Blog Image

LIA VAN GOOL

COLUMN VAN LIA VAN GOOL

Zij neemt de lezer mee in haar wereld van werkelijkheid en menselijkheid. Zij zal het zijn die de lezer een stuk vitamine voor het hart geeft en diezelfde lezer een blik gunt in het Dongense zoals Lia dat ziet. Gevarieerd en soms scherp ,maar altijd vanuit een positieve blik op de wereld van ons allen.

De redactie van deze krant wenst de lezer hierbij veel genoegen en leesplezier

Een gele kabel en eten van de buurjongen

REALITEIT Posted on ma, april 19, 2021 16:35

Een tijdje geleden kreeg ik een mailtje, met daarin de melding dat mijn pakketje de volgende dag geleverd zou worden. Pakketje? Ik heb helemaal geen pakketje besteld, bedacht ik. De track & trace-link heb ik daarom maar niet geopend. Toch bleef ik het vreemd vinden, die mail. Afwachten dus maar.

De volgende dag lag er een envelop in de brievenbus, mijn pakketje hoefde dus niet bezorgd te worden, maar paste gewoon in de brievenbus. Het zat in zo’n envelop met van die plastic bubbeltjes, je kent dat wel. In de envelop een plastic zakje met een knalgele kabel. Op het zakje een etiketje met de mededeling ‘deze kabel is ter vervanging van de rode kabel’. Mmmmmm….wat? Hoezo rode kabel, waar en hoe? Geen idee. Uiteindelijk zagen Hans en ik dat de envelop van KPN kwam. En die firma had nog niet zo lang geleden een glasvezelkabel bij ons aangelegd. Zou die gele kabel daar iets mee te maken hebben? Hans belde toch maar even de klantenservice. Een uiterst vriendelijke jongeman vroeg onze gegevens en kon in het systeem zien dat de bestelde apparatuur binnenkort geleverd zou worden. Maar…..wij hebben niks besteld! Wij kregen een gele kabel thuis waar we niks mee konden. De klantenservicemedewerker kon in ‘het systeem’ ook niets vinden over een gele kabel. Goed, het gesprek op een gegeven moment maar beëindigd. Een paar dagen later kreeg ik een mailtje met daarin de bevestiging van mijn afspraak met ‘de monteur’. Natuurlijk, ook van KPN. Geen idee, want ik hád helemaal geen afspraak met een monteur gemaakt. Nu belde ik met de klantenservice en ik kreeg een uiterst vriendelijke dame aan de lijn (of zeg je dat tegenwoordig niet meer met al die draadloze telefoontoestellen en mobieltjes, geen idee eigenlijk?).

Hoe dan ook, ik legde mijn probleem uit. Het bleek dat de gele kabel én de monteur bij elkaar hoorden. Ik bedacht ineens dat degenen die de glasvezelkabel aangelegd hadden, wel heel aardig waren als ik de hond uitliet, maar geen woord Nederlands spraken (behalve dan ‘hallo, goedemiddag’ en dat soort woordjes). Dus, ik vraag aan degene die ik aan de telefoon had, of er wel een Nederlandssprekende monteur zou komen. Toen ik de vraag had gesteld, besefte ik al dat dat best wel stom klonk. Dat heb ik ook aangegeven, uitgelegd dat het mij niet uitmaakte of er een Nederlandse monteur of iemand met een andere nationaliteit zou komen, als degene die aan de deur kwam, maar Nederlands zou spreken. Ik wilde echt niet overkomen als iemand die discrimineerde…..Gelukkig pakte de dame het goed op, ze moest lachen om mijn uitleg en mijn opmerking dat ik echt niet wilde discrimineren en dat ik zelf vond dat het best stom klonk, die vraag of er wel iemand aan de deur zou komen die Nederlands sprak. Pfff, ik was gewoon blij dat ik dat gesprek achter de rug had. Met een lach in haar stem hing de dame op, bevestigend dat er in ieder geval een Nederlandssprekende monteur aan de deur zou komen. Wat een opluchting.

De volgende dag kwam de monteur aan de deur. Keurig in een jasje van KPN. En weet je? Hij sprak ook nog Nederlands. Bovendien was de klus snel geklaard en ook toen de monteur weg was, werkte alles nog!

Na dit verhaal moet ik nog iets kwijt dat er eigenlijk niets mee te maken heeft, maar dat wel met bezorgen te maken heeft.

Het was vrijdagavond en Hans en ik waren boven televisie aan het kijken toen de bel ging. Wie zou dat nou weer zijn? Wij verwachtten niemand meer op dat tijdstip, hoewel het nog niet zo laat was. Ik naar beneden. Voorzichtig deed ik de bovendeur open, er stond een jongetje van Thuisbezorgd.nl aan de deur met een plastic tasje, waar eten in zat. De jongen vertelde dat het de bestelling voor de buren was. En dat er op de deur een briefje hing, waarop stond dat pakketjes bij de buren afgeleverd moesten worden. Oké…..? Pakketjes kan ik me voorstellen, maar eten??? Het bleek dat de jongen de bel niet kon vinden. Ik dacht, nou vooruit, dan loop ik wel even mee naar de deur. Ik vond de bel wel, maar die deed het niet. Dat was dus het probleem. Intussen was het jochie al aan het bellen naar zijn baas. Maar ik dacht, als onze buurjongen eten heeft besteld, zal hij toch zeker wel thuis zijn. Daarom rammelde ik maar met de brievenbus. En ja hoor, de buurjongen kwam naar beneden. Ik uitgelegd waarom ik aan de deur stond, verteld dat ik het prima vond om zijn pakketjes aan te nemen, maar dat ik me niet voor kon stellen dat ik ook zijn eten voor hem zou moeten aanpakken. Gelukkig, dat was ook niet de bedoeling. Het jongetje van de bezorger gaf snel het eten aan de buurjongen en verdween op zijn fiets naar de volgende klant. Hopelijk kon hij daar de bel wel vinden en hoefde hij het eten niet bij de buren af te leveren.

Pluspunt van de bezorging van het eten van de buurjongen was wel dat ik eindelijk weer eens een praatje met hem heb kunnen maken, want zo vaak zien we elkaar niet. Ik heb de buurman smakelijk eten gewenst en ben weer naar huis gegaan. Een paar dagen later ging de bel weer, nu overdag. En wat denk je? Een pakketje voor de buurjongen! Natuurlijk heb ik dat aangenomen. ’s Avonds kwam hij het pakketje halen. We hebben nog hartelijk gelachen om het bezorgde eten! En nee, natuurlijk hoefde ik zijn eten niet aan te pakken!

Uw reactie ziet u pas later

LIA VAN GOOL



Heen en weer, heen en weer, heen en weer

REALITEIT Posted on ma, maart 15, 2021 17:46

(over ziekenhuizen, chauffeurs, kibbeling, liften en QR-codes en ja, ook over de vaccinatie)

Stel je voor: je moet voor een operatie naar een ziekenhuis, waar je nog nooit geweest bent. En je moet daar ’s morgens om kwart voor zeven (06.45 uur) zijn. Het overkwam Hans. Hij moest geopereerd worden in het Sint Antoniusziekenhuis in Nieuwegein. Niet echt naast de deur, maar ook niet helemaal aan de andere kant van de wereld. Het nadeel: tijdens het verblijf in het ziekenhuis moest ik natuurlijk elke dag naar Nieuwegein. Helaas doen mijn voeten niet altijd wat ik wil, dus ik rijd niet zo graag zo’n stuk over de snelweg. Gelukkig hebben wij een vrienden- en kennissenkring met mensen die altijd voor ons klaar staan als het nodig is. Zo werd er snel een aantal chauffeurs gevonden. Wat een luxe en wat waren wij daar blij mee!

