Blog Image

LIA VAN GOOL

COLUMN VAN LIA VAN GOOL

Zij neemt de lezer mee in haar wereld van werkelijkheid en menselijkheid. Zij zal het zijn die de lezer een stuk vitamine voor het hart geeft en diezelfde lezer een blik gunt in het Dongense zoals Lia dat ziet. Gevarieerd en soms scherp ,maar altijd vanuit een positieve blik op de wereld van ons allen.

De redactie van deze krant wenst de lezer hierbij veel genoegen en leesplezier

Een stukje Dongen in Rotterdam en toch weer niet?

DONGEN Posted on di, september 14, 2021 15:52

Zo waren wij weer eens in Rotterdam. Een paar dagen logeren op de SS Rotterdam (nog een beetje het idee dat je op een cruiseschip bent) en genieten van de stad. Na die paar dagen bleek dat een paar dagen eigenlijk te kort is om in Rotterdam te zijn. Wij wilden zoveel zien, dat we twee weken nodig hadden, in plaats van drie dagen. Drie dagen, waarvan je dan maar anderhalve dag écht kunt benutten.

Wij begonnen met een lunch op de Rotterdam. Jammer genoeg niet buiten op dek, want daar waaide het te hard. Maar binnen in het restaurant was het ook goed. De lunch was heerlijk en na de lunch liepen we even door de hotelwinkel. Het eerste wat ik daar zag, was een vitrine met ringen. Niks bijzonders, zou je denken, maar die ringen hadden toch een Dongens tintje. Als je nadenkt, weet je vast wel waar in Dongen deze sieraden te koop zijn. Wat grappig om iets Dongens in Rotterdam tegen te komen.

Foto : Lia van Gool

De dag ging veel te snel voorbij. Even een wandelingetje buiten, even borrelen, je kent het wel. En voor je het weet is het al wéér tijd om te eten. Dat hebben we ook op de Rotterdam gedaan. Het leek ons wel leuk om in de stad te gaan eten, maar helaas was de energie op. En dan heb je geen keuze, hoewel die gedwongen keuze niet slecht was. We hebben best lekker gegeten, een heerlijk wijntje erbij en geweldig leuk personeel! Dat was genieten.

De volgende dag hadden we een rondvaart met de Spido gepland, want die zat in ons arrangement. Je kon online tijden en plaatsen reserveren, simpel, tenminste dat dacht ik. Hup, de website van de Spido opgezocht, de pagina gevonden waar je kon reserveren, de code ingevuld…..niets…..nog een keer de code en nog een keer en nog een keer. Jammer, het lukte gewoon niet. Wat nu? Naar de receptie. Aan de dame daar gevraagd of zij voor mij zou kunnen reserveren. Wat denk je? Het lukte haar in één keer. Pfff, wat voelde ik me ineens oud. Echt zo’n oud mens dat met internet wil werken en dat dan niet lukt. We hebben er maar even om gelachen.

Vervolgens vertrokken wij met de watertaxi (best spectaculair, zo’n geel met zwart mini-bootje dat keihard over het water gaat) naar de Spido. Het was genieten, de rondvaart door de Rotterdamse haven. Voor Hans kwam er veel jeugdsentiment naar voren. Veel herkenbare plaatsen. En dat was voor mij dan ook weer extra genieten, om zijn verhalen te horen. Wat een leuke tocht!

Terug van de rondvaart, wilden we eigenlijk naar het centrum om te winkelen. Onze plannen wijzigden ter plekke, omdat we de historische tram zagen staan. Wij wilden al zo lang zo graag een keer met die tram mee. Wel met onze eigen Dongense conducteur Cor Stierman (voor wie hem niet kent, hij is de man van Betsie Cloïn). Helaas, hij was er deze zaterdag niet. Wat waren wij graag door Rotterdam gereden met het Rotterdams-Dongense dialect van Cor, terwijl hij uitleg gaf over alles waar wij voorbijreden. Jammer dat we dat nu gemist hebben. Maar, de collega’s van Cor hebben het ook prima gedaan, hoor. En natuurlijk had ik mijn eigen Rotterdamse gids naast me zitten. Met nog een Rotterdamse gids aan de andere kant van de tram. Een man die, waarschijnlijk met zijn kleinzoon, ook een ritje maakte. Wat bleek? Hij had in dezelfde buurt gewoond als Hans vroeger. De man stapte een paar haltes eerder uit. Anders waren Hans en hij misschien wel tot de conclusie gekomen dat zij elkaar nog kenden van vroeger.

Na een geweldig leuke rit met een bijzondere tram (die in stand wordt gehouden door een grote groep vrijwilligers, waarvan Cor Stierman er ééntje is), waren wij toe aan een terrasje. Helaas, dat ging niet lukken. Het nabije terras, dat er vanaf de Spido al zo aantrekkelijk uit had gezien, bleek inderdaad aantrekkelijk: het zat helemaal vol. En er stond al een rij mensen te wachten voor een plekje. Wij, naïef als we waren, dachten dat we, na een minuut of 10, wel een plekje zouden hebben. Helaas, de eigenaar kwam met de mededeling dat hij een grote groep mensen verwachtte. Geen plaats in deze herberg voor onze vermoeide ledematen.

We zijn toen maar terug naar het hotel gegaan. De koopgoot, de Lijnbaan, de terrasjes in het centrum? We hebben ze deze keer maar overgeslagen. Weer een reden om terug te gaan naar onze lievelingsstad. Maar dan wel op een dag dat Cor Stierman dienst heeft in de tram. Want dat wil ik toch echt nog eens meemaken!

Jouw welkome reactie komt pas online na controle van de webmaster

LIA VAN GOOL



Eerste vensterbankscheiding door Zomerspelen

DONGEN Posted on vr, augustus 20, 2021 12:31

Het begon zo mooi, een paar maanden geleden. Bij ons in de buurt was een gouden paar en de hele buurt mocht op de borrel komen. Wat was het gezellig, buiten op de stoep, voor het huis waar het gouden paar woont. Wij hebben genoten: eindelijk weer eens een feestje in de buurt, dat konden wij, na lang thuis zitten, echt wel gebruiken. Wij hebben geproost op het paar, gezellig wat gedronken en sterke verhalen uitgewisseld. En daar bleef het even bij.

Nu is er een nieuw tijdperk aangebroken: het Zomerspelen-tijdperk. En wat dachten wij, leden van het buurtclubje? Wij gaan eens proberen om onze straat de Geelste Straat van Dongen te maken. Niet dat wij met z’n allen op dat idee kwamen, nee, het was een prachtig initiatief van twee dames met hele leuke ideeën, die ook anderen weten te inspireren. Wat zijn wij blij met dat soort initiatieven en wat een kanjers zijn die dames!

