis moest blijven. Lichte hoop bij ons alle twee dat hij voor het weekend weer thuis zou zijn. Helaas, dat mocht niet zo zijn. Maar, zo werd gezegd, maandag kan meneer waarschijnlijk wel naar huis. Een transferverpleegkundige zou thuishulp gaan regelen, want de wond van Hans moest (en moet nu nog) twee keer per dag gespoeld worden. De ene na de andere organisatie werd gebeld. En wat denk je? Geen hulp beschikbaar! Geen hulp beschikbaar? Het gaat maar om 2 x een half uurtje per dag. Nee, niemand in Dongen of omstreken kon de gewenste hulp bieden. Daar kwam nog bij dat de verpleegkundige een bepaald niveau moest hebben, omdat zij (of hij) anders de gewenste handeling niet mocht doen.

Zo bleef Hans in het ziekenhuis liggen, dag na dag. En elke keer weer de hoop dat hij dan toch in ieder geval woensdag of donderdag naar huis zou mogen. Het tweede weekend kwam steeds dichterbij. Het zou toch niet zo zijn dat Hans nóg een weekend in Nieuwegein zou moeten blijven? Op vrijdagochtend kwam het verlossende woord: je kunt me op komen halen. Yes, eindelijk!

Gelukkig dat er hulp was geregeld. In het begin was het even wennen. Wennen aan alle vreemde mensen die elke dag twee keer door je huis lopen. Wennen aan afspraken die niet altijd liepen zoals je zou willen. Wennen aan het feit dat Hans toch weer echt thuis was.

Nu, na bijna 2 weken, loopt alles op rolletjes. Behalve dan dat we afgelopen vrijdag ineens weer ‘even’ naar de Spoedeisende Hulp in Nieuwegein moesten omdat er toch iets niet goed leek te gaan (gelukkig, na allerlei onderzoeken, bleek er niets ernstigs aan de hand te zijn).

Hans en ik zijn blij dat er elke dag hulp komt. Iwan is blij dat er elke dag vrouwen binnenkomen die helemaal gek op hem zijn. Nu krijgt hij weer aandacht van mensen die bij ons binnenkomen. Dat heeft hij het afgelopen jaar (vanwege het stomme virus) zo gemist.

En ik? Ik ben blij dat Hans weer thuis is, dat het reizen naar Nieuwegein voorbij is, dat ik weer ‘gewoon’ aan het werk kan (ook al merk ik soms dat mijn hersens nog niet helemaal goed werken).

En verder? Ik heb wel een paar dingen geleerd van het heen en weer reizen naar Nieuwegein: je doet er ongeveer 3 kwartier over om vanuit Dongen in het ziekenhuis binnen te staan; je moet afslag 9 nemen om bij het Sint Antoniusziekenhuis terecht te komen en niet de afslag naar de benzinepomp; een navigatiesysteem waar je tegen kunt praten, luistert niet altijd goed; de ‘nieuwe weg’(de afslag naar de A27) is toch ingewikkelder dan je soms zou denken; de nagerechtjes in het ziekenhuis smaken best lekker; een ziekenhuis is in deze tijd tijdens het bezoekuur net een spookstad; het is lastig om jodium te bestellen bij de apotheek en in Nieuwegein is een viskraam waar ze heerlijke kibbeling verkopen!

O ja, nog even dit. Dan ben je thuis (Hans) en dan krijg je een oproep voor een vaccinatie. Eindelijk! Omdat ik de agenda beheer, heb ik vandaag even gebeld met het landelijke nummer voor vaccinaties van de GGD. Ik was snel aan de beurt (aan de telefoon dan) en werd te woord gestaan door een super vriendelijke dame. Ik kan haar vergeven dat zij niet bij de GGD werkte en dat zij niet wist welke steden dichtbij Dongen lagen. Verder deed zij gruwelijk haar best en zij had alle tijd voor mij. En, zowaar, zij had een datum in Breda, op 22 april, voor de eerste vaccinatie. Een datum voor een vervolgafspraak was uiteindelijk niet te vinden. Daarna nog gezocht in Den Bosch, oh, nee, toch een datum in Breda, 16 maart (morgen!). Helaas, toch niet, de datum verdween net voor haar neus. Pech. Aan het eind van het gesprek adviseerde de dame om de GGD Hart van Brabant te bellen of de huisarts. Bij de huisarts kreeg Hans een hele uitleg, maar geen afspraak voor een prik. Bij het nummer van de GGD Brabant kreeg ik een bandje. Omdat de levering van de vaccins vertraagd was, was het helaas niet mogelijk om een afspraak te maken. Pfff, dan verdwijnt je blijheid als sneeuw voor de zon. Morgen nog maar eens proberen. Misschien moeten we het tijdsbestek van na 2 uur ’s middags verruimen en aangeven dat wij ook op zaterdag- of zondagochtend om 8 uur best even naar Breda willen rijden! Nog even geduld hebben dus.

TOT SLOT:

Dank je wel aan iedereen die hulp heeft aangeboden de afgelopen periode. Hans en ik zijn superblij met jullie!

Lia van Gool