Ondanks het feit dat de ziekenhuizen in deze tijd regelmatig helemaal vol liggen, en het feit dat operaties regelmatig uitgesteld worden, kon Hans op redelijk korte termijn (ongeveer één maand) terecht in het ziekenhuis. Eigenlijk best wel snel, toch? Dankzij deze vreemde tijd vonden alle voorbereidingen, behalve het prikken van bloed dan, telefonisch plaats. Vreemd. Je hoorde een stem aan de telefoon, die het over jou had. Hoe die persoon aan de andere kant van de telefoon eruitzag? Geen idee. Opvallend was wel dat iedereen, van uroloog tot anesthesist en van verpleegkundige tot apotheker, heel veel tijd voor Hans had. Echt heel veel tijd. En de uroloog, die het verloop van de operatie al uitgelegd had aan Hans, nam daarna gewoon nog even de tijd om het verhaal, in een kortere versie, aan mij te vertellen. En zo kropen de weken voor de operatie voorbij.

De dinsdag voor de operatie is Iwan toch maar gaan logeren bij zijn peettante en peetoom in Tilburg. Anders had ik op woensdagochtend om vijf uur (!) mijn rondje Oranjeplein moeten lopen. En dat was toch wel héél erg vroeg. Daar komt bij dat Iwan, peettante en peetoom, een logeerpartij altijd een feestje vinden.

Woensdagochtend, stipt kwart voor zes, stond onze chauffeur van dienst voor de deur. En daar gingen wij met een grote weekendtas vol spullen, nog een beetje slaperig, op weg. Gelukkig was onze chauffeur goed wakker.

Over de relatief rustige snelweg, reden wij richting Nieuwegein. Tot aan de afslag naar het ziekenhuis, via De Weg naar de Poort, ging het goed. Op het bord naar de afslag was niet helemaal duidelijk te zien of dat de richting was naar alleen de spoedeisende hulp, of ook de afslag naar de hoofdingang. Geen idee, maar het was nog vroeg en we hadden tijd genoeg. En het bord dat wij de eerste keer hadden gezien, was het enige juiste bord en de enige juiste afslag naar het ziekenhuis. Maar het werd nog onduidelijker. Waar was nu de hoofdingang? Uiteindelijk zagen wij een bord ‘brengen en halen personen’. Dat bord wees ons de weg naar de hoofdingang. En daar gingen wij, Hans en ik. Onze chauffeur moest helaas buiten wachten.

De grote hal van het ziekenhuis was helemaal donker. Niemand te zien aan wie je kon vragen waar wij moesten zijn. Of toch? Ja, uiteindelijk wel. Wij moesten de duistere gang doorlopen, tot aan de centrale hal. Daar zat een beveiliger en die zou ons de weg kunnen wijzen. Dat kon hij gelukkig ook. De blauwe liften moesten wij hebben. Later bleek dat er ook nog groene liften waren……

Goed, tot zover ging het goed. Vervolgens de intake vóór de operatie, die ging ook goed. Hans moest naar de voorbereidingskamer en toen mocht ik niet mee. Kon ik weer naar huis. Na de operatie zouden ze bellen van de afdeling of alles goed was gegaan. De specialist zou zelf niet bellen. Dus ik naar huis. Rond 8 uur ’s morgens was ik alweer terug in Dongen. Wachtend op een telefoontje. Op bezoek gaan die middag, dat mocht niet. Het bezoekuur was pas om 5 uur ’s middags.

Het werd een lange ochtend. De tijd kroop vooruit, 9 uur, 5 over 9…..o, ineens half 10, kwart voor 10, nog steeds geen berichtje. Zou mijn telefoon het wel doen? Ja hoor, er belde iemand van een of ander energiebedrijf….nou dat weer. En de tijd bleef vooruit kruipen. Uiteindelijk, rond 11.00 uur, belde de specialist. De operatie was technisch goed gegaan en het hart van Hans had zich goed gehouden. De verwachting was dat Hans rond 2 uur ’s middags op de afdeling zou zijn. Mooi, dat stelde me weer gerust.

Rond 4 uur stond dezelfde chauffeur die ’s morgens om kwart voor 6 gereden had, weer voor de deur. Hup weer naar Nieuwegein, voor de tweede keer die dag. Bij de ingang van het ziekenhuis moest je je melden met een QR-code. Bij die code stond het patiëntnummer en pas als dat allemaal gecontroleerd was, mocht je doorlopen. Per patiënt mocht er maar één persoon per bezoekuur komen en je mocht niet wisselen tijdens het bezoekuur, dat toch 3 uur duurde!

En wat was het fijn om Hans weer te zien. Hij had praatjes genoeg. Gelukkig. Tijdens het bezoekuur kwam de uroloog nog even langs. Hij kon mij meteen uitleggen hoe een en ander was gegaan tijdens de operatie.

Zo regen de dagen zich aaneen met een vast ritme. ’s Morgens op mijn gemak Iwan uitlaten, met Hans bellen of appen, boodschappen doen en ’s middags weer op bezoek. Het was trouwens wel grappig om te zien hoe Iwan zich gedroeg. Elke keer als ik hem uitgelaten had, stond hij in de gang naar boven te kijken en te luisteren of Hans daar misschien was. Of hij keek naar buiten als hij weer een auto hoorde (gezellig hoor, in die drukke straat bij ons, met een ijssalon aan de overkant!). En elke keer was hij weer teleurgesteld als Hans er niet was.

De uroloog had gezegd dat Hans een paar nachtjes in het ziekenhuis moest blijven. Lichte hoop bij ons alle twee dat hij voor het weekend weer thuis zou zijn. Helaas, dat mocht niet zo zijn. Maar, zo werd gezegd, maandag kan meneer waarschijnlijk wel naar huis. Een transferverpleegkundige zou thuishulp gaan regelen, want de wond van Hans moest (en moet nu nog) twee keer per dag gespoeld worden. De ene na de andere organisatie werd gebeld. En wat denk je? Geen hulp beschikbaar! Geen hulp beschikbaar? Het gaat maar om 2 x een half uurtje per dag. Nee, niemand in Dongen of omstreken kon de gewenste hulp bieden. Daar kwam nog bij dat de verpleegkundige een bepaald niveau moest hebben, omdat zij (of hij) anders de gewenste handeling niet mocht doen.

Zo bleef Hans in het ziekenhuis liggen, dag na dag. En elke keer weer de hoop dat hij dan toch in ieder geval woensdag of donderdag naar huis zou mogen. Het tweede weekend kwam steeds dichterbij. Het zou toch niet zo zijn dat Hans nóg een weekend in Nieuwegein zou moeten blijven? Op vrijdagochtend kwam het verlossende woord: je kunt me op komen halen. Yes, eindelijk!

Gelukkig dat er hulp was geregeld. In het begin was het even wennen. Wennen aan alle vreemde mensen die elke dag twee keer door je huis lopen. Wennen aan afspraken die niet altijd liepen zoals je zou willen. Wennen aan het feit dat Hans toch weer echt thuis was.

Nu, na bijna 2 weken, loopt alles op rolletjes. Behalve dan dat we afgelopen vrijdag ineens weer ‘even’ naar de Spoedeisende Hulp in Nieuwegein moesten omdat er toch iets niet goed leek te gaan (gelukkig, na allerlei onderzoeken, bleek er niets ernstigs aan de hand te zijn).

Hans en ik zijn blij dat er elke dag hulp komt. Iwan is blij dat er elke dag vrouwen binnenkomen die helemaal gek op hem zijn. Nu krijgt hij weer aandacht van mensen die bij ons binnenkomen. Dat heeft hij het afgelopen jaar (vanwege het stomme virus) zo gemist.