Via de buurt-app kwamen de eerste ideeën, er werden tikkies verstuurd en er kwamen nog meer ideeën naar voren. Natuurlijk werd er ook hulp gevraagd om alle versieringen tijdig af te krijgen. En om de versieringen vervolgens in de buurt op te hangen. Lastig in deze vakantieperiode, maar het is gelukt!

En zo ging het. Een paar avonden was één van de woningen in de straat een soort ‘crisis’-centrum. Wij maakten ontelbare roosjes van geel plastic: afmeten, touwtjes eromheen, knippen en froezelen maar. Twee mannen, die deskundigen werden door het te leren, knoopten de roosjes aan lange touwen. Uit gele schoonmaakdoekjes knipten wij vrolijk handjes die voor de ramen geplakt konden worden. De ‘werkploeg’ zorgde ervoor dat alles wat klaar was buiten een plekje kreeg.

Op één avond maakte het ‘gouden paar’ slingers voor de vensterbanken buiten. Zij deden echt hun best, toch wilde het in eerste instantie het maar niet lukken. De slingers mislukten op de een of andere manier. Zoals zo vaak wint de aanhouder en de slingers waren klaar. De twee gingen naar buiten om ook de vensterbanken een (tijdelijk) geel kleurtje te geven. Wat werd er gemopperd door die twee, niet normaal. Dat hoorden de roosjesmakers binnen, toen er weer iemand kwam om te helpen. Stiekem moesten we lachen. En ineens was het er, het woord ‘vensterbankscheiding’. Wij grapten onder elkaar, dat het paar het wel vijftig jaar volgehouden hadden en dat wij wel een feestje hadden gehad, maar dat het nu voorbij was.

Gelukkig, de twee konden er om lachen toen wij vertelden over hun vensterbankscheiding. Zij hebben aangegeven dat zij het nog wel vijftig jaar vol kunnen houden samen. Gelukkig. Dan blijft de buurtclub in ieder geval intact.

Wat twee andere mensen uit onze buurt later die avond in de bosjes hebben gedaan? Dat blijft waarschijnlijk tot het eind der tijden geheim. Soms moet je ook niet alles vertellen, toch?

Eén ding is zeker: ons stuk straat is het geelste van Dongen. Wij zijn er trots op. Wat fijn om in een buurt te wonen waar je op elkaar kunt rekenen, leuke dingen met elkaar kunt doen en waar iedereen voor elkaar klaar staat als het nodig is. Super!

En nog even dit: voor deze keer hebben wij ook één huis uit een andere straat bij onze activiteiten betrokken, zodat alle gele versieringen van het begin van onze buurt tot aan het eind van onze buurt (een eind dat ons clubje zelf heeft gekozen) doorloopt. Weer een stukje betrokkenheid! En dat allemaal in Dongen.

Lia van Gool



Ineens was het er en ineens was het ook weer weg

DONGEN Posted on di, juli 27, 2021 18:05

Ineens stond het er, aan de overkant van de straat, geparkeerd tegen een lantaarnpaal. Het stond er al een dag en de dag daarna stond het er nog steeds. Vreemd, waarom haalde niemand het op? Het zag er niet mooi uit, maar het lag wel met een grote ketting vast aan de lantaarnpaal. Een scootertje, met duct-tape aan elkaar geplakt aan alles kanten. Zo op het oog zag het er redelijk stabiel uit, maar als je dichterbij kwam, zag je dat het niet zo mooi meer was. Van wie zou dat ding toch zijn, vroegen wij ons af. Het bleef staan, dag in, dag uit, week in, week uit.

Op een gegeven moment hebben we toch maar eens contact opgenomen met de wijkagent. Hij heeft de gegevens van het scootertje nagekeken. Het ding bleek niet gestolen te zijn, of in ieder geval niet als gestolen geregistreerd te staan. Daarom mocht de politie het ook niet weghalen.

En zo bleef het staan, wekenlang. Het werd een vaste waarde. Auto’s werden er bijna tegenaan geparkeerd, wandelaars en fietsers reden er om heen: het ding bleef staan. Soms was het onderwerp van gesprek met de buren (weer een onderwerp voor een praatje!) of kwam het aan de orde tijdens gesprekken met mensen die bij ons langs kwamen.

Vaststaand feit was: het ding bleef staan. Wekenlang. Tijd voor een verhaal, met foto, dacht ik. Ik maakte de foto op zaterdagochtend, toen het nog redelijk rustig was in de straat: geen ijseters, geen fietsers, niemand op het terras en geen auto bij het scootertje geparkeerd. Zo, dat was in ieder geval geluk

De maandag erna wilde ik mijjn verhaal gaan schrijven, maar net die ochtend kregen we onverwacht, maar wel heel gezellig, visite. De plannen voor mijn verhaal schoven naar de lange baan. En wat denk je? Ik ging maandag aan het eind van de middag met Iwan wandelen en keek, zoals de afgelopen weken elke dag, naar het scootertje. Of tenminste, dat wilde ik doen. Wat bleek? Het ding was weg. Gewoon weg! Niks meer van te zien, geen ketting, geen duct-tape, niks. Alleen het onkruid, dat in de weken dat het ding tegen de lantaarnpaal stond hard was gegroeid, stond er nog. En dat onrkuid, dat staat er nog steeds. Want onkruid is iets wat altijd blijft, vooral in Dongen. Onkruid wordt niet gestolen, is van niemand, dus dat blijft gewoon staan.

Het scootertje niet, dat is uiteindelijk verdwenen. Ineens was het er en ineens was het ook weer weg. Toch benieuwd waar het is gebleven, eigenlijk!

Lia van Gool



IJsterreur

Uncategorised Posted on vr, juni 11, 2021 13:40

Begrijp me goed, ik heb géén hekel aan de ijssalon ‘bij ons aan de overkant’. Integendeel zelfs, het ijs is heerlijk en ik houd écht van ijs. Ik heb mezelf echter de beperking opgelegd dat ik maar één keer per week een ijsje mag gaan halen, anders wordt het echt te gek.

Wat soms ook te gek is, is het gedrag van de mensen die een ijsje komen halen, vooral in deze tijd. Het lijkt erop alsof onze hele straat (of in ieder geval het stukje waar wij wonen) wordt ‘bezet’ door mensen die een ijsje willen eten. Als het zonnetje maar even schijnt, begint het al: fietsers, wandelaars, automobilisten: iedereen wil een ijsje en iedereen wil dat ijsje halen ‘bij ons aan de overkant’. Het is natuurlijk ook heerlijk, zo’n vers gemaakt ijsje, een hoorntje of een bakje met een gezellig gekleurd lepeltje, genieten!

..lekker ijsje ….

