Begrijp me goed, ik heb géén hekel aan de ijssalon ‘bij ons aan de overkant’. Integendeel zelfs, het ijs is heerlijk en ik houd écht van ijs. Ik heb mezelf echter de beperking opgelegd dat ik maar één keer per week een ijsje mag gaan halen, anders wordt het echt te gek.

Wat soms ook te gek is, is het gedrag van de mensen die een ijsje komen halen, vooral in deze tijd. Het lijkt erop alsof onze hele straat (of in ieder geval het stukje waar wij wonen) wordt ‘bezet’ door mensen die een ijsje willen eten. Als het zonnetje maar even schijnt, begint het al: fietsers, wandelaars, automobilisten: iedereen wil een ijsje en iedereen wil dat ijsje halen ‘bij ons aan de overkant’. Het is natuurlijk ook heerlijk, zo’n vers gemaakt ijsje, een hoorntje of een bakje met een gezellig gekleurd lepeltje, genieten!

..lekker ijsje ….

Vorig jaar waren er maatregelen van kracht. De eigenaar van de ijssalon heeft er alles aan gedaan om die maatregelen te handhaven. Er stonden hekken, waardoor er een soort Efteling-effect ontstond: lange rijen mensen die, met inachtneming van de 1,5 meter afstand (dat was tenminste de bedoeling) toch een ijsje konden halen. Tot mijn verbazing werden die hekken regelmatig omzeild. Waarom zou ik in de rij gaan staan en de aangegeven route volgen, als ik ook over het hek heen kan stappen, het hek opzij kan zetten of tegen de aangegeven richting in kan lopen? Dat gebeurde dus regelmatig. Ook de bankjes, die met rood lint afgezet waren en waar teksten op stonden dat je niet op de bankjes mocht gaan zitten, werden regelmatig gebruikt. Hoezo je aan de regels houden? Dan kun je als eigenaar van een zaak wel van alles doen om alle maatregelen goed uit te voeren, als mensen zich niet aan de regels houden, dan houdt het op, toch?

Wat dan weer wel vreemd was, dat de bankjes van de gemeente, naast het terras, op een gegeven moment wél gebruikt mocht worden. Het gevolg: op die bankjes was het zó druk, dat die een hele dag bezet waren. Het afval werd niet in de afvalbak bij de ijssalon gegooid, maar in de afvalbak van de gemeente. Die was dan weer zó vol dat je die niet meer kon gebruiken om ander afval (zoals bijvoorbeeld poepzakjes) in te gooien.

Het ijsseizoen van vorig jaar was in oktober voorbij (zoals elk jaar trouwens) en in maart van dit jaar begon het weer. Een paar dagen was het mooi weer en een paar dagen was ons huis bijna onbereikbaar! Wij moesten er rekening mee houden dat wij op de mooie dagen niet met de auto weg gingen, want dan was er geen parkeerruimte meer. Ook gebeurt het regelmatig dat auto’s de inrit van de zaak naast ons blokkeren. En Hans zegt daar dan wat van. De reactie is vaak ‘we hoeven maar even een ijsje te halen’. Als iedereen dat doet op een drukke dag, blijft de inrit een hele dag bezet en heeft Hans er een dagtaak aan!

Ons huis leek bijna een bezienswaardigheid. Mensen die een ijsje gingen halen, gebruikten onze stoep als zitplaats. Daar is natuurlijk niks mis mee. Maar het gebeurde regelmatig dat ik niet eens meer met Iwan op die stoep kon lopen, omdat er mensen zaten. En dacht je dat die opzij gingen als ik met de hond aankwam? Nee hoor! Ik liep toch maar stug door, want ik was op 2 meter van onze voordeur. Dan hoorde ik weer gemopper of ik kreeg een boze blik. Pfff, ik was blij dat ik alle obstakels omzeild had en weer thuis was.

Eenmaal thuis was de terreur (ik weet even niet hoe ik het anders moet noemen, het voelt een beetje als terreur, sorry….) nog niet voorbij. Mensen staan, met een ijsje in hun hand, bij ons voor het raam dat ijsje op te eten. Natuurlijk mag dat, maar niet met het gezicht naar ons raam toe, naar binnenkijkend. Wij zitten er niet op te wachten dat iedereen bij ons naar binnen staat te gluren. Oké, wij hebben geen gordijnen voor de ramen hangen (die zijn er wel, maar die doen we bijna nooit dicht), maar dat wil niet zeggen dat ons raam een soort etalage is. Maar, vriendelijk als we zijn, we zwaaien soms wel naar de mensen, hoor. Er zijn echter tijden bij, dat ik de ramen wel dicht zou willen spijkeren, om de stroom bezoekers aan de ijssalon niet te hoeven zien.

En dan de ijscokar, met bel, die op het terras staat. Dat is een attractie voor de kinderen, die vinden het geweldig om die bel te gebruiken. De hele dag zijn er wel kinderen die dat doen. Ik kan me voorstellen dat zij dat geweldig vinden. Ik vind het wel eens prettig als die bel niet gebruikt wordt, als ik geen lawaai hoor van de ijssalon. Want, daar heb je eigenlijk niet zo’n erg in: wat maken mensen toch een lawaai als ze in groepjes bij elkaar zijn…..!

Zo, dat moest ik even kwijt, even zeuren over de ‘ijsterreur’. Nu ben ik het kwijt. Enne…..

Het heeft ook voordelen, zo’n ijssalon vlakbij. Het is in de zomer altijd gezellig in de straat. Dat is dan weer de andere kant. Altijd zijn er mensen, je ziet wat de laatste mode is, je ziet welke ijsjes ‘in de mode’ zijn, je ziet hele gezinnen, jong en oud, genieten van een ijsje. Dat dan weer wel. En als het seizoen voorbij is, zo in oktober, wordt het stil op straat. In die tijd wordt het ook weer eerder donker en dan zie je alleen de donkere muur van de ijssalon. En je bedenkt dat het weer bijna winter is.

Gelukkig is het nu nog niet zover. De zon schijnt elke dag en elke dag is het druk. Soms zie je mensen met de meest vreemde en mooie voertuigen naar de ijssalon komen. Als je van mooie en bijzondere auto’s houdt, is het ook weer geen straf, dat mooie weer. Je ziet prachtige cabrio’s, hele kleine autootjes, zulke grote auto’s die banden hebben, waar onze auto bijna in past (auto’s die dan weer geen parkeerplaats kunnen vinden omdat de auto te groot is), fietsen in allerlei soorten en maten, Lijn 11, tractoren, scootmobielen, kinderwagens, noem maar op. Alles wat ‘in’ is, komt voorbij. En zo af en toe komen er zelfs mensen met paarden ijs halen. Het paard wordt dan zomaar even op de stoep ‘geparkeerd’. En dat is dan weer bijzonder om te zien.

Op het moment dat ik dit schrijf, is het nog vroeg, de ijssalon is net open en er staat nog geen rij. De eerste ijs-eters zijn al wel geweest. Het zal komend weekeinde wel anders worden, denk ik. De rijen zullen er weer staan, vanaf de ingang van de ijssalon, tot aan de Tramstraat.

Voor alle mensen die dit weekeinde een ijsje gaan halen: geniet ervan! Ik blijf dit weekeinde even weg bij de ijssalon, want ik weiger in de rij te gaan staan!

Geniet van het mooie weer, geniet ervan dat je weer op een terrasje kan gaan zitten. Geniet van het ijs en vergeet mijn gezeur over de ijsterreur!

LIA VAN GOOL