En ik? Ik ben blij dat Hans weer thuis is, dat het reizen naar Nieuwegein voorbij is, dat ik weer ‘gewoon’ aan het werk kan (ook al merk ik soms dat mijn hersens nog niet helemaal goed werken).

En verder? Ik heb wel een paar dingen geleerd van het heen en weer reizen naar Nieuwegein: je doet er ongeveer 3 kwartier over om vanuit Dongen in het ziekenhuis binnen te staan; je moet afslag 9 nemen om bij het Sint Antoniusziekenhuis terecht te komen en niet de afslag naar de benzinepomp; een navigatiesysteem waar je tegen kunt praten, luistert niet altijd goed; de ‘nieuwe weg’(de afslag naar de A27) is toch ingewikkelder dan je soms zou denken; de nagerechtjes in het ziekenhuis smaken best lekker; een ziekenhuis is in deze tijd tijdens het bezoekuur net een spookstad; het is lastig om jodium te bestellen bij de apotheek en in Nieuwegein is een viskraam waar ze heerlijke kibbeling verkopen!

O ja, nog even dit. Dan ben je thuis (Hans) en dan krijg je een oproep voor een vaccinatie. Eindelijk! Omdat ik de agenda beheer, heb ik vandaag even gebeld met het landelijke nummer voor vaccinaties van de GGD. Ik was snel aan de beurt (aan de telefoon dan) en werd te woord gestaan door een super vriendelijke dame. Ik kan haar vergeven dat zij niet bij de GGD werkte en dat zij niet wist welke steden dichtbij Dongen lagen. Verder deed zij gruwelijk haar best en zij had alle tijd voor mij. En, zowaar, zij had een datum in Breda, op 22 april, voor de eerste vaccinatie. Een datum voor een vervolgafspraak was uiteindelijk niet te vinden. Daarna nog gezocht in Den Bosch, oh, nee, toch een datum in Breda, 16 maart (morgen!). Helaas, toch niet, de datum verdween net voor haar neus. Pech. Aan het eind van het gesprek adviseerde de dame om de GGD Hart van Brabant te bellen of de huisarts. Bij de huisarts kreeg Hans een hele uitleg, maar geen afspraak voor een prik. Bij het nummer van de GGD Brabant kreeg ik een bandje. Omdat de levering van de vaccins vertraagd was, was het helaas niet mogelijk om een afspraak te maken. Pfff, dan verdwijnt je blijheid als sneeuw voor de zon. Morgen nog maar eens proberen. Misschien moeten we het tijdsbestek van na 2 uur ’s middags verruimen en aangeven dat wij ook op zaterdag- of zondagochtend om 8 uur best even naar Breda willen rijden! Nog even geduld hebben dus.

TOT SLOT:

Dank je wel aan iedereen die hulp heeft aangeboden de afgelopen periode. Hans en ik zijn superblij met jullie!

Lia van Gool



Probeer te genieten, ondanks de vreemde tijd waarin wij leven!

REALITEIT Posted on wo, augustus 26, 2020 17:35

Wat een vreemd jaar, 2020. Het zou een jaar worden met allerlei speciale gebeurtenissen. Gebeurtenissen waar ik ook al feestjes voor had gepland. Het laatste feestje van 2020, dat wij thuis hebben gehouden, was het ‘Extra-dag-feestje’ op 29 februari van dit jaar. Waarschijnlijk was dit het laatste feestje thuis dat in 2020 is gehouden. Vanaf begin maart is de wereld compleet anders geworden. En er verandert heel veel. Helaas.

Zoals het thuiswerken. Al vanaf maart dit jaar werk ik niet meer op kantoor, maar thuis. Het thuis werken duurt nu al bijna een half jaar en het is bijna een gewoonte geworden. Soms is het even vreemd om niet weg te hoeven. Over het algemeen ervaar ik een gevoel van rust. Terug naar kantoor? Voor mij nog even niet, hoewel het soms toch een beetje begint te kriebelen. Elke ochtend in de auto stappen? Nee, dat hoeft niet, heerlijk is dat, ook al duurt de rit Dongen-Tilburg echt niet zo lang.

Toch gaat mijn wekker gaat wel elke dag om half zeven, omdat ik het wel prettig vind prettig om de dagelijkse routine aan te houden. En eigenlijk ga ik ook naar kantoor: ik neem de trap in plaats van de lift (!) en ga naar mijn eigen huis-kantoor. Ik heb mijn ‘gewone’ werk-dagritme opgepakt. Wat ik wel mis, zijn de routineachtige zaken van elke morgen op kantoor komen: de cappuccino die ik elke ochtend voor mijn collega haalde, het kopje thee voor mijzelf. Even een praatje maken met de collega’s die al op kantoor zijn, weer de verkeerde naam zeggen tegen één collega (dat leer ik natuurlijk nooit! Onze Iwan is er al helemaal aan gewend dat ik thuis werk en Hans vindt het wel gezellig dat hij niet altijd alleen thuis is ’s ochtends.

De verschillende overleggen, die eerst op kantoor waren, worden nu via Teams gehouden. Zo ‘zie’ je elkaar toch, collega’s in hun eigen omgeving. Bij de ene collega is de lucht altijd blauw en zonnig (door een speciale achtergrond die je in kunt stellen), ook al valt de regen met bakken uit de lucht. Bij de ander zie je een strak witte muur en bij weer een andere collega zie je maar de helft van een hoofd, omdat de camera op de een of andere manier niet goed staat. Soms hoor je een hond op de achtergrond blaffen en die hond komt dan ook even in beeld, omdat hij aandacht nodig heeft. Ergens anders hoor je soms een kindje brabbelen. Bij andere collega’s lopen de katten over het toetsenbord of over de tafel. Zo krijgt een overleg een heel andere dimensie.

Vooral in het begin van lockdown, leek het alsof de dagen voorbijgleden in de tijd. Alsof er niks gebeurde, alleen maar werken, de hond uitlaten, eten koken, puzzelen, koffiedrinken en af en toe een boodschap doen. De wereld was in die tijd echt vreemd. Het voelde raar aan buiten. Als ik met Iwan buiten liep, voelde ik mij een detective, constant om mij heen kijkend of er mensen aan kwamen. Was er wel genoeg ruimte om ergens te gaan staan, om de 1,5 meter afstand te bewaren. Wat was dat een vreemde tijd. En eigenlijk is de tijd nog steeds vreemd.

In die eerste lockdown-maanden was mijn agenda helemaal leeg. Wat vreemd. Eerst waren er elke dag wel blokken te zien, die betekenden ‘afspraak’, ‘contact’ of ‘herinnering’. Nu niets, gewoon wit, geen afspraken. Bovendien was Hans in de eerste weken van de lockdown ziek. Of het Corona was? Geen idee. Wat het wel was: vervelend. Hans mocht nergens naar toe, die eerste maanden. Elke keer na de persconferenties weer contact met de huisarts. Een huisarts, die in die periode ook wel eens op huisbezoek kwam, gekleed als maanmannetje: een witte overall, compleet met capuchon, een bril op, een spatscherm, handschoenen, wat al niet meer. Dat was wel even schrikken. Maar gelukkig, het was toch de gewone, vertrouwde huisarts, die verstopt zat onder die vermomming.

O ja, in de lockdown-tijd hadden wij ook raam- en deurvisites. De peettante van Iwan, die met haar telefoon bij ons voor het raam stond om met Hans te bellen. En vrienden van ons, die aan de deur kwamen en niet binnen wilden komen. Wij hebben de deur opengezet en toch een wijntje aangeboden. De deurvisite was compleet! En het was ook nog gezellig.

Eindelijk, na bijna 3 maanden, mocht Hans weer naar buiten. En wij mochten ook weer op bezoek bij vrienden en familie. Als er maar niet te veel mensen aanwezig waren. De eerste bezoeken aan vrienden waren feestjes! En die vrienden hadden er ook feestjes van gemaakt! Wat waren dat bijzondere bezoekjes. Bezoekjes die vorig jaar nog zou normaal zouden zijn, waren nu echt een feestje. Het was geweldig! Wij kijken er met plezier naar terug.