Vorig jaar waren er maatregelen van kracht. De eigenaar van de ijssalon heeft er alles aan gedaan om die maatregelen te handhaven. Er stonden hekken, waardoor er een soort Efteling-effect ontstond: lange rijen mensen die, met inachtneming van de 1,5 meter afstand (dat was tenminste de bedoeling) toch een ijsje konden halen. Tot mijn verbazing werden die hekken regelmatig omzeild. Waarom zou ik in de rij gaan staan en de aangegeven route volgen, als ik ook over het hek heen kan stappen, het hek opzij kan zetten of tegen de aangegeven richting in kan lopen? Dat gebeurde dus regelmatig. Ook de bankjes, die met rood lint afgezet waren en waar teksten op stonden dat je niet op de bankjes mocht gaan zitten, werden regelmatig gebruikt. Hoezo je aan de regels houden? Dan kun je als eigenaar van een zaak wel van alles doen om alle maatregelen goed uit te voeren, als mensen zich niet aan de regels houden, dan houdt het op, toch?

Wat dan weer wel vreemd was, dat de bankjes van de gemeente, naast het terras, op een gegeven moment wél gebruikt mocht worden. Het gevolg: op die bankjes was het zó druk, dat die een hele dag bezet waren. Het afval werd niet in de afvalbak bij de ijssalon gegooid, maar in de afvalbak van de gemeente. Die was dan weer zó vol dat je die niet meer kon gebruiken om ander afval (zoals bijvoorbeeld poepzakjes) in te gooien.

Het ijsseizoen van vorig jaar was in oktober voorbij (zoals elk jaar trouwens) en in maart van dit jaar begon het weer. Een paar dagen was het mooi weer en een paar dagen was ons huis bijna onbereikbaar! Wij moesten er rekening mee houden dat wij op de mooie dagen niet met de auto weg gingen, want dan was er geen parkeerruimte meer. Ook gebeurt het regelmatig dat auto’s de inrit van de zaak naast ons blokkeren. En Hans zegt daar dan wat van. De reactie is vaak ‘we hoeven maar even een ijsje te halen’. Als iedereen dat doet op een drukke dag, blijft de inrit een hele dag bezet en heeft Hans er een dagtaak aan!

Ons huis leek bijna een bezienswaardigheid. Mensen die een ijsje gingen halen, gebruikten onze stoep als zitplaats. Daar is natuurlijk niks mis mee. Maar het gebeurde regelmatig dat ik niet eens meer met Iwan op die stoep kon lopen, omdat er mensen zaten. En dacht je dat die opzij gingen als ik met de hond aankwam? Nee hoor! Ik liep toch maar stug door, want ik was op 2 meter van onze voordeur. Dan hoorde ik weer gemopper of ik kreeg een boze blik. Pfff, ik was blij dat ik alle obstakels omzeild had en weer thuis was.

Eenmaal thuis was de terreur (ik weet even niet hoe ik het anders moet noemen, het voelt een beetje als terreur, sorry….) nog niet voorbij. Mensen staan, met een ijsje in hun hand, bij ons voor het raam dat ijsje op te eten. Natuurlijk mag dat, maar niet met het gezicht naar ons raam toe, naar binnenkijkend. Wij zitten er niet op te wachten dat iedereen bij ons naar binnen staat te gluren. Oké, wij hebben geen gordijnen voor de ramen hangen (die zijn er wel, maar die doen we bijna nooit dicht), maar dat wil niet zeggen dat ons raam een soort etalage is. Maar, vriendelijk als we zijn, we zwaaien soms wel naar de mensen, hoor. Er zijn echter tijden bij, dat ik de ramen wel dicht zou willen spijkeren, om de stroom bezoekers aan de ijssalon niet te hoeven zien.

En dan de ijscokar, met bel, die op het terras staat. Dat is een attractie voor de kinderen, die vinden het geweldig om die bel te gebruiken. De hele dag zijn er wel kinderen die dat doen. Ik kan me voorstellen dat zij dat geweldig vinden. Ik vind het wel eens prettig als die bel niet gebruikt wordt, als ik geen lawaai hoor van de ijssalon. Want, daar heb je eigenlijk niet zo’n erg in: wat maken mensen toch een lawaai als ze in groepjes bij elkaar zijn…..!

Zo, dat moest ik even kwijt, even zeuren over de ‘ijsterreur’. Nu ben ik het kwijt. Enne…..

Het heeft ook voordelen, zo’n ijssalon vlakbij. Het is in de zomer altijd gezellig in de straat. Dat is dan weer de andere kant. Altijd zijn er mensen, je ziet wat de laatste mode is, je ziet welke ijsjes ‘in de mode’ zijn, je ziet hele gezinnen, jong en oud, genieten van een ijsje. Dat dan weer wel. En als het seizoen voorbij is, zo in oktober, wordt het stil op straat. In die tijd wordt het ook weer eerder donker en dan zie je alleen de donkere muur van de ijssalon. En je bedenkt dat het weer bijna winter is.

Gelukkig is het nu nog niet zover. De zon schijnt elke dag en elke dag is het druk. Soms zie je mensen met de meest vreemde en mooie voertuigen naar de ijssalon komen. Als je van mooie en bijzondere auto’s houdt, is het ook weer geen straf, dat mooie weer. Je ziet prachtige cabrio’s, hele kleine autootjes, zulke grote auto’s die banden hebben, waar onze auto bijna in past (auto’s die dan weer geen parkeerplaats kunnen vinden omdat de auto te groot is), fietsen in allerlei soorten en maten, Lijn 11, tractoren, scootmobielen, kinderwagens, noem maar op. Alles wat ‘in’ is, komt voorbij. En zo af en toe komen er zelfs mensen met paarden ijs halen. Het paard wordt dan zomaar even op de stoep ‘geparkeerd’. En dat is dan weer bijzonder om te zien.

Op het moment dat ik dit schrijf, is het nog vroeg, de ijssalon is net open en er staat nog geen rij. De eerste ijs-eters zijn al wel geweest. Het zal komend weekeinde wel anders worden, denk ik. De rijen zullen er weer staan, vanaf de ingang van de ijssalon, tot aan de Tramstraat.

Voor alle mensen die dit weekeinde een ijsje gaan halen: geniet ervan! Ik blijf dit weekeinde even weg bij de ijssalon, want ik weiger in de rij te gaan staan!

Geniet van het mooie weer, geniet ervan dat je weer op een terrasje kan gaan zitten. Geniet van het ijs en vergeet mijn gezeur over de ijsterreur!

LIA VAN GOOL



Een gele kabel en eten van de buurjongen

REALITEIT Posted on ma, april 19, 2021 16:35

Een tijdje geleden kreeg ik een mailtje, met daarin de melding dat mijn pakketje de volgende dag geleverd zou worden. Pakketje? Ik heb helemaal geen pakketje besteld, bedacht ik. De track & trace-link heb ik daarom maar niet geopend. Toch bleef ik het vreemd vinden, die mail. Afwachten dus maar.

