Blog Image

LIA VAN GOOL

COLUMN VAN LIA VAN GOOL

Zij neemt de lezer mee in haar wereld van werkelijkheid en menselijkheid. Zij zal het zijn die de lezer een stuk vitamine voor het hart geeft en diezelfde lezer een blik gunt in het Dongense zoals Lia dat ziet. Gevarieerd en soms scherp ,maar altijd vanuit een positieve blik op de wereld van ons allen.

De redactie van deze krant wenst de lezer hierbij veel genoegen en leesplezier

Sanitair ontspannen?

REALITEIT Posted on Thu, February 27, 2020 19:29:17

Carnaval 2020 is weer voorbij. Het zal niemand ontgaan zijn, dat de vier vrolijke dagen dit jaar wat anders zijn verlopen dan normaal. Gelukkig hebben we de denderende stormen en de vele regenbuien overleefd en de optocht ging, uiteindelijk, nog door op dinsdag. Wel vreemd trouwens, een optocht op dinsdag, die niet de Lampjesoptocht was. Maar het was weer genieten, dat wel. Niet om iemand voor het hoofd te stoten, maar de wagen met al het prachtige fruit was hier favoriet, en ook de groep die de gaten in de optocht vulde met gedichten en lezingen (al dan niet uit eigen werk), scoorde hier hoge punten.

En natuurlijk gebeurde er weer van alles op straat dit jaar. Hoewel, ook op straat was het dit jaar opvallend rustiger dan andere jaren. Het scheelde natuurlijk dat er, in het centrum, weer een kroeg minder was voor de kroegentocht.

De feestende mensen die wel op straat liepen, en dan vooral degenen die dat deden tijdens mijn laatste rondje met Iwan, trokken wel de aandacht van Iwan (en ik moest dan natuurlijk even meekijken).

Eén van onze buurtgenoten stak, helemaal verpakt en onherkenbaar, de straat over, net toen ik met Iwan naar huis wilde lopen. Hup, vier poten strak op straat en ook ik moest stoppen, omdat Iwan even naar die vreemde man wilde kijken. Gelukkig deed hij zijn verpakking gedeeltelijk open en ik kon zien wie het was. Goed volk, maar dat had Iwan natuurlijk al lang gezien. Mijn buurgenoot werd vergezeld door iemand uit Amsterdam (!) die eens kwam kijken in het Peeënrijk. En ik moet zeggen, hij leek die avond redelijk ingeburgerd, maar dat kon al bijna niet anders, als ik hoorde hoeveel kroegen de mannen al bezocht hadden die dag. Na een laatste knuffel voor Iwan, gingen de twee verder, want carnaval was nog lang niet voorbij.

Op een andere avond kwam ik een familielid tegen, met vrienden. Zij hadden net gegeten bij ons in de buurt en er stond een taxi klaar om een deel van het gezelschap naar huis te brengen (nee, mijn familielid niet, die kon gelukkig nog naar huis lopen, gezien de afstand). Iwan scoorde weer veel knuffels. Hij kreeg er echter genoeg van toen één man van het gezelschap hem hardnekkig ‘Golden Retriever’ bleef noemen. Dat moet je natuurlijk niet zeggen tegen een Labrador als Iwan. Hij zocht snel zijn heil bij mijn familielid, die snapte wat Iwan bedoelde, omdat zij zelf ook een Labrador heeft. Na al die knuffels en lastige gesprekken konden wij eindelijk weer naar huis.

De volgende dag, aan het eind van de middag, ging ik met Iwan een rondje Wilhelminaplein. Iwan geniet elke dag met volle teugen van het nieuw ingerichte plein. Wat een snuffelplekken zijn erbij gekomen, echt heerlijk (voor Iwan dan). Vanwege het weer kortte Iwan het rondje drastisch in. Zo gebeurde het, dat Iwan en ik langs de Boerenbond liepen, aan de kant van het Wilhelminaplein. Aan die kant is een aantal parkeerplaatsen aangelegd, met bosjes ernaast. Tussen de bosjes is genoeg ruimte, zodat je gemakkelijk naar je auto kunt lopen of kunt oversteken. Deze keer zag ik echter iets anders.