Soms doe je in deze tijd ook wel eens gekke dingen. Zo heb ik, toen er weer eens een discussie was over mondkapjes, onze Iwan een mondkapje op gezet. Zoals je kunt zien op de foto, vond hij het niet echt leuk. Maar wij hebben er wel vreselijk om gelachen.

En dan ineens gaat ook de geplande vakantie niet door. Wij hadden een cruise geboekt naar Noorwegen. Helaas, die is in rook opgegaan. En het was een reis waar ik echt naar uit gekeken had, met De Rotterdam! Een schip, waar wij al eerder mee gereis hadden en waar ik echt heel graag nog een keer mee wilde gaan cruisen. Jammer, geen cruises meer in 2020. Bovendien is De Rotterdam nu ook nog verkocht aan een andere maatschappij. Cruisen met dat schip zit er dus niet meer in, misschien gaan wij helemaal niet meer op cruise.

Omdat de vakantie niet doorging, maar ik wel vrije dagen had, dachten wij: ‘we gaan een paar dagen naar Rotterdam’. Zo gezegd, zo gedaan en een hotel geboekt in het centrum van Rotterdam. Wat denk je? Breekt de Corona in alle heftigheid uit in de regio Rotterdam. Ook dat uitstapje maar geannuleerd. Achteraf niet zo erg, want net in de week dat wij weg zouden zijn, was er een heftige hittegolf. En dan is een verblijf in een stad ook niet zo’n pretje. En, ook nog wrang, op de dag dat wij in Rotterdam zouden zijn, voer De Rotterdam voor het laatst Rotterdam uit. Hebben we dat ook nog gemist.

Maar verder gaat het gelukkig goed. Wij pakken ons sociale leventje in alle rust weer op en wij plannen niet al te veel in korte tijd. Wij houden ons aan de regels om niet naar evenementen of gelegenheden te gaan waar het erg druk is. Wij gaan gewoon in Dongen naar en terrasje en winkelen ook gewoon in Dongen. Hoewel dat winkelen wel minder is dan begin dit jaar. We lopen niet zo gemakkelijk zomaar even een winkel binnen. We winkelen gericht, of misschien kun je het beter boodschappen doen noemen. Toch bevalt dat ook goed. En de wekelijkse boodschappen? Die laten wij al een paar maanden thuisbezorgen. Naar volle tevredenheid. Niet door Albert Heijn of de Jumbo, want daar moesten wij, toen wij het ineens in ons hoofd haalden om boodschappen online te bestellen, minstens drie weken wachten. Hans bedacht ineens dat wij in Dongen ook een Spar hebben. En wat denk je? Ook de Spar bezorgt thuis. Je hoeft géén drie weken te wachten, je bestelt je boodschappen op donderdag en ze worden netjes op vrijdag thuisbezorgd. Geen gesjouw, want degene die de boodschappen bezorgt doet alle boodschappen netjes in het boodschappenwagentje dat wij klaar hebben staan. Echt geweldig. Dat boodschappen doen in een drukke supermarkt is voor ons voorbij, misschien wel voor de komende jaren. Wij gaan gewoon voor de Spar!

Gelukkig hebben Hans en ik geen klachten. Waar wij wel last van hebben, is dat alle activiteiten die normaal gesproken in Dongen gepland zijn niet doorgaan. En ook de feestjes die wij zelf gepland hadden, gaan niet door. Dit jaar bereik ik in september een mijlpaal qua leeftijd. Tijd voor een feestje? Dit jaar helaas niet. Ik stuur degenen die ik normaal uit zou nodigen die dat maar een voucher, die een paar jaar geldig blijft. En dat is het. Op mijn verjaardag drink ik samen met Hans een borrel (of twee) op onze gezondheid en die van allen die ons lief zijn. Proost alvast!

Probeer te genieten van de leuke dingen die het leven te bieden heeft, ondanks de vreemde tijd waarin wij leven! Dat doen wij ook.

LIA VAN GOOL



De directeur van Solingen Nederland

REALITEIT Posted on za, juli 04, 2020 17:38

Wat stom van mij!

Het was een beetje een druilerige woensdag. Ik was bij de bakker geweest en ik was al bijna weer thuis. Net toen ik naar binnen wilde gaan, stopte er een auto met een man erin. Niks bijzonders, zou je denken, dat gebeurt wel vaker, en zo is het natuurlijk ook.

De man deed het raampje van zijn nieuwe grijze Mercedes open en riep mij. Hij vroeg of ik in de buurt woonde en antwoordde vervolgens zelf op zijn vraag dat het wel zo moest zijn, omdat ik met de sleutel naar binnen wilde gaan. Daarna vroeg hij aan mij of ik de buurt goed kende. Ja, ik denk het wel…..Toen begon hij met zijn verhaal. Hij vertelde dat hij de directeur was van Solingen Nederland. Hij kwam net van een klant af, waar hij spullen wilde afleveren, maar die klant was failliet gegaan. Hij kon de spullen niet meer mee terug nemen naar de zaak, zo vertelde hij, dus hij vroeg aan mij of ik iemand wist die, bijvoorbeeld, een messenset of een pannenset van het merk Solingen kon gebruiken. Op dat moment kon ik niet zo snel iemand bedenken en ik zei dat ik dat ik zelf die spullen wel zou kunnen gebruiken. Na mijn vraag of hij zomaar gratis spullen weg kon geven, antwoordde hij met een grote glimlach: “Natuurlijk kan ik dat, ik ben de directeur!” Oh…..dacht ik nog. Hij stapte uit de auto en deed zijn kofferbak open. Daar lag inderdaad een aantal dozen. Een kleine doos lag bovenop een grote doos met pannen en een grote doos met messen. Ik zei voor de grap dat ik die pannenset wel wilde hebben, maar die kreeg ik niet. Wel kreeg ik een doos met daarin een snijplank en een groot broodmes. Echt mooi om te zien. Ik vond het een beetje raar, maar ik nam de doos toch maar mee naar binnen. Hans had intussen voor het raam staan kijken wat er allemaal aan de hand was. Toen ik binnenkwam, hebben wij eerst in de doos gekeken: een mooie houten plank, best zwaar, met een groot gekarteld broodmes erbij. Mooie spullen, zo op het eerste gezicht.

Al met al was het best een raar gevoel, dat ik had. Maar, terug naar de orde van de dag, ging ik in de keuken brood klaarmaken voor onze lunch. Toen ik bezig was, riep Hans mij. Die man in de grijze Mercedes stond weer voor de deur. In eerste instantie was hij aan de overkant van de straat blijven staan en wenkte hij Hans om naar buiten te komen. Daar trapte Hans niet in. Hij gebaarde naar de man, dat hij maar naar onze voordeur moest komen. Zo gezegd zo gedaan. Bij de voordeur begon ‘de directeur van Solingen Nederland’ (die zichzelf later Henry noemde) weer over de pannenset, die ik wel zou kunnen gebruiken. Hans vond dat ik deze kwestie af moest handelen, dus hij riep mij. Mijnheer de directeur begon weer een heel verhaal over de pannenset, dat het prachtige pannen waren, goede kwaliteit, dat je geen boter of zo hoefde te gebruiken als je iets wilde braden of bakken in de pannen en dat hij de set echt kwijt wilde. Ik zei dat ik het allemaal maar raar vond, maar de man bleef lachen. Tegen een kleine vergoeding (!) mocht ik de pannenset zelf houden of weggeven. Toen begon het bij mij te dagen, dat er toch echt iets niet klopte. Ik vertelde hem, dat mijn man echt geen vergoeding wilde geven voor de pannenset en dat wij nog goede pannen hadden. Hij bleef een paar keer proberen, maar ik hield vol dat ik géén geld wilde betalen voor iets dat ik eigenlijk helemaal niet nodig had. Uiteindelijk vertrok Henry, de directeur van Solingen Nederland.

Tijdens onze lunch had ik het met Hans nog over de hele gebeurtenis en wij dachten allebei al dat er iets niet klopte. De doos stond nog op de keukentafel. Wij wilden die doos ’s middags meegeven aan vrienden van ons, die op bezoek zouden komen. Mooi cadeau toch?

Toen ik die middag met Iwan ging lopen, bleef het verhaal door mijn hoofd spoken. Wat een vreemd verhaal, wat een vreemde man en wat raar dat ik zomaar iets gekregen had van hem. Na de wandeling ben ik op internet gaan zoeken, met verschillende zoektermen: ‘directeur Solingen Nederland’ (geen Henry te vinden natuurlijk), ‘pannenset Solingen’, ‘messenset Solingen’…… De zoekresultaten leverden verschillende interessante items op, onder meer van Radar, Kassa en Opgelicht. Ook vond ik een aantal krantenartikelen en berichten van politie. Alle berichten vertelden over een man (of meerdere mannen) die aan de deur kwamen met een verhaal dat leek op het verhaal dat ik die dag gehoord had.

Zoals het volgende verhaal: Een man staat bij je aan de deur en begint een verhaal over een goed doel of over spullen die hij niet meer mee kan nemen. Of jij belangstelling hebt voor die spullen. Mooie verhalen, verteld door een charmante, goed uitziende man in een dure auto. De beschrijving van de man (niet te groot, goed verzorgd, charmant, goed gekleed, niet te groot etc., etc.) klopte helemaal. Ook de beschrijving van de (dure) auto paste helemaal in het plaatje.

Wat een verhaal! Hoe kan ik daar nu ingetrapt zijn? Wat stom! Ik ben altijd zo alert, vind ik zelf. Ik snap niets van de verhalen van oplichting die ik regelmatig lees. En nu? Nu ben ik er zelf in getrapt! Wat stom, wat stom!

Uiteindelijk heb ik een mailtje gestuurd naar de wijkagent, die het verhaal herkende en vertelde dat het ‘een bekende truc is, altijd hetzelfde verhaal, dat hij zijn spullen niet mee kan nemen. Deze personen trekken het hele land door en proberen burgers op te lichten…..rijden rond met een Duits of Zwitsers kenteken….’ En daar hebben Hans en ik nou net niet naar gekeken, naar dat kenteken. Terwijl dat eigenlijk altijd iets waar ik heel goed op let als iemand in een auto mij aanspreekt. Deze keer dus niet. Weer een les geleerd voor een volgende keer!

Onze vrienden konden ’s middags hartelijk lachen om het verhaal. Nee, zij wilden de doos met het prachtige cadeau niet meenemen. ‘Misschien zit er wel een zendertje in….’ Wij hebben er met zijn vieren hartelijk om gelachen.

En nu? Nu staat de doos (zie foto) bij ons in de kast. Wij laten hem voorlopig maar staan. Dat zendertje hebben wij trouwens niet gevonden (….). En gratis cadeautjes van charmante mannen in een mooie auto? Nee, daar trap ik niet meer in. Hopelijk jullie ook niet. Je bent gewaarschuwd!

Lia van Gool ( 2020)



Sanitair ontspannen?

REALITEIT Posted on do, februari 27, 2020 19:29

Carnaval 2020 is weer voorbij. Het zal niemand ontgaan zijn, dat de vier vrolijke dagen dit jaar wat anders zijn verlopen dan normaal. Gelukkig hebben we de denderende stormen en de vele regenbuien overleefd en de optocht ging, uiteindelijk, nog door op dinsdag. Wel vreemd trouwens, een optocht op dinsdag, die niet de Lampjesoptocht was. Maar het was weer genieten, dat wel. Niet om iemand voor het hoofd te stoten, maar de wagen met al het prachtige fruit was hier favoriet, en ook de groep die de gaten in de optocht vulde met gedichten en lezingen (al dan niet uit eigen werk), scoorde hier hoge punten.

En natuurlijk gebeurde er weer van alles op straat dit jaar. Hoewel, ook op straat was het dit jaar opvallend rustiger dan andere jaren. Het scheelde natuurlijk dat er, in het centrum, weer een kroeg minder was voor de kroegentocht.

De feestende mensen die wel op straat liepen, en dan vooral degenen die dat deden tijdens mijn laatste rondje met Iwan, trokken wel de aandacht van Iwan (en ik moest dan natuurlijk even meekijken).

Eén van onze buurtgenoten stak, helemaal verpakt en onherkenbaar, de straat over, net toen ik met Iwan naar huis wilde lopen. Hup, vier poten strak op straat en ook ik moest stoppen, omdat Iwan even naar die vreemde man wilde kijken. Gelukkig deed hij zijn verpakking gedeeltelijk open en ik kon zien wie het was. Goed volk, maar dat had Iwan natuurlijk al lang gezien. Mijn buurgenoot werd vergezeld door iemand uit Amsterdam (!) die eens kwam kijken in het Peeënrijk. En ik moet zeggen, hij leek die avond redelijk ingeburgerd, maar dat kon al bijna niet anders, als ik hoorde hoeveel kroegen de mannen al bezocht hadden die dag. Na een laatste knuffel voor Iwan, gingen de twee verder, want carnaval was nog lang niet voorbij.

Op een andere avond kwam ik een familielid tegen, met vrienden. Zij hadden net gegeten bij ons in de buurt en er stond een taxi klaar om een deel van het gezelschap naar huis te brengen (nee, mijn familielid niet, die kon gelukkig nog naar huis lopen, gezien de afstand). Iwan scoorde weer veel knuffels. Hij kreeg er echter genoeg van toen één man van het gezelschap hem hardnekkig ‘Golden Retriever’ bleef noemen. Dat moet je natuurlijk niet zeggen tegen een Labrador als Iwan. Hij zocht snel zijn heil bij mijn familielid, die snapte wat Iwan bedoelde, omdat zij zelf ook een Labrador heeft. Na al die knuffels en lastige gesprekken konden wij eindelijk weer naar huis.

De volgende dag, aan het eind van de middag, ging ik met Iwan een rondje Wilhelminaplein. Iwan geniet elke dag met volle teugen van het nieuw ingerichte plein. Wat een snuffelplekken zijn erbij gekomen, echt heerlijk (voor Iwan dan). Vanwege het weer kortte Iwan het rondje drastisch in. Zo gebeurde het, dat Iwan en ik langs de Boerenbond liepen, aan de kant van het Wilhelminaplein. Aan die kant is een aantal parkeerplaatsen aangelegd, met bosjes ernaast. Tussen de bosjes is genoeg ruimte, zodat je gemakkelijk naar je auto kunt lopen of kunt oversteken. Deze keer zag ik echter iets anders.

Tussen twee bosjes stonden twee meiden, nog geen 20, denk ik. Het ene meisje zat op haar hurken, het andere meisje stond er lachend bij. In eerste instantie dacht ik echt ‘wat is dit nou?’ Iwan wilde al gaan kijken, want hij ziet natuurlijk niet zo vaak meiden die op hun hurken zitten bij een struik. Mmmm, dacht ik, ik zal Iwan maar even met een bochtje om die meiden heen laten lopen. En dat was maar goed ook, want het meisje op haar hurken was ‘sanitair aan het ontspannen’. Een prachtige term, die ik een tijdje geleden eens hoorde tijdens een avondje met vrienden (na een glaasje wijn of twee, drie…). Een term die ik altijd onthouden heb en die op deze carnavalsstad ineens weer in mij opkwam.

Ja, sanitair ontspannen is denk ik wel de beste uitdrukking van datgene wat het meisje aan het doen was. Het ging in ieder geval gepaard met veel gelach en gegiechel.

Maar dat was het nog niet. Onder het afdak bij genoemde winkel, stonden drie jongens, die blijkbaar bij het gezelschap van de meiden hoorden. Eén van de jongens kwam naar Iwan toe, die zijn neus meteen in het kruis van de jongen duwde. Die schrok even, omdat hij zuinig was op zijn edele delen. Gelukkig had Iwan net gegeten.

De jongen vroeg aan mij of ik iets gezien had bij de bosjes? Nee hoor, en Iwan ook niet. Iwan mocht van mij niet naar de meiden toe, zei ik. “O, heb je de k*t van S. dan niet gezien?”, vroeg de jongen vervolgens. “Nee hoor, ik heb niets gezien en de hond ook niet.” Dat stelde de knul gerust. Hij vond mij ‘een goede moeder’….. Na dat compliment kon ik mijn wandeling weer voortzetten. Wel met een glimlach op mijn gezicht.

Het bovenstaande verhaal is natuurlijk best grappig. Maar je zult als vrouw maar hoge nood hebben onderweg. Jij kunt niet tegen een muur aan gaan staan om sanitair te ontspannen. Openbare toiletten voor vrouwen zijn helaas bijna nergens te vinden. Op het Wilhelminaplein staat het prachtig opgeknapte gebouwtje met een urinoir en als er iets te doen is in Dongen worden vaak verplaatsbare paspalen (of hoe noem je die dingen) neergezet. Maar nergens staat er ooit een openbaar toilet voor vrouwen. O ja, behalve bij het Oranjeparkfestival, daar dan weer wel.

Maar wat doe je als vrouw, als je echt moet plassen en er is nergens een winkel, kroeg, gemeentehuis of Cammeleur te vinden waar een toilet is? Juist, dan ga je sanitair ontspannen in de bosjes, ook al is dat verboden, je krijgt er toch een ontspannen gevoel van als je klaar bent!

Lia van Gool



Cruiselonische spraakverwarring *)

REALITEIT Posted on do, februari 06, 2020 18:29

En zo zaten Hans en ik weer op een cruiseschip, de Costa Favolosa. Een groot schip, met 3.800 passagiers en zo’n 1.100 personeelsleden. De passagiers hadden verschillende nationaliteiten, maar ongeveer tweeduizend ervan waren Italiaans. En dat was soms duidelijk te horen aan boord. Italianen maken echt veel herrie, vaak omdat zij met hele families een cruise gaan maken. Opa’s, oma’s, tantes, ooms, kinderen, kleinkinderen. En, als opa er niet is, is oma de baas! Dat laat zij dan duidelijk horen. Als opa komt, is dat weer voorbij.

Een kleine groep passagiers was Nederlands, net als wij. Helaas denken buitenlanders vaak dat Nederlands hetzelfde is als Duits. Wij zaten dan ook bij vier Duitsers aan tafel in één van de grote restaurants. Op zich niets mis met Duitsers, hoor, maar zij spreken wel Duits en Duits is, ook al denkt men in het buitenland vaak anders, toch een andere taal dan Nederlands. De eerste avond zaten wij met z’n zessen aan tafel (net als de meeste avonden daarna trouwens). Hans en ik zaten ‘midden tussen de Duitsers’. Toen wij aangaven, dat het voor ons lastig was om met vier Duitsers aan tafel te zitten, reageerde één man laconiek me de opmerking: ‘ja, maar jullie spreken toch Duits?’ En ja, dat doen we ook, maar we moeten wel bij elk woord nadenken, al die naamvallen en zeg ik wel het juiste woord voor dat ding, dat eten of wat dan ook. De tweede avond hebben Hans en ik op eigen initiatief de tafelschikking iets veranderd. Wij zaten aan de buitenkant van de tafel, met de Duitsers respectievelijk links en rechts van ons. Zo konden wij toch gewoon Nederlands met elkaar praten als wij geen zin hadden in Duits. En, wat denk je? Aan de tafel naast ons werd ook Duits gesproken. En dat door een Chinese dame die met haar man in Zwitserland woonde. Hoe kun je het bedenken?

Met alle nationaliteiten aan boord hoorde je natuurlijk een hele dag allerlei verschillende talen. Allerlei, behalve Nederlands, dacht ik. Op een gegeven moment zag ik dat ik de knoopjes van mijn jurk niet goed dicht had gedaan. Bij de damestoiletten dit probleem maar even verholpen. Een aardige dame wilde mij helpen en ik dacht ‘oké’. Wij raakten aan de praat, ik vertelde dat ik niet uit een Engelssprekend land kwam en zij vertelde dat zij het fijn vond dat zij iemand tegenkwam die Engels sprak. Vervolgens vertelde ik dat ik Nederlandse ben. Wat bleek? Zij ook! En daar stonden we met z’n tweeën, tegen elkaar Engels te praten. Daar zijn we maar meteen mee opgehouden. Ik had gehoopt dat ik deze dame nog vaker tegen zou komen, maar dat gebeurde niet. Hoewel, één keertje, helemaal aan het einde van onze reis.

Op een gegeven moment zaten Hans en ik even koffie te drinken (Shakerato, de lekkerste koude koffie die we sinds jaren hebben gedronken!), toen vroeg een dame of zij bij ons mocht komen zitten. Ja, natuurlijk. Even later kwam ook haar man erbij zitten. Zij kwamen uit Australië. Wij raakten aan de praat, vertelden eigenlijk al hele verhalen tegen elkaar, zonder elkaar goed te kennen. Grappig hoe dat soms gaat. Haar man had hartproblemen, Hans ook, zo vonden die twee elkaar al heel snel. Later bleek dat de Australische dame en ik precies dezelfde kleur nagellak op hadden. Toen was het ijs helemaal gebroken. Wat een goede smaak hadden wij allebei en wat leuk dat wij, wonend op twee verschillende continenten, dezelfde smaak hadden. Deze mensen zijn wij nog vaker tegengekomen, wij hebben met elkaar gesproken, even gezellig. En, op de voorlaatste dag van onze reis, tijdens de informatiebijeenkomst voor de ontscheping, zaten de Australiërs weer naast ons. Met een dikke omhelzing en kussen hebben wij afscheid van elkaar genomen.

Wat ook grappig is, is dat je Nederlandse grapjes niet zomaar kan vertalen naar het Engels, Duits, of Frans. Dat merkten wij op een gegeven moment. Hans vertaalde een Nederlands grapje naar het Engels, maar de Engelssprekende persoon tegen wie hij het zei, liet geen krimp. Grapje mislukt dus. Een andere keer probeerde Hans een grap te maken in het Frans. Hij zei tegen een Fransman die niet bij zijn glaasje bier kon: ‘Geef maar hier, dan drink ik het wel op’. De man snapte er niks van…… Ik heb toen uitgelegd, wat Hans bedoelde en gezegd dat het lastig voor ons was om een grapje te maken in een andere taal. Hilariteit alom.

Het was een heerlijke reis, met alle spraakverwarring en alle talen die wij gesproken hebben. De Babylonische spraakverwarring was compleet, Cruiselonisch dus.

Een mooi voorbeeld heb ik er nog van. Wij waren twee dagen in Lissabon. Voor de tweede dag hadden wij een excursie geboekt met een tram. Zo’n gele tram die zich een weg baant door de Portugese stad. Wat leek mij dat geweldig. Andere keren dat wij in Lissabon waren, kwam het er niet van om met zo’n tram te gaan. Met deze excursie zou dat helemaal goed komen. Maar wat denk je? De excursie ging niet door! Teleurstelling alom (in ieder geval bij Hans en mij). Maar de Braziliaanse dame bij het excursiebureau (die helemaal gek was op André Rieu) had een alternatief: een rit met een tuk-tuk. Oké, dat was inderdaad een mooi alternatief. Wij boekten die excursie voor onze tweede dag in Lissabon. Wat denk je? Het regende en het regende en het bleef regenen die dag. En, voor een ritje met een tuk-tuk was dat niet het meest optimale weer. Maar goed, ik wilde mijn dag niet laten bederven door het weer. En ook niet door de twee Duitsers die bij ons in de tuk-tuk zaten. Bijna was het die Duitsers toch gelukt, gelukkig…..bijna!

En dat bijna gebeurde als volgt. Wij hadden een leuke bestuurder/gids van de tuk-tuk. Toen hij hoorde dat de Duitsers geen Engels spraken, zocht hij op Google en vertaalde hetgeen hij ons in het Engels verteld had naar het Duits. De Duitsers waren te blasé om dat leuk te vinden. Nee, het was niet nodig, ze waren al ontelbare keren in Lissabon geweest, hadden alles al gezien enzovoorts, enzovoorts. Waarom komen jullie mijn dag dan bederven, dacht ik even, om vervolgens mijzelf toe te spreken en te zeggen dat ik deze dag écht niet door hen liet verpesten. Daar was het te slecht weer voor!

De rit ging door het gedeelte van Lissabon dat ik dolgraag bij zonnig weer had gezien. Helaas, de smalle straatjes bleven regenachtig en somber. De verhalen brachten een streepje zon naar binnen. Maar, waar ik niet aan gedacht had, was, dat zo’n tuk-tuk best hoog is om in te stappen. En ik kan helaas door de beperkingen die ik heb, mijn benen niet zo hoog optillen. Dat werd nog even een probleempje. De eerste keer toen ik in moest stappen, hielp Hans mij. Ik werd bijna de tuk-tuk ingeduwd. Maar goed, ik zat! En ik bleef zitten tot aan de stop die een uitzicht over Lissabon zou bieden. Het regende, maar ik ben toch uitgestapt. De gids en Hans hebben even gepraat en er werd een oplossing gevonden voor mijn probleem: een opstapje, zodat ik wat gemakkelijker de tuk-tuk in kon en, wonder boven wonder: de Duitser ging aan de andere kant zitten, zodat ik nog gemakkelijker in kon stappen. De gids riep steeds dat het zijn handen niet waren, die ik voelde als ik instapte……Al met al was het een leuke excursie, wij hebben veel gezien en onderweg was er een stop waar wij dé Portugese specialiteit konden proeven, pastéis de nata (ook bij de Lidl te koop, maar de originele Portugese gebakjes waren nóg lekkerder). Een zonnestraal op een regenachtige dag! Het was wel een beetje zuur dat ’s middags, toen de excursie voorbij was, de zon ging schijnen. Wij hebben nog heerlijk op het dek een drankje gedronken en teruggekeken op een bijzondere excursie, met twee chagrijnige Duitsers.

Aan de Cruiselonische spraakverwarring kwam een einde tijdens de excursie die ik, zonder Hans, met een groep maakte naar Barcelona. De gids sprak Frans. Gelukkig versta ik die taal goed. Hans was maar bang, dat ik niet bij de groep zou blijven, omdat ik zo van treuzelen hou als ik foto’s kan maken, dus ik heb de gids maar verteld dat ik geen Française was (ben) en dat mijn moedertaal Nederlands was (is). Hij heeft goed voor mij gezorgd, zijn Frans was goed te verstaan en ik heb een heerlijke ochtend gehad in Barcelona.

Het was weer een prachtige reis, waar Hans en ik van hebben genoten. Zo’n Cruiselonische spraakverwarring is trouwens best leuk!

*) een eigen variant van Babylonische spraakverwarring!

LIA VAN GOOL



Oud….en natuurlijk ook nieuw

REALITEIT Posted on vr, januari 03, 2020 14:09

En alweer is er een jaar voorbij. Ze zeggen wel eens dat een jaar sneller gaat als je ouder wordt. Misschien is dat wel zo, maar ik hoor toch ook vaak jonge mensen zeggen dat het jaar voorbij vliegt. En zo is het, het jaar 2019 is weer voorbijgevlogen en er staat weer een nieuw, fris jaar voor de deur. Een jaar waar je extra van kunt genieten, want dit jaar hebben wij één dag extra, 29 februari. Dat is dan weer mooi meegenomen.

Zo aan het eind van het jaar kijk je toch wel eens terug op het jaar dat bijna eindigt, of op jaren die nog verder voor je liggen. Dat is misschien dan wel erger als je ouder wordt.

Wat mij dit jaar opviel, was dat er veel winkels open waren op eerste Kerstdag, supermarkten dan vooral. En dat vond ik echt vreemd. Vroeger, ja echt vroeger, waren de winkels gewoon dicht met Kerst. Helemaal dicht. En in die periode kon je ook niks online bestellen. Je zorgde er gewoon voor dat je je boodschappen op tijd in huis had. Als je iets niet had, had je gewoon pech gehad. Nu niet, ik zag op eerste Kerstdag ’s morgens rond tien uur al mensen met boodschappentassen lopen. Wel een verschil moet vroeger, toch? Maar vroeger kon je, bij de kruidenier in de buurt, ook gewoon ‘even achterom’ lopen als je ’s avonds iets vergeten was. En je kon je boodschappen ‘op laten schrijven’. De uitgaven werden genoteerd in een schriftje of in een boekje en je betaalde je boodschappen aan het eind van de week, als je je loon had gekregen. Wat een verschil met nu. Je kan van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat terecht in de supermarkt. Daarnaast kun je ook nog online bestellen en alles wordt, als je dat wilt, thuis bezorgd.

Pfff, ik word echt oud, denk ik. Ik doe nog gewoon elke week boodschappen. Hans en ik gaan samen naar de supermarkt, kopen wat we nodig hebben (en soms nog meer) en sjouwen alles dan samen naar huis. Wij denken er niet eens aan om online te bestellen. Misschien toch eens overwegen, want het is wel gemakkelijk en je moet tenslotte met je tijd mee.

Genoeg over vroeger, terug naar het heden.

Wij hebben een leuke jaarwisseling gehad. Lekker ouderwets Scrabble gespeeld met een tante en oom. De oom was zeer fanatiek en won moeiteloos elk potje. En dat met soms één blokje neerleggen. De televisie hebben we op oudejaarsavond uit gezet. Wij hebben geluisterd naar de Top 2000. En sommige nummers hebben we ook keihard meegezongen, vooral mijn tante en ik. Was het omdat de televisie niet aanstond, of omdat wij zo druk bezig waren met ons spel (wel af en toe een eetpauze ingelast)? De avond is voorbijgevlogen. En het was supergezellig! Wij hebben Bohemian Rhapsody zelfs van het begin tot het eind meegezongen. Het blijft een prachtig nummer.

Om middernacht barstte het vuurwerk los bij ons in de buurt. En wij? Wij hadden sterretjes. Toen al het vuurwerkgeweld voorbij was, zijn wij naar buiten gegaan en hebben wij de sterretjes aangestoken. En wat een lol hadden wij!

Op het moment dat ik dit zit te schrijven, is het al weer 3 januari. Het jaar begint al voorbij te vliegen. Voor ik er erg in heb, is dit jaar met 366 dagen alweer voorbij, ben ik weer een jaar ouder en komt het moment dat ik ga stoppen met werken steeds dichterbij. Oud en nieuw, hoe snel kan het gaan? De tante, met wie ik op 1 januari 2020 de sterretjes liet branden, wordt vandaag al weer 81 jaar. Vanmiddag een feestje.

En daarna? Daarna gaat het jaar gewoon door in een stroomversnelling. Ik ga weer werken maandag en vlieg weer van de ene naar de andere activiteit. Aan goede voornemens doe ik niet, maar ik heb me wel voorgenomen om dit jaar mijn agenda niet meer zo vol te plannen. Ben benieuwd hoe lang ik dat volhoud! Maar gelukkig, er is een oplossing. Hans is iets ouder dan ik en hij plant ook anders dan ik (misschien ook een kwestie van oud en nieuw). Hans houdt mij in de gaten, wat mijn agenda betreft. En als ik teveel plan, wijst hij mij daar op. Misschien gaat het zo toch nog lukken om mijn agenda minder vol te plannen dan in 2019.

Ik wens jullie allemaal een geweldig nieuw jaar toe. Geniet ervan! En ga iets bijzonders doen op die éne extra dag!

Lia van Gool



Over gele hesjes, het aantal dagen in een maand en nog veel meer

REALITEIT Posted on vr, november 08, 2019 13:27

Zorgverzekeraars, alleen bij het woord alleen al, gaan bij veel mensen de haren overeind staan. Vooral in deze tijd van het jaar als de premies bekend worden gemaakt. Premies, die naar alle waarschijnlijkheid weer wel omhoog zullen gaan.

Maar een zorgverzekeraar is meer dan alleen maar premies en betalen. Bij elke zorgverzekeraar werkt een groot aantal mensen bij een Klant Contact Centrum, Klantenservice, of hoe het ook genoemd wordt. Zo ook bij de zorgverzekeraar waar ik (in mijn ‘andere’ leven) werk. Uit respect voor mijn collega’s belicht ik deze keer een andere kant van de zorgverzekeraar. Een kant van advies en begrip voor de verzekerden. En dat soms op verrassende gebieden!

Een tijdje geleden stonden er, om acht uur ’s morgens, al een aantal ‘gele hesjes’ voor de deur van het kantoor. De mensen sleepten met Brabantse en Nederlandse vlaggen, hingen een geel plakkaat op en namen hun plaatsen in. Vanaf de zevende etage leek het wel een stomme film. Vanuit onze hoge toren konden wij natuurlijk niet precies zien wat er gebeurde, het leek alsof er actie was! Maar eigenlijk hebben wij naar een trage film gekeken, want er gebeurde niet zo heel veel. Eén van de gele hesjes had een zwarte doek over zijn hoofd hangen, vreemd en ook een beetje bedreigend. Wij volgden alles met veel aandacht. Naar aanleiding van de zwarte doek ontstond even een discussie over de onderdrukking van de vrouwen die een nikab of boerka dragen. De meningen hierover liepen nogal uiteen.

Natuurlijk namen mijn collega’s de telefoontjes die op dat moment binnenkwamen, gewoon op. De film buiten ging toch wel door. De kleine demonstratie zorgde even voor wat afleiding en opwinding op deze werkdag. En daarna werd ook de werkdag weer een gewone, trage film, met lange wachtrijen en verzekerden aan de lijn die geholpen wilden worden met hun vragen. En collega’s die, steeds weer, met een glimlach de telefoon opnamen.

Soms ontstaat er enige onduidelijkheid over bepaalde zaken. Wat denk je hiervan? Een deadline die wordt gesteld op ‘net voor het midden van de maand’. Hoe zit het dan met een maand die een oneven aantal dagen heeft? Wat is dan net voor het midden van de maand? Dag 15,5 of dag 16? Geen idee! Denk er maar eens over na!

Als ik zo zit te luisteren om mij heen, hoor ik regelmatig wel leuke, opvallende en grappige dingen tijdens de telefoongesprekken van mijn collega’s. Lees mee.

Om 8 uur ’s morgens staat er al een flinke wachtrij op ‘de balk’. Collega’s zijn druk aan het bellen. Opgewekt zoals altijd. Maar wat doe je, als je ’s morgens om 8 uur een verzekerde aan de lijn krijgt, die een vergoeding wil krijgen voor een ongeval dat in 1987 is gebeurd? De collega aan de telefoon was toen nog niet eens geboren! Zij had dan ook veel overredingskracht nodig om deze verzekerde ervan te overtuigen dat hij toch echt geen vergoeding meer kreeg, na 32 jaar! De verzekerde was het daar niet helemaal mee eens, bleek later uit het cijfer dat de collega van de verzekerde kreeg voor dit telefoongesprek.

Een verzekerde moppert, omdat hij boos is op het systeem en mij collega zegt dat zij het daar mee eens is. Het gesprek krijgt ineens een andere wending. Verzekerde is uiteindelijk tevreden met het feit dat iemand de telefoon heeft opgenomen. ‘Excuses’ is in deze drukke tijd een woord dat bijna elke klantenadviseur in de ‘standaard-antwoorden-lijst’ heeft staan.

Soms hoor ik ook echt héle vreemde dingen, zoals het volgende. Een collega zocht meer informatie over borstimplantaten en belde naar een nummer dat in het systeem stond. Hij kwam terecht bij een dierenwinkel. Deze winkel werd heel vaak gebeld door mijn collega’s, die allerlei vragen hadden over borsten! Na dit gesprek kon de dag niet meer stuk. Wij hebben er hartelijk om gelachen. Hopelijk is het nummer van de dierenwinkel al uit het systeem verdwenen!

Sommige collega’s geven niet alleen advies over de zorgverzekering. Zo hoorde ik een collega in gesprek met een verzekerde. Op dat moment regende het. Het advies: wij moeten het binnen maar gezellig maken. En ik zou maar een andere keer naar de volkstuin gaan!
En ook: ‘Hier schijnt het zonnetje en ik hoop voor u dat het zonnetje eraan komt!”

En wat denk je hiervan? Verzekerde: ‘Goedemorgen, ik wil Mariëtte spreken’. Klantenadviseur: ‘Waarover wilt u haar spreken?’ Verzekerde: ‘Ik wil haar eigenlijk niet spreken, maar er staat hier dat het moet’. Uiteindelijk is het duidelijk dat de gezochte Mariëtte niet bij ons werkt. Verzekerde had gewoon een verkeerd nummer gebeld!

Zo gaan de gesprekken door. Een opmerking die collega’s ook wel eens horen als zij de telefoon opnemen is: ‘bent u eindelijk gestopt met koffiedrinken?’ De collega kan zich die vraag al bijna voorstellen en geeft dan ook ad-rem antwoord, dat hij nog suiker en melk in de koffie moet doen.

Meeleven met verzekerden, dat is ook iets waar sommige collega’s echt heel goed in zijn. Als iemand vertelt over een dochter die haar been gebroken heeft, of over de was die nog in de machine moet, vraagt hij aandachtig hoe degene die hij aan de lijn heeft dat allemaal gaat doen. Een andere collega maakt hierdoor de opmerking dat hij beter sociaal werker had kunnen worden. En daar lijkt het werk van een klantenadviseur soms ook op. Zij nemen de tijd voor een verzekerde, nemen de tijd voor het verhaal dat iemand kwijt wil. Denk daar eens aan als je zelf, na een minuut of tien gewacht te hebben aan de telefoon, toch iemand aan de lijn krijgt, die vrolijk de telefoon opneemt en die tijd voor je heeft. Mopperen kan altijd nog. En, degene die je aan de telefoon krijgt, bepaalt de premie niet, of het eigen risico. Zij staan voor wat zij doen. Zij beantwoorden, in de komende periode, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en soms ook in het weekeinde, de vragen van duizenden klanten. Klanten die uiteindelijk regelmatig met een glimlach om de mond de telefoon weer neerleggen. En mijn collega’s? Die gaan, aan het eind van een hele drukke werkdag weer tevreden naar huis!



Volgende »