De volgende dag lag er een envelop in de brievenbus, mijn pakketje hoefde dus niet bezorgd te worden, maar paste gewoon in de brievenbus. Het zat in zo’n envelop met van die plastic bubbeltjes, je kent dat wel. In de envelop een plastic zakje met een knalgele kabel. Op het zakje een etiketje met de mededeling ‘deze kabel is ter vervanging van de rode kabel’. Mmmmmm….wat? Hoezo rode kabel, waar en hoe? Geen idee. Uiteindelijk zagen Hans en ik dat de envelop van KPN kwam. En die firma had nog niet zo lang geleden een glasvezelkabel bij ons aangelegd. Zou die gele kabel daar iets mee te maken hebben? Hans belde toch maar even de klantenservice. Een uiterst vriendelijke jongeman vroeg onze gegevens en kon in het systeem zien dat de bestelde apparatuur binnenkort geleverd zou worden. Maar…..wij hebben niks besteld! Wij kregen een gele kabel thuis waar we niks mee konden. De klantenservicemedewerker kon in ‘het systeem’ ook niets vinden over een gele kabel. Goed, het gesprek op een gegeven moment maar beëindigd. Een paar dagen later kreeg ik een mailtje met daarin de bevestiging van mijn afspraak met ‘de monteur’. Natuurlijk, ook van KPN. Geen idee, want ik hád helemaal geen afspraak met een monteur gemaakt. Nu belde ik met de klantenservice en ik kreeg een uiterst vriendelijke dame aan de lijn (of zeg je dat tegenwoordig niet meer met al die draadloze telefoontoestellen en mobieltjes, geen idee eigenlijk?).

Hoe dan ook, ik legde mijn probleem uit. Het bleek dat de gele kabel én de monteur bij elkaar hoorden. Ik bedacht ineens dat degenen die de glasvezelkabel aangelegd hadden, wel heel aardig waren als ik de hond uitliet, maar geen woord Nederlands spraken (behalve dan ‘hallo, goedemiddag’ en dat soort woordjes). Dus, ik vraag aan degene die ik aan de telefoon had, of er wel een Nederlandssprekende monteur zou komen. Toen ik de vraag had gesteld, besefte ik al dat dat best wel stom klonk. Dat heb ik ook aangegeven, uitgelegd dat het mij niet uitmaakte of er een Nederlandse monteur of iemand met een andere nationaliteit zou komen, als degene die aan de deur kwam, maar Nederlands zou spreken. Ik wilde echt niet overkomen als iemand die discrimineerde…..Gelukkig pakte de dame het goed op, ze moest lachen om mijn uitleg en mijn opmerking dat ik echt niet wilde discrimineren en dat ik zelf vond dat het best stom klonk, die vraag of er wel iemand aan de deur zou komen die Nederlands sprak. Pfff, ik was gewoon blij dat ik dat gesprek achter de rug had. Met een lach in haar stem hing de dame op, bevestigend dat er in ieder geval een Nederlandssprekende monteur aan de deur zou komen. Wat een opluchting.

De volgende dag kwam de monteur aan de deur. Keurig in een jasje van KPN. En weet je? Hij sprak ook nog Nederlands. Bovendien was de klus snel geklaard en ook toen de monteur weg was, werkte alles nog!

Na dit verhaal moet ik nog iets kwijt dat er eigenlijk niets mee te maken heeft, maar dat wel met bezorgen te maken heeft.

Het was vrijdagavond en Hans en ik waren boven televisie aan het kijken toen de bel ging. Wie zou dat nou weer zijn? Wij verwachtten niemand meer op dat tijdstip, hoewel het nog niet zo laat was. Ik naar beneden. Voorzichtig deed ik de bovendeur open, er stond een jongetje van Thuisbezorgd.nl aan de deur met een plastic tasje, waar eten in zat. De jongen vertelde dat het de bestelling voor de buren was. En dat er op de deur een briefje hing, waarop stond dat pakketjes bij de buren afgeleverd moesten worden. Oké…..? Pakketjes kan ik me voorstellen, maar eten??? Het bleek dat de jongen de bel niet kon vinden. Ik dacht, nou vooruit, dan loop ik wel even mee naar de deur. Ik vond de bel wel, maar die deed het niet. Dat was dus het probleem. Intussen was het jochie al aan het bellen naar zijn baas. Maar ik dacht, als onze buurjongen eten heeft besteld, zal hij toch zeker wel thuis zijn. Daarom rammelde ik maar met de brievenbus. En ja hoor, de buurjongen kwam naar beneden. Ik uitgelegd waarom ik aan de deur stond, verteld dat ik het prima vond om zijn pakketjes aan te nemen, maar dat ik me niet voor kon stellen dat ik ook zijn eten voor hem zou moeten aanpakken. Gelukkig, dat was ook niet de bedoeling. Het jongetje van de bezorger gaf snel het eten aan de buurjongen en verdween op zijn fiets naar de volgende klant. Hopelijk kon hij daar de bel wel vinden en hoefde hij het eten niet bij de buren af te leveren.

Pluspunt van de bezorging van het eten van de buurjongen was wel dat ik eindelijk weer eens een praatje met hem heb kunnen maken, want zo vaak zien we elkaar niet. Ik heb de buurman smakelijk eten gewenst en ben weer naar huis gegaan. Een paar dagen later ging de bel weer, nu overdag. En wat denk je? Een pakketje voor de buurjongen! Natuurlijk heb ik dat aangenomen. ’s Avonds kwam hij het pakketje halen. We hebben nog hartelijk gelachen om het bezorgde eten! En nee, natuurlijk hoefde ik zijn eten niet aan te pakken!

Uw reactie ziet u pas later

LIA VAN GOOL



Heen en weer, heen en weer, heen en weer

REALITEIT Posted on ma, maart 15, 2021 17:46

(over ziekenhuizen, chauffeurs, kibbeling, liften en QR-codes en ja, ook over de vaccinatie)

Stel je voor: je moet voor een operatie naar een ziekenhuis, waar je nog nooit geweest bent. En je moet daar ’s morgens om kwart voor zeven (06.45 uur) zijn. Het overkwam Hans. Hij moest geopereerd worden in het Sint Antoniusziekenhuis in Nieuwegein. Niet echt naast de deur, maar ook niet helemaal aan de andere kant van de wereld. Het nadeel: tijdens het verblijf in het ziekenhuis moest ik natuurlijk elke dag naar Nieuwegein. Helaas doen mijn voeten niet altijd wat ik wil, dus ik rijd niet zo graag zo’n stuk over de snelweg. Gelukkig hebben wij een vrienden- en kennissenkring met mensen die altijd voor ons klaar staan als het nodig is. Zo werd er snel een aantal chauffeurs gevonden. Wat een luxe en wat waren wij daar blij mee!