Tussen twee bosjes stonden twee meiden, nog geen 20, denk ik. Het ene meisje zat op haar hurken, het andere meisje stond er lachend bij. In eerste instantie dacht ik echt ‘wat is dit nou?’ Iwan wilde al gaan kijken, want hij ziet natuurlijk niet zo vaak meiden die op hun hurken zitten bij een struik. Mmmm, dacht ik, ik zal Iwan maar even met een bochtje om die meiden heen laten lopen. En dat was maar goed ook, want het meisje op haar hurken was ‘sanitair aan het ontspannen’. Een prachtige term, die ik een tijdje geleden eens hoorde tijdens een avondje met vrienden (na een glaasje wijn of twee, drie…). Een term die ik altijd onthouden heb en die op deze carnavalsstad ineens weer in mij opkwam.

Ja, sanitair ontspannen is denk ik wel de beste uitdrukking van datgene wat het meisje aan het doen was. Het ging in ieder geval gepaard met veel gelach en gegiechel.

Maar dat was het nog niet. Onder het afdak bij genoemde winkel, stonden drie jongens, die blijkbaar bij het gezelschap van de meiden hoorden. Eén van de jongens kwam naar Iwan toe, die zijn neus meteen in het kruis van de jongen duwde. Die schrok even, omdat hij zuinig was op zijn edele delen. Gelukkig had Iwan net gegeten.

De jongen vroeg aan mij of ik iets gezien had bij de bosjes? Nee hoor, en Iwan ook niet. Iwan mocht van mij niet naar de meiden toe, zei ik. “O, heb je de k*t van S. dan niet gezien?”, vroeg de jongen vervolgens. “Nee hoor, ik heb niets gezien en de hond ook niet.” Dat stelde de knul gerust. Hij vond mij ‘een goede moeder’….. Na dat compliment kon ik mijn wandeling weer voortzetten. Wel met een glimlach op mijn gezicht.

Het bovenstaande verhaal is natuurlijk best grappig. Maar je zult als vrouw maar hoge nood hebben onderweg. Jij kunt niet tegen een muur aan gaan staan om sanitair te ontspannen. Openbare toiletten voor vrouwen zijn helaas bijna nergens te vinden. Op het Wilhelminaplein staat het prachtig opgeknapte gebouwtje met een urinoir en als er iets te doen is in Dongen worden vaak verplaatsbare paspalen (of hoe noem je die dingen) neergezet. Maar nergens staat er ooit een openbaar toilet voor vrouwen. O ja, behalve bij het Oranjeparkfestival, daar dan weer wel.

Maar wat doe je als vrouw, als je echt moet plassen en er is nergens een winkel, kroeg, gemeentehuis of Cammeleur te vinden waar een toilet is? Juist, dan ga je sanitair ontspannen in de bosjes, ook al is dat verboden, je krijgt er toch een ontspannen gevoel van als je klaar bent!

Lia van Gool



Cruiselonische spraakverwarring *)

REALITEIT Posted on Thu, February 06, 2020 18:29:49

En zo zaten Hans en ik weer op een cruiseschip, de Costa Favolosa. Een groot schip, met 3.800 passagiers en zo’n 1.100 personeelsleden. De passagiers hadden verschillende nationaliteiten, maar ongeveer tweeduizend ervan waren Italiaans. En dat was soms duidelijk te horen aan boord. Italianen maken echt veel herrie, vaak omdat zij met hele families een cruise gaan maken. Opa’s, oma’s, tantes, ooms, kinderen, kleinkinderen. En, als opa er niet is, is oma de baas! Dat laat zij dan duidelijk horen. Als opa komt, is dat weer voorbij.

Een kleine groep passagiers was Nederlands, net als wij. Helaas denken buitenlanders vaak dat Nederlands hetzelfde is als Duits. Wij zaten dan ook bij vier Duitsers aan tafel in één van de grote restaurants. Op zich niets mis met Duitsers, hoor, maar zij spreken wel Duits en Duits is, ook al denkt men in het buitenland vaak anders, toch een andere taal dan Nederlands. De eerste avond zaten wij met z’n zessen aan tafel (net als de meeste avonden daarna trouwens). Hans en ik zaten ‘midden tussen de Duitsers’. Toen wij aangaven, dat het voor ons lastig was om met vier Duitsers aan tafel te zitten, reageerde één man laconiek me de opmerking: ‘ja, maar jullie spreken toch Duits?’ En ja, dat doen we ook, maar we moeten wel bij elk woord nadenken, al die naamvallen en zeg ik wel het juiste woord voor dat ding, dat eten of wat dan ook. De tweede avond hebben Hans en ik op eigen initiatief de tafelschikking iets veranderd. Wij zaten aan de buitenkant van de tafel, met de Duitsers respectievelijk links en rechts van ons. Zo konden wij toch gewoon Nederlands met elkaar praten als wij geen zin hadden in Duits. En, wat denk je? Aan de tafel naast ons werd ook Duits gesproken. En dat door een Chinese dame die met haar man in Zwitserland woonde. Hoe kun je het bedenken?