Ondanks het feit dat de ziekenhuizen in deze tijd regelmatig helemaal vol liggen, en het feit dat operaties regelmatig uitgesteld worden, kon Hans op redelijk korte termijn (ongeveer één maand) terecht in het ziekenhuis. Eigenlijk best wel snel, toch? Dankzij deze vreemde tijd vonden alle voorbereidingen, behalve het prikken van bloed dan, telefonisch plaats. Vreemd. Je hoorde een stem aan de telefoon, die het over jou had. Hoe die persoon aan de andere kant van de telefoon eruitzag? Geen idee. Opvallend was wel dat iedereen, van uroloog tot anesthesist en van verpleegkundige tot apotheker, heel veel tijd voor Hans had. Echt heel veel tijd. En de uroloog, die het verloop van de operatie al uitgelegd had aan Hans, nam daarna gewoon nog even de tijd om het verhaal, in een kortere versie, aan mij te vertellen. En zo kropen de weken voor de operatie voorbij.

De dinsdag voor de operatie is Iwan toch maar gaan logeren bij zijn peettante en peetoom in Tilburg. Anders had ik op woensdagochtend om vijf uur (!) mijn rondje Oranjeplein moeten lopen. En dat was toch wel héél erg vroeg. Daar komt bij dat Iwan, peettante en peetoom, een logeerpartij altijd een feestje vinden.

Woensdagochtend, stipt kwart voor zes, stond onze chauffeur van dienst voor de deur. En daar gingen wij met een grote weekendtas vol spullen, nog een beetje slaperig, op weg. Gelukkig was onze chauffeur goed wakker.

Over de relatief rustige snelweg, reden wij richting Nieuwegein. Tot aan de afslag naar het ziekenhuis, via De Weg naar de Poort, ging het goed. Op het bord naar de afslag was niet helemaal duidelijk te zien of dat de richting was naar alleen de spoedeisende hulp, of ook de afslag naar de hoofdingang. Geen idee, maar het was nog vroeg en we hadden tijd genoeg. En het bord dat wij de eerste keer hadden gezien, was het enige juiste bord en de enige juiste afslag naar het ziekenhuis. Maar het werd nog onduidelijker. Waar was nu de hoofdingang? Uiteindelijk zagen wij een bord ‘brengen en halen personen’. Dat bord wees ons de weg naar de hoofdingang. En daar gingen wij, Hans en ik. Onze chauffeur moest helaas buiten wachten.

De grote hal van het ziekenhuis was helemaal donker. Niemand te zien aan wie je kon vragen waar wij moesten zijn. Of toch? Ja, uiteindelijk wel. Wij moesten de duistere gang doorlopen, tot aan de centrale hal. Daar zat een beveiliger en die zou ons de weg kunnen wijzen. Dat kon hij gelukkig ook. De blauwe liften moesten wij hebben. Later bleek dat er ook nog groene liften waren……

Goed, tot zover ging het goed. Vervolgens de intake vóór de operatie, die ging ook goed. Hans moest naar de voorbereidingskamer en toen mocht ik niet mee. Kon ik weer naar huis. Na de operatie zouden ze bellen van de afdeling of alles goed was gegaan. De specialist zou zelf niet bellen. Dus ik naar huis. Rond 8 uur ’s morgens was ik alweer terug in Dongen. Wachtend op een telefoontje. Op bezoek gaan die middag, dat mocht niet. Het bezoekuur was pas om 5 uur ’s middags.

Het werd een lange ochtend. De tijd kroop vooruit, 9 uur, 5 over 9…..o, ineens half 10, kwart voor 10, nog steeds geen berichtje. Zou mijn telefoon het wel doen? Ja hoor, er belde iemand van een of ander energiebedrijf….nou dat weer. En de tijd bleef vooruit kruipen. Uiteindelijk, rond 11.00 uur, belde de specialist. De operatie was technisch goed gegaan en het hart van Hans had zich goed gehouden. De verwachting was dat Hans rond 2 uur ’s middags op de afdeling zou zijn. Mooi, dat stelde me weer gerust.

Rond 4 uur stond dezelfde chauffeur die ’s morgens om kwart voor 6 gereden had, weer voor de deur. Hup weer naar Nieuwegein, voor de tweede keer die dag. Bij de ingang van het ziekenhuis moest je je melden met een QR-code. Bij die code stond het patiëntnummer en pas als dat allemaal gecontroleerd was, mocht je doorlopen. Per patiënt mocht er maar één persoon per bezoekuur komen en je mocht niet wisselen tijdens het bezoekuur, dat toch 3 uur duurde!

En wat was het fijn om Hans weer te zien. Hij had praatjes genoeg. Gelukkig. Tijdens het bezoekuur kwam de uroloog nog even langs. Hij kon mij meteen uitleggen hoe een en ander was gegaan tijdens de operatie.

Zo regen de dagen zich aaneen met een vast ritme. ’s Morgens op mijn gemak Iwan uitlaten, met Hans bellen of appen, boodschappen doen en ’s middags weer op bezoek. Het was trouwens wel grappig om te zien hoe Iwan zich gedroeg. Elke keer als ik hem uitgelaten had, stond hij in de gang naar boven te kijken en te luisteren of Hans daar misschien was. Of hij keek naar buiten als hij weer een auto hoorde (gezellig hoor, in die drukke straat bij ons, met een ijssalon aan de overkant!). En elke keer was hij weer teleurgesteld als Hans er niet was.

De uroloog had gezegd dat Hans een paar nachtjes in het ziekenhuis moest blijven. Lichte hoop bij ons alle twee dat hij voor het weekend weer thuis zou zijn. Helaas, dat mocht niet zo zijn. Maar, zo werd gezegd, maandag kan meneer waarschijnlijk wel naar huis. Een transferverpleegkundige zou thuishulp gaan regelen, want de wond van Hans moest (en moet nu nog) twee keer per dag gespoeld worden. De ene na de andere organisatie werd gebeld. En wat denk je? Geen hulp beschikbaar! Geen hulp beschikbaar? Het gaat maar om 2 x een half uurtje per dag. Nee, niemand in Dongen of omstreken kon de gewenste hulp bieden. Daar kwam nog bij dat de verpleegkundige een bepaald niveau moest hebben, omdat zij (of hij) anders de gewenste handeling niet mocht doen.

Zo bleef Hans in het ziekenhuis liggen, dag na dag. En elke keer weer de hoop dat hij dan toch in ieder geval woensdag of donderdag naar huis zou mogen. Het tweede weekend kwam steeds dichterbij. Het zou toch niet zo zijn dat Hans nóg een weekend in Nieuwegein zou moeten blijven? Op vrijdagochtend kwam het verlossende woord: je kunt me op komen halen. Yes, eindelijk!

Gelukkig dat er hulp was geregeld. In het begin was het even wennen. Wennen aan alle vreemde mensen die elke dag twee keer door je huis lopen. Wennen aan afspraken die niet altijd liepen zoals je zou willen. Wennen aan het feit dat Hans toch weer echt thuis was.

Nu, na bijna 2 weken, loopt alles op rolletjes. Behalve dan dat we afgelopen vrijdag ineens weer ‘even’ naar de Spoedeisende Hulp in Nieuwegein moesten omdat er toch iets niet goed leek te gaan (gelukkig, na allerlei onderzoeken, bleek er niets ernstigs aan de hand te zijn).

Hans en ik zijn blij dat er elke dag hulp komt. Iwan is blij dat er elke dag vrouwen binnenkomen die helemaal gek op hem zijn. Nu krijgt hij weer aandacht van mensen die bij ons binnenkomen. Dat heeft hij het afgelopen jaar (vanwege het stomme virus) zo gemist.

En ik? Ik ben blij dat Hans weer thuis is, dat het reizen naar Nieuwegein voorbij is, dat ik weer ‘gewoon’ aan het werk kan (ook al merk ik soms dat mijn hersens nog niet helemaal goed werken).

En verder? Ik heb wel een paar dingen geleerd van het heen en weer reizen naar Nieuwegein: je doet er ongeveer 3 kwartier over om vanuit Dongen in het ziekenhuis binnen te staan; je moet afslag 9 nemen om bij het Sint Antoniusziekenhuis terecht te komen en niet de afslag naar de benzinepomp; een navigatiesysteem waar je tegen kunt praten, luistert niet altijd goed; de ‘nieuwe weg’(de afslag naar de A27) is toch ingewikkelder dan je soms zou denken; de nagerechtjes in het ziekenhuis smaken best lekker; een ziekenhuis is in deze tijd tijdens het bezoekuur net een spookstad; het is lastig om jodium te bestellen bij de apotheek en in Nieuwegein is een viskraam waar ze heerlijke kibbeling verkopen!

O ja, nog even dit. Dan ben je thuis (Hans) en dan krijg je een oproep voor een vaccinatie. Eindelijk! Omdat ik de agenda beheer, heb ik vandaag even gebeld met het landelijke nummer voor vaccinaties van de GGD. Ik was snel aan de beurt (aan de telefoon dan) en werd te woord gestaan door een super vriendelijke dame. Ik kan haar vergeven dat zij niet bij de GGD werkte en dat zij niet wist welke steden dichtbij Dongen lagen. Verder deed zij gruwelijk haar best en zij had alle tijd voor mij. En, zowaar, zij had een datum in Breda, op 22 april, voor de eerste vaccinatie. Een datum voor een vervolgafspraak was uiteindelijk niet te vinden. Daarna nog gezocht in Den Bosch, oh, nee, toch een datum in Breda, 16 maart (morgen!). Helaas, toch niet, de datum verdween net voor haar neus. Pech. Aan het eind van het gesprek adviseerde de dame om de GGD Hart van Brabant te bellen of de huisarts. Bij de huisarts kreeg Hans een hele uitleg, maar geen afspraak voor een prik. Bij het nummer van de GGD Brabant kreeg ik een bandje. Omdat de levering van de vaccins vertraagd was, was het helaas niet mogelijk om een afspraak te maken. Pfff, dan verdwijnt je blijheid als sneeuw voor de zon. Morgen nog maar eens proberen. Misschien moeten we het tijdsbestek van na 2 uur ’s middags verruimen en aangeven dat wij ook op zaterdag- of zondagochtend om 8 uur best even naar Breda willen rijden! Nog even geduld hebben dus.

TOT SLOT:

Dank je wel aan iedereen die hulp heeft aangeboden de afgelopen periode. Hans en ik zijn superblij met jullie!

Lia van Gool



First Dates

NOSTALGIE Posted on za, januari 30, 2021 16:46

Je kent het programma misschien wel, First Dates, elke werkdag te zien op NPO3, ’s avonds rond half 8. Voor Hans en mij een perfect moment om even op ons gemak televisie te kijken, naar een programma waar je niet bij na hoeft te denken. Hoe stom je het misschien ook vindt, wij zijn fans. Dat ik fan ben, kwam goed uit, toen ik hoorde dat een collega van mij meedeed aan het programma. Iedereen kijken dus. En het kwam ook goed uit, omdat ik op mijn werk maandelijks een soort column schrijf voor de nieuwsbrief die op de afdeling uit wordt gebracht (ook al blijven ze daar mijn verhaal hardnekkig ‘blog’ noemen).

En wat was het leuk om naar die collega te kijken. Tijd voor een interview, dacht ik na de uitzending. Hij deed er graag aan mee. Helaas moest dat interview wel telefonisch, omdat wij allemaal thuiswerken, maar dat maakte het niet minder leuk.

“Dat is echt iets voor jou, meedoen aan First Dates,” zeiden collega’s van zijn vorige werk. Ook vrienden hadden al eens aangegeven, dat het iets voor Dion zou zijn. Uiteindelijk meldde een vriendin van Dion hem aan bij First Dates. “Ik zou het wel leuk vinden om een vriendin te ontmoeten, of een relatie te krijgen. En ik dacht, ik ga die uitdaging gewoon aan.” Na een serieuze intake werd er een introductiefilmpje gemaakt en Dion wachtte op een uitnodiging. Dat duurde even, want de eerste date die voor hem gepland was, bleek toch al een vriend te hebben. Gelukkig werd er een nieuwe date gevonden.

“Toen ik mijn date de eerste keer zag, had ik niet meteen een ‘wauw-gevoel’, maar zij had mooie ogen en zij kwam over als een open persoon. Vanaf de eerste seconde was het een soepele date.” Dion was tevreden over de fijne match. “Ik ben gewoon gaan zitten, heb mijn ding gedaan en ik voelde me comfortabel met mijzelf. Het woord ongemakkelijk gebruik ik niet.”

Na de afspraak in het First Dates-restaurant volgde een boswandeling in Oss. Hoewel het gezellig was om samen te wandelen, kwam ook toen het ‘wauw-gevoel’ niet. Daarna werd het even stil. Dion had te druk met andere zaken en had geen zin om te appen. Uiteindelijk volgde opnieuw contact, na de uitzending van de date. “Zij belde mij op en vroeg hoe het met mij ging. Het was een fijn gesprek, met een vreemd einde. Alsof het gesprek midden in een zin werd beëindigd.” Het laatste contact was nu ongeveer een maand geleden. Dion laat het even zo. Als zijn date opnieuw contact opneemt, vindt hij dat prima.

Toch ligt het daten niet stil. Dion heeft inmiddels een boswandeling gemaakt met een nieuwe vriendin en ook hebben andere vrouwen contact met hem opgenomen ná het programma. Soms heeft Dion een dubbel gevoel na de uitzending van First Dates. “Ik heb steeds het gevoel dat ik mij moet verantwoorden over het feit dat ik geen contact meer heb met de leuke vrouw uit First Dates. De vonken sprongen er nu eenmaal niet van af. Ik heb het een kans gegeven.”

Terugkijkend op zijn deelname aan First Dates, heeft Dion er geen spijt van dat hij mee heeft gedaan. “Het is heel gaaf om te doen, dat vonden wij alle twee. Heel Nederland ziet je, dat is wel vreemd. Maar de liefde moet van twee kanten komen. Ik heb nu niet de behoefte om weer contact met haar op te nemen.”

Waarom dit verhaal in de nieuwsbrief heeft gestaan? Omdat er, op de een of andere manier, een overeenkomst bestaat tussen deelname aan First Dates en het werk van een klantenadviseur. In feite is elk telefoongesprek dat een klantenadviseur voert, een ‘first date’. Je weet namelijk nooit wie je aan de telefoon krijgt, of er een klik is. Verloopt het gesprek wel zoals jij dat graag zou willen? Stel je de juiste vragen, weet een verzekerde wat je bedoelt? Net als in het programma First Dates, kan een telefoongesprek je een goed gevoel geven en doen verlangen naar een vervolggesprek. Of het houdt na één gesprek op, net zoals een date bij First Dates na één ontmoeting ophoudt. Hoe een ontmoeting of een gesprek ook loopt, er zijn elke keer weer nieuwe kansen. Elke keer als je een nieuwe ontmoeting hebt, elke keer als de telefoon gaat. En steeds weer is het een verrassing hoe dit verder gaat lopen.

Op die laatste zin ga ik even verder. Je zou het zo kunnen bekijken, toch, dat elke nieuwe ontmoeting een First Date is? De ene keer loopt dat goed, de andere keer niet. Een paar voorbeelden waarbij het goed ging? Die kan ik zo uit mijn mouw schudden.

Mijn eerste ontmoeting met Iwan (die toen nog niet zo heette en die toen nog een puppy was van nog geen week oud). Liefde op het eerste gezicht. JA! Ik wilde graag een reutje en, als ik kon kiezen, wilde ik ook graag een blonde Labrador. Laat nu de enige puppy uit het nest zijn, dat nog geen huisje had gevonden! Dat kleine, blonde, hondje zat gewoon op mij te wachten. Het was inderdaad liefde op het eerste gezicht. Toen Hans een keer meeging om te kijken naar onze nieuwe aanwinst, en het beestje vastpakte, begon hij meteen te piepen! En zo kwam Iwan in mijn (ons) leven, nu alweer bijna acht jaar geleden. Hij heeft in de loop der jaren veel harten veroverd, liefde op het eerste gezicht, ook nu weer. Hij heeft een peettante en een peetoom, waar hij regelmatig gaat logeren, heel veel vriendinnen en vrienden (mensen) en hij heeft zelfs een dochter, die net zo mooi is als hij.

Een heel ander soort liefde op het eerste gezicht was de eerste keer dat ik, als aspirant-bestuurslid, bij het Dongens Mannenkoor ging kijken naar het Kerstconcert. Ik was net nog herstellend na een lange ziekteperiode, maar ik kon de vraag die mij gesteld werd door een oude vriend, niet met ‘nee’ beantwoorden. Zo kwam ik bij het mannenkoor terecht. Liefde op het eerste gezicht, later ook even liefde op het laatste gezicht (maar daar gaat het nu niet over). Een paar jaar na de liefde op het laatste gezicht, veranderde het weer. Ik werd (figuurlijk) weer op het eerste gezicht verliefd op het Dongens Mannenkoor. En zo blijft het nog wel even. Helaas liggen alle activiteiten van het koor nu ook stil. En dat terwijl wij dit jaar ons vijftigjarig jubileum zouden vieren. Het draaiboek lag al klaar, wij zouden begin januari de eerste activiteit al achter de rug hebben. Jammer, het is niet anders. Zeker is: van uitstel komt geen afstel. Het Dongens Mannenkoor laat van zich horen. Wat ben ik trots op ‘mijn mannen’.

Andere voorbeelden van liefde op het eerste gezicht? Het huis waar wij nu in wonen, het huis waar ik vroeger als kind wel eens langsliep, het huis waar ik zo graag eens naar binnen wilde kijken toen al. Het huis waar Hans en ik, nu al 25 jaar (!) wonen. Een jubileum dat ik graag had willen vieren…

Zo is er nog wel meer te noemen, bijzondere ontmoetingen, waarbij de liefde dan misschien niet meteen ontstond na één ontmoeting, maar wel vlak daarna. Zoals die met Hans, die ik op straat tegenkwam tijdens de Ronde van Dongen, vlakbij het huis waar wij nu wonen. En ik dacht maar dat hij een oogje op mijn vriendin had. Maar ik gaf hem aan het eind van de avond toch mijn telefoonnummer. Onze First Date ging naar De Efteling. Met veel plezier kijken wij daar nog regelmatig op terug. En de ontmoeting met mijn lieve Spaanse vriendin, die toen nog mijn buurvrouw was, onze liefde kan niet meer stuk.

Iwan ( de lieverd)

Er zijn zeker heel veel mensen die ik hier nu niet kan noemen, omdat mijn verhaal dan bijna op een boek zou lijken. Dat gaat te ver. Maar dat wil niet zeggen dat die mensen mij minder dierbaar zijn. Ik ben heel blij met al mijn vrienden en kennissen, of er nu een klik ontstond na die First Date of niet. En ik hoop dat er, na deze vervelende tijd, met alle mensen die mij dierbaar zijn, weer veel ontmoetingen zullen komen. Zodat wij kunnen lachen, samen leuke dingen kunnen doen, een borrel drinken, gaan eten, naar een voorstelling. Die First Date met Corona/Covid? Nee, dat was zeker geen klik. Laten we hopen op betere tijden.

LIA VAN GOOL



Eindejaars-blues

NOSTALGIE Posted on ma, december 07, 2020 17:14

Zo, het jaar 2020 is al weer bijna voorbij. En wat een vreemd jaar is het tot nu toe. Aan het begin van het jaar leek het allemaal zo goed te gaan. Toen eind februari bekend werd dat het Coronavirus heerste, vierde ik thuis een feestje om een extra dag te vieren, 29 februari 2020. Op die avond sprak ik met vrienden af om een ‘after-Corona-party’ te houden op 6 juli, de dag dat één van mijn vrienden zijn verjaardag zou vieren. Toen was nog de verwachting dat het allemaal wel mee zou vallen, dat het virus nu al lang weer verdwenen zou zijn. Helaas, het feestje is niet doorgegaan.

Op mijn werk bij een grote zorgverzekeraar veranderde er ook heel veel. Wij werken allemaal al weer vanaf maart dit jaar continu thuis. Dat is best wel heftig, als je hele dagen aan de telefoon zit. Geen gesprekken van collega’s die je tussendoor even mee kunt luisteren, geen mogelijkheid om even snel te schakelen met een collega die naast je zit. Nee, je kunt alleen even kijken naar je hond of je kat, maar die kan geen advies geven over een gesprek met een verzekerde.

IWAN

Zelfs mijn hond Iwan heeft last van de eindejaars-blues. Hij heeft zich helemaal opgerold als een kat en gaat het liefst niet meer naar buiten, vooral als het ’s avonds donker is.

De eindejaars-blues beginnen vroeg dit jaar. Meestal begint het bij mij begin december te kriebelen. Een terugblik op het jaar dat bijna voorbij is, een vooruitblik naar het nieuwe jaar. Nu zijn die gevoelens er al in november. Buiten wordt het steeds donkerder, de dagen worden korter. Het lijkt alsof het elke dag regent en waait en dat het ’s morgens gewoon niet licht wordt. En Corona maakt de wereld om ons heen nog ongezelliger, kil en stil. Nee, ik heb de kerstboom nog niet gezet. Sinterklaas is immers net weg uit ons land. Zelfs die oude, wijze man werkte thuis dit jaar. Maar wat was zijn landelijke intocht leuk dit jaar. Met een ouderwets defilé, al dan niet met burgemeesters en kinderen uit dorpen en plaatsen die niet bestonden (of toch weer wel). Het was leuk om naar te kijken.

In Dongen doen ze er alles aan om het gezelliger te maken buiten. De feestverlichting werd dit jaar weken eerder opgehangen en ik moet zeggen dat die lampjes het veel leuker maken als je in het donker door het centrum loopt. Om de sfeer nog meer te verhogen, zijn er ook luidsprekers opgehangen, waaruit muziek klinkt. Ben benieuwd. Ik heb nu gehoord dat de muziek zacht uit de luidsprekers klinkt. Best gezellig eigenlijk!

Verder gaat het leven door, hoewel vakanties dit jaar natuurlijk niet doorgingen. Zoals zoveel andere dingen die niet door konden gaan: afspreken met vrienden, een keer uit eten, naar het theater, naar de film. Helemaal niets. En soms voelt dat echt vreemd. Eén van onze kleindochters, die dit jaar 21 jaar is geworden, vertelde mij dat het lijkt alsof ‘haar leven op pauze staat’. Een wijze uitspraak, toch? Zo voelt het inderdaad soms.

Sommige dingen zijn ook minder leuk dan normaal, omdat mensen vaak een korter lontje hebben. Ik merk het bij mijzelf soms ook, meestal bij het boodschappen doen. Wil je naar, ik noem maar even, Albert Heijn, moet je wachten op een wagentje. Een tijdje terug ging ik samen met Hans boodschappen doen. Hij had al een wagentje, ik nog niet. Ik wilde er een pakken bij het ‘meisje van de wagentjes’. Maar nee, dat mocht niet. Ik stond verkeerd. Ik moest in de rij gaan staan. Ik keek een beetje beduusd, door de toon van ‘het kind’. Er wás helemaal geen rij. De enige die in de rij stond, als die er zou zijn, was Hans en die stond naast mij. Ik heb mijn boze woorden ingeslikt, ben een stapje achteruitgelopen. Toen stond ik ‘in de rij’ en kreeg ik vervolgens een wagentje. Dat is nog een paar keer gebeurd. Prima hoor, regeltjes en ook heel fijn dat de winkelwagentjes schoongemaakt worden. Maar degenen die de rij in de gaten houden, mogen best wel wat klantvriendelijker zijn….. en gelukkig gaat het meestal wél goed!

En dan de hond uitlaten. Omdat mensen de deur niet uit mogen of kunnen, hebben zij ook meer tijd om naar buiten te kijken. Kijken of ik de poep van Iwan wel opraap van de stoep. Wat gebeurt dat vaak de laatste maanden. En, mensen die ernaar kijken, ja, ik ruim de poep altijd op. Mocht het zijn dat ik geen poepzakje bij mij heb, wat eigenlijk nooit gebeurt, dan kom ik terug om de rotzooi alsnog op te ruimen. Eén keer poepte Iwan op de stoep in de St. Josephstraat. Hij vindt het heerlijk om op de stenen te poepen, dat doet hij al vanaf pup. Ik zucht eens, want ik ben daar nooit zo blij mee, maar goed. Komt er een vrouw langs, die mij toebijt: ‘heb je wel een zakje bij….’ Ja, ik heb altijd een zakje BIJ ME!!! Ik heb echter nooit een zakje ‘BIJ’. Want achter dat ‘bij’ hoor je nog wat te zeggen. Die dame heeft vast niet bij de zusters op de Heilig Hartschool gezeten. Ik weet nog goed, op de lagere school (eeuwen geleden, dat dan weer wel) dat je altijd werd gecorrigeerd als je zei dat je ‘iets niet bij had’. De zuster vertelde je nadrukkelijk dat je moest zeggen ‘ik heb dat niet bij me’. Dat ben ik nooit meer vergeten. Dus mevrouw: ik heb altijd een poepzakje BIJ MIJ!

Zo, dat ben ik ook weer kwijt.

Ik werd deze week ook nog wel blij hoor, zoals zo vaak als ik met Iwan loop. Er liepen ouders met een kindje van een jaar of 3 (of 4). Het jongetje werd helemaal blij toen hij buiten kwam en zag dat de feestverlichting aan was. Hij vond al die lampjes zo mooi! Met een lach op mijn gezicht ben ik naar huis gelopen. Geweldig!

En nu is het al weer bijna Kerstmis, met dit jaar ongetwijfeld een andere sfeer dan andere jaren. Probeer er wat leuks van te maken. We moeten het nu eenmaal doen met de situatie zoals die nu is. Bovendien heeft iedereen er last van, tenminste dat zeg ik meestal tegen mijzelf als ik ergens van baal momenteel. En de jaarwisseling zonder vuurwerk? Misschien wordt dat wel de mooiste dag van 2020, want op 31 december, middernacht is dit vervelende jaar voorbij. Zachtjes gloort er licht aan de horizon!

Als je dan ook nog eens hoort dat de beheerder van deze krant vijftig jaar getrouwd is! Een mooi moment om af te sluiten!

LIA VAN GOOL



Volgende »