Met alle nationaliteiten aan boord hoorde je natuurlijk een hele dag allerlei verschillende talen. Allerlei, behalve Nederlands, dacht ik. Op een gegeven moment zag ik dat ik de knoopjes van mijn jurk niet goed dicht had gedaan. Bij de damestoiletten dit probleem maar even verholpen. Een aardige dame wilde mij helpen en ik dacht ‘oké’. Wij raakten aan de praat, ik vertelde dat ik niet uit een Engelssprekend land kwam en zij vertelde dat zij het fijn vond dat zij iemand tegenkwam die Engels sprak. Vervolgens vertelde ik dat ik Nederlandse ben. Wat bleek? Zij ook! En daar stonden we met z’n tweeën, tegen elkaar Engels te praten. Daar zijn we maar meteen mee opgehouden. Ik had gehoopt dat ik deze dame nog vaker tegen zou komen, maar dat gebeurde niet. Hoewel, één keertje, helemaal aan het einde van onze reis.

Op een gegeven moment zaten Hans en ik even koffie te drinken (Shakerato, de lekkerste koude koffie die we sinds jaren hebben gedronken!), toen vroeg een dame of zij bij ons mocht komen zitten. Ja, natuurlijk. Even later kwam ook haar man erbij zitten. Zij kwamen uit Australië. Wij raakten aan de praat, vertelden eigenlijk al hele verhalen tegen elkaar, zonder elkaar goed te kennen. Grappig hoe dat soms gaat. Haar man had hartproblemen, Hans ook, zo vonden die twee elkaar al heel snel. Later bleek dat de Australische dame en ik precies dezelfde kleur nagellak op hadden. Toen was het ijs helemaal gebroken. Wat een goede smaak hadden wij allebei en wat leuk dat wij, wonend op twee verschillende continenten, dezelfde smaak hadden. Deze mensen zijn wij nog vaker tegengekomen, wij hebben met elkaar gesproken, even gezellig. En, op de voorlaatste dag van onze reis, tijdens de informatiebijeenkomst voor de ontscheping, zaten de Australiërs weer naast ons. Met een dikke omhelzing en kussen hebben wij afscheid van elkaar genomen.

Wat ook grappig is, is dat je Nederlandse grapjes niet zomaar kan vertalen naar het Engels, Duits, of Frans. Dat merkten wij op een gegeven moment. Hans vertaalde een Nederlands grapje naar het Engels, maar de Engelssprekende persoon tegen wie hij het zei, liet geen krimp. Grapje mislukt dus. Een andere keer probeerde Hans een grap te maken in het Frans. Hij zei tegen een Fransman die niet bij zijn glaasje bier kon: ‘Geef maar hier, dan drink ik het wel op’. De man snapte er niks van…… Ik heb toen uitgelegd, wat Hans bedoelde en gezegd dat het lastig voor ons was om een grapje te maken in een andere taal. Hilariteit alom.

Het was een heerlijke reis, met alle spraakverwarring en alle talen die wij gesproken hebben. De Babylonische spraakverwarring was compleet, Cruiselonisch dus.

Een mooi voorbeeld heb ik er nog van. Wij waren twee dagen in Lissabon. Voor de tweede dag hadden wij een excursie geboekt met een tram. Zo’n gele tram die zich een weg baant door de Portugese stad. Wat leek mij dat geweldig. Andere keren dat wij in Lissabon waren, kwam het er niet van om met zo’n tram te gaan. Met deze excursie zou dat helemaal goed komen. Maar wat denk je? De excursie ging niet door! Teleurstelling alom (in ieder geval bij Hans en mij). Maar de Braziliaanse dame bij het excursiebureau (die helemaal gek was op André Rieu) had een alternatief: een rit met een tuk-tuk. Oké, dat was inderdaad een mooi alternatief. Wij boekten die excursie voor onze tweede dag in Lissabon. Wat denk je? Het regende en het regende en het bleef regenen die dag. En, voor een ritje met een tuk-tuk was dat niet het meest optimale weer. Maar goed, ik wilde mijn dag niet laten bederven door het weer. En ook niet door de twee Duitsers die bij ons in de tuk-tuk zaten. Bijna was het die Duitsers toch gelukt, gelukkig…..bijna!

En dat bijna gebeurde als volgt. Wij hadden een leuke bestuurder/gids van de tuk-tuk. Toen hij hoorde dat de Duitsers geen Engels spraken, zocht hij op Google en vertaalde hetgeen hij ons in het Engels verteld had naar het Duits. De Duitsers waren te blasé om dat leuk te vinden. Nee, het was niet nodig, ze waren al ontelbare keren in Lissabon geweest, hadden alles al gezien enzovoorts, enzovoorts. Waarom komen jullie mijn dag dan bederven, dacht ik even, om vervolgens mijzelf toe te spreken en te zeggen dat ik deze dag écht niet door hen liet verpesten. Daar was het te slecht weer voor!

De rit ging door het gedeelte van Lissabon dat ik dolgraag bij zonnig weer had gezien. Helaas, de smalle straatjes bleven regenachtig en somber. De verhalen brachten een streepje zon naar binnen. Maar, waar ik niet aan gedacht had, was, dat zo’n tuk-tuk best hoog is om in te stappen. En ik kan helaas door de beperkingen die ik heb, mijn benen niet zo hoog optillen. Dat werd nog even een probleempje. De eerste keer toen ik in moest stappen, hielp Hans mij. Ik werd bijna de tuk-tuk ingeduwd. Maar goed, ik zat! En ik bleef zitten tot aan de stop die een uitzicht over Lissabon zou bieden. Het regende, maar ik ben toch uitgestapt. De gids en Hans hebben even gepraat en er werd een oplossing gevonden voor mijn probleem: een opstapje, zodat ik wat gemakkelijker de tuk-tuk in kon en, wonder boven wonder: de Duitser ging aan de andere kant zitten, zodat ik nog gemakkelijker in kon stappen. De gids riep steeds dat het zijn handen niet waren, die ik voelde als ik instapte……Al met al was het een leuke excursie, wij hebben veel gezien en onderweg was er een stop waar wij dé Portugese specialiteit konden proeven, pastéis de nata (ook bij de Lidl te koop, maar de originele Portugese gebakjes waren nóg lekkerder). Een zonnestraal op een regenachtige dag! Het was wel een beetje zuur dat ’s middags, toen de excursie voorbij was, de zon ging schijnen. Wij hebben nog heerlijk op het dek een drankje gedronken en teruggekeken op een bijzondere excursie, met twee chagrijnige Duitsers.

Aan de Cruiselonische spraakverwarring kwam een einde tijdens de excursie die ik, zonder Hans, met een groep maakte naar Barcelona. De gids sprak Frans. Gelukkig versta ik die taal goed. Hans was maar bang, dat ik niet bij de groep zou blijven, omdat ik zo van treuzelen hou als ik foto’s kan maken, dus ik heb de gids maar verteld dat ik geen Française was (ben) en dat mijn moedertaal Nederlands was (is). Hij heeft goed voor mij gezorgd, zijn Frans was goed te verstaan en ik heb een heerlijke ochtend gehad in Barcelona.

Het was weer een prachtige reis, waar Hans en ik van hebben genoten. Zo’n Cruiselonische spraakverwarring is trouwens best leuk!

*) een eigen variant van Babylonische spraakverwarring!

LIA VAN GOOL



Oud….en natuurlijk ook nieuw

REALITEIT Posted on Fri, January 03, 2020 14:09:52

En alweer is er een jaar voorbij. Ze zeggen wel eens dat een jaar sneller gaat als je ouder wordt. Misschien is dat wel zo, maar ik hoor toch ook vaak jonge mensen zeggen dat het jaar voorbij vliegt. En zo is het, het jaar 2019 is weer voorbijgevlogen en er staat weer een nieuw, fris jaar voor de deur. Een jaar waar je extra van kunt genieten, want dit jaar hebben wij één dag extra, 29 februari. Dat is dan weer mooi meegenomen.

Zo aan het eind van het jaar kijk je toch wel eens terug op het jaar dat bijna eindigt, of op jaren die nog verder voor je liggen. Dat is misschien dan wel erger als je ouder wordt.

Wat mij dit jaar opviel, was dat er veel winkels open waren op eerste Kerstdag, supermarkten dan vooral. En dat vond ik echt vreemd. Vroeger, ja echt vroeger, waren de winkels gewoon dicht met Kerst. Helemaal dicht. En in die periode kon je ook niks online bestellen. Je zorgde er gewoon voor dat je je boodschappen op tijd in huis had. Als je iets niet had, had je gewoon pech gehad. Nu niet, ik zag op eerste Kerstdag ’s morgens rond tien uur al mensen met boodschappentassen lopen. Wel een verschil moet vroeger, toch? Maar vroeger kon je, bij de kruidenier in de buurt, ook gewoon ‘even achterom’ lopen als je ’s avonds iets vergeten was. En je kon je boodschappen ‘op laten schrijven’. De uitgaven werden genoteerd in een schriftje of in een boekje en je betaalde je boodschappen aan het eind van de week, als je je loon had gekregen. Wat een verschil met nu. Je kan van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat terecht in de supermarkt. Daarnaast kun je ook nog online bestellen en alles wordt, als je dat wilt, thuis bezorgd.

Pfff, ik word echt oud, denk ik. Ik doe nog gewoon elke week boodschappen. Hans en ik gaan samen naar de supermarkt, kopen wat we nodig hebben (en soms nog meer) en sjouwen alles dan samen naar huis. Wij denken er niet eens aan om online te bestellen. Misschien toch eens overwegen, want het is wel gemakkelijk en je moet tenslotte met je tijd mee.

Genoeg over vroeger, terug naar het heden.

Wij hebben een leuke jaarwisseling gehad. Lekker ouderwets Scrabble gespeeld met een tante en oom. De oom was zeer fanatiek en won moeiteloos elk potje. En dat met soms één blokje neerleggen. De televisie hebben we op oudejaarsavond uit gezet. Wij hebben geluisterd naar de Top 2000. En sommige nummers hebben we ook keihard meegezongen, vooral mijn tante en ik. Was het omdat de televisie niet aanstond, of omdat wij zo druk bezig waren met ons spel (wel af en toe een eetpauze ingelast)? De avond is voorbijgevlogen. En het was supergezellig! Wij hebben Bohemian Rhapsody zelfs van het begin tot het eind meegezongen. Het blijft een prachtig nummer.

Om middernacht barstte het vuurwerk los bij ons in de buurt. En wij? Wij hadden sterretjes. Toen al het vuurwerkgeweld voorbij was, zijn wij naar buiten gegaan en hebben wij de sterretjes aangestoken. En wat een lol hadden wij!

Op het moment dat ik dit zit te schrijven, is het al weer 3 januari. Het jaar begint al voorbij te vliegen. Voor ik er erg in heb, is dit jaar met 366 dagen alweer voorbij, ben ik weer een jaar ouder en komt het moment dat ik ga stoppen met werken steeds dichterbij. Oud en nieuw, hoe snel kan het gaan? De tante, met wie ik op 1 januari 2020 de sterretjes liet branden, wordt vandaag al weer 81 jaar. Vanmiddag een feestje.

En daarna? Daarna gaat het jaar gewoon door in een stroomversnelling. Ik ga weer werken maandag en vlieg weer van de ene naar de andere activiteit. Aan goede voornemens doe ik niet, maar ik heb me wel voorgenomen om dit jaar mijn agenda niet meer zo vol te plannen. Ben benieuwd hoe lang ik dat volhoud! Maar gelukkig, er is een oplossing. Hans is iets ouder dan ik en hij plant ook anders dan ik (misschien ook een kwestie van oud en nieuw). Hans houdt mij in de gaten, wat mijn agenda betreft. En als ik teveel plan, wijst hij mij daar op. Misschien gaat het zo toch nog lukken om mijn agenda minder vol te plannen dan in 2019.

Ik wens jullie allemaal een geweldig nieuw jaar toe. Geniet ervan! En ga iets bijzonders doen op die éne extra dag!

Lia van Gool



Over gele hesjes, het aantal dagen in een maand en nog veel meer

REALITEIT Posted on Fri, November 08, 2019 13:27:59

Zorgverzekeraars, alleen bij het woord alleen al, gaan bij veel mensen de haren overeind staan. Vooral in deze tijd van het jaar als de premies bekend worden gemaakt. Premies, die naar alle waarschijnlijkheid weer wel omhoog zullen gaan.

Maar een zorgverzekeraar is meer dan alleen maar premies en betalen. Bij elke zorgverzekeraar werkt een groot aantal mensen bij een Klant Contact Centrum, Klantenservice, of hoe het ook genoemd wordt. Zo ook bij de zorgverzekeraar waar ik (in mijn ‘andere’ leven) werk. Uit respect voor mijn collega’s belicht ik deze keer een andere kant van de zorgverzekeraar. Een kant van advies en begrip voor de verzekerden. En dat soms op verrassende gebieden!

Een tijdje geleden stonden er, om acht uur ’s morgens, al een aantal ‘gele hesjes’ voor de deur van het kantoor. De mensen sleepten met Brabantse en Nederlandse vlaggen, hingen een geel plakkaat op en namen hun plaatsen in. Vanaf de zevende etage leek het wel een stomme film. Vanuit onze hoge toren konden wij natuurlijk niet precies zien wat er gebeurde, het leek alsof er actie was! Maar eigenlijk hebben wij naar een trage film gekeken, want er gebeurde niet zo heel veel. Eén van de gele hesjes had een zwarte doek over zijn hoofd hangen, vreemd en ook een beetje bedreigend. Wij volgden alles met veel aandacht. Naar aanleiding van de zwarte doek ontstond even een discussie over de onderdrukking van de vrouwen die een nikab of boerka dragen. De meningen hierover liepen nogal uiteen.

Natuurlijk namen mijn collega’s de telefoontjes die op dat moment binnenkwamen, gewoon op. De film buiten ging toch wel door. De kleine demonstratie zorgde even voor wat afleiding en opwinding op deze werkdag. En daarna werd ook de werkdag weer een gewone, trage film, met lange wachtrijen en verzekerden aan de lijn die geholpen wilden worden met hun vragen. En collega’s die, steeds weer, met een glimlach de telefoon opnamen.

Soms ontstaat er enige onduidelijkheid over bepaalde zaken. Wat denk je hiervan? Een deadline die wordt gesteld op ‘net voor het midden van de maand’. Hoe zit het dan met een maand die een oneven aantal dagen heeft? Wat is dan net voor het midden van de maand? Dag 15,5 of dag 16? Geen idee! Denk er maar eens over na!

Als ik zo zit te luisteren om mij heen, hoor ik regelmatig wel leuke, opvallende en grappige dingen tijdens de telefoongesprekken van mijn collega’s. Lees mee.

Om 8 uur ’s morgens staat er al een flinke wachtrij op ‘de balk’. Collega’s zijn druk aan het bellen. Opgewekt zoals altijd. Maar wat doe je, als je ’s morgens om 8 uur een verzekerde aan de lijn krijgt, die een vergoeding wil krijgen voor een ongeval dat in 1987 is gebeurd? De collega aan de telefoon was toen nog niet eens geboren! Zij had dan ook veel overredingskracht nodig om deze verzekerde ervan te overtuigen dat hij toch echt geen vergoeding meer kreeg, na 32 jaar! De verzekerde was het daar niet helemaal mee eens, bleek later uit het cijfer dat de collega van de verzekerde kreeg voor dit telefoongesprek.

Een verzekerde moppert, omdat hij boos is op het systeem en mij collega zegt dat zij het daar mee eens is. Het gesprek krijgt ineens een andere wending. Verzekerde is uiteindelijk tevreden met het feit dat iemand de telefoon heeft opgenomen. ‘Excuses’ is in deze drukke tijd een woord dat bijna elke klantenadviseur in de ‘standaard-antwoorden-lijst’ heeft staan.

Soms hoor ik ook echt héle vreemde dingen, zoals het volgende. Een collega zocht meer informatie over borstimplantaten en belde naar een nummer dat in het systeem stond. Hij kwam terecht bij een dierenwinkel. Deze winkel werd heel vaak gebeld door mijn collega’s, die allerlei vragen hadden over borsten! Na dit gesprek kon de dag niet meer stuk. Wij hebben er hartelijk om gelachen. Hopelijk is het nummer van de dierenwinkel al uit het systeem verdwenen!

Sommige collega’s geven niet alleen advies over de zorgverzekering. Zo hoorde ik een collega in gesprek met een verzekerde. Op dat moment regende het. Het advies: wij moeten het binnen maar gezellig maken. En ik zou maar een andere keer naar de volkstuin gaan!
En ook: ‘Hier schijnt het zonnetje en ik hoop voor u dat het zonnetje eraan komt!”

En wat denk je hiervan? Verzekerde: ‘Goedemorgen, ik wil Mariëtte spreken’. Klantenadviseur: ‘Waarover wilt u haar spreken?’ Verzekerde: ‘Ik wil haar eigenlijk niet spreken, maar er staat hier dat het moet’. Uiteindelijk is het duidelijk dat de gezochte Mariëtte niet bij ons werkt. Verzekerde had gewoon een verkeerd nummer gebeld!

Zo gaan de gesprekken door. Een opmerking die collega’s ook wel eens horen als zij de telefoon opnemen is: ‘bent u eindelijk gestopt met koffiedrinken?’ De collega kan zich die vraag al bijna voorstellen en geeft dan ook ad-rem antwoord, dat hij nog suiker en melk in de koffie moet doen.

Meeleven met verzekerden, dat is ook iets waar sommige collega’s echt heel goed in zijn. Als iemand vertelt over een dochter die haar been gebroken heeft, of over de was die nog in de machine moet, vraagt hij aandachtig hoe degene die hij aan de lijn heeft dat allemaal gaat doen. Een andere collega maakt hierdoor de opmerking dat hij beter sociaal werker had kunnen worden. En daar lijkt het werk van een klantenadviseur soms ook op. Zij nemen de tijd voor een verzekerde, nemen de tijd voor het verhaal dat iemand kwijt wil. Denk daar eens aan als je zelf, na een minuut of tien gewacht te hebben aan de telefoon, toch iemand aan de lijn krijgt, die vrolijk de telefoon opneemt en die tijd voor je heeft. Mopperen kan altijd nog. En, degene die je aan de telefoon krijgt, bepaalt de premie niet, of het eigen risico. Zij staan voor wat zij doen. Zij beantwoorden, in de komende periode, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en soms ook in het weekeinde, de vragen van duizenden klanten. Klanten die uiteindelijk regelmatig met een glimlach om de mond de telefoon weer neerleggen. En mijn collega’s? Die gaan, aan het eind van een hele drukke werkdag weer tevreden naar huis!



Iwan en Zoëy, een liefdesgeschiedenis???

REALITEIT Posted on Mon, November 12, 2018 18:30:31

Iwan en Zoëy, een liefdesgeschiedenis???

Het had een klassieke liefdesgeschiedenis kunnen worden, net zoals Tristan en Isolde of zoals Romeo en Julia, de (geplande, dat dan weer wel) liefdesgeschiedenis tussen de blonde Labradors Iwan en Zoëy. Iwan is mijn hond, Zoëy de hond van mijn neef. Hij vond het tijd voor een nestje kleine Labradortjes (raar woord, geen idee of het klopt, maar het staat wel leuk). Zo geschiedde.

De voorbereidende gesprekken waren achter de rug, er was overleg geweest met de peettante van Iwan….kortom: de mensen uit het verhaal waren er klaar voor. Nu de honden nog. Op een gegeven moment kreeg ik een berichtje: Zoëy is loops. Er was contact geweest met de dierenarts en er mocht contact zijn tussen de honden.

Op een mooie maandagmiddag was het zover. Alsof Iwan in de gaten had dat er iets bijzonders zou gebeuren, keek hij naar buiten en zag daar mijn neef staan, met hond. Toegegeven, ik vond het ook wel even spannend, die eerste dag (net zoals al die dagen daarna trouwens). Hup, de deur opengedaan en Iwan mocht naar buiten, naar, hopelijk, zijn nieuwe echtgenote (of noem je dat zo niet bij honden?). De eerste kennismaking was niet veelbelovend. Iwan vond het wel spannend, zo’n loops teefje bij hem op bezoek. Zoëy dacht daar echter anders over. Zij zag het in eerste instantie niet zo zitten. Maar mijn neef en ik hadden wel geduld en wij lieten de honden even spelen. Iwan was super enthousiast, Zoëy niet. Als Iwan in de buurt kwam, begon zij te grommen en te blaffen. Iwan, watje als jij is, vond dat maar niks en hij droop even af om later net zo enthousiast weer naar haar toe te gaan. Die eerste dag was geen succes. Zo volgden nog twee dagen, zelfde tijd, zelfde aanwezigen. Regelmatig werd mijn neef bijna in zijn hand gebeten door zijn eigen hond, maar dat mocht de pret niet drukken. De mensen uit het verhaal bleven proberen om de honden dichter bij elkaar te brengen. De honden uit het verhaal dachten er anders over, althans het teefje.

Mijn neef had inmiddels contact gehad met zijn dierenarts en die had de oplossing gevonden, tenminste, dat dachten wij. Op een dag, aan het eind van de middag, zou de dierenarts bij mijn neef thuiskomen. Iwan en ik ernaartoe. Helaas moest Iwan buiten blijven, hij mocht niet bij Zoëy voordat dat dierenarts er zou zijn. En dat duurde lang, echt lang. Bijna net zo lang als vroeger, toen je zat te wachten op Sinterklaas en zijn Pieten, die toen nog gewoon zwart waren. Het wachten duurde bijna eindeloos. Elke keer als er een auto door de straat kwam, veerden wij verwachtingsvol op: ‘zou ze dat zijn?’….. Helaas, het duurde meer dan een uur voordat de welkome bezoekster kwam. Zij ondernam meteen actie. Zoëy moest aan de riem en ook Iwan mocht naar binnen, aan de riem. Nog een keer proberen of Zoëy nu aardiger tegen Iwan zou zijn, maar nee, ook deze keer was Zoëy niet vriendelijk tegen Iwan. De dierenarts zei er nog: “Zo, zij is niet echt aardig tegen de reu; en de reu gedraagt zich galant ten opzichte van de teef,” dat dan weer wel.

Wat er verder gebeurde, daarover treed ik niet in details, het laat zich raden. Het kwam erop neer dat er kunstmatig geïnsemineerd is. En er werd bloed afgenomen bij de teef. Helaas, de bloedwaarden waren de volgende dag niet goed en de kunstmatige actie had, waarschijnlijk, geen effect. De dierenarts had het over een ‘gespleten loopsheid’. Zij verwachtte dat Zoëy weer zou gaan vloeien, en dat gebeurde.

En weer maakte ik een afspraak met mijn neef. En weer kwam hij langs bij ons. Die keer leek het goed te gaan. Zoëy en Iwan speelden en liepen vrolijk bij ons buiten. Neef en ik waren blij, zou het nu eindelijk…..? Wij gingen even naar binnen en, alsof de duvel ermee speelde, het gegrom en geblaf begon weer. Op een gegeven moment zat Zoëy echt heel mooi te zijn. Iwan greep zijn kans, maar toen hij dichter bij haar kwam, gingen haar lippen omhoog en liet zij haar tanden zien. Iwan sprong, onder de indruk en niet goed wetend wat te doen, tegen mijn neef op om troost te zoeken. Pfff, teleurgesteld ging mijn neef naar huis. De volgende dag kreeg ik weer een berichtje. Toen hij Zoëy aan het uitlaten was, deed zij haar staart omhoog voor twee reuen. Positief nieuws! Mijn neef kwam, met zijn vrouw en zijn hond, weer naar ons toe. En weer was Zoëy niet zo aardig tegen Iwan. Maar wij lieten ons niet uit het veld slaan en lieten de honden in de bijkeuken. Misschien dat zij, in een kleinere ruimte, wel de liefde zouden vinden die dag………. Het einde van die avond laat zich raden. Mijn neef en ik hebben samen maar een biertje (hij) en een wijntje (ik) gedronken, op de slechte afloop dan maar.

Uiteindelijk stond er nog één afspraak. De vrouw van mijn neef vond dat die maar niet door moest gaan, maar mijn neef wilde het wel door laten gaan. En zo geschiedde. Aan het eind van twee enerverende weken kwam de (voorlopig) laatste ontmoeting. Waarschijnlijk was de loopsheid van Zoëy die dag al voorbij. Er sprong geen vonk over. Het geplande liefdeskoppel vond elkaar niet aardig. Snap er niks van, want Iwan is toch best een mooi mannetje.

Er is nog één sprankje hoop. Het zou kunnen zijn dat de kunstmatige inseminatie uiteindelijk toch gelukt is. Tenminste, dat had mijn neef van de dierenarts gehoord. Nog even wachten dus. Maar neef en ik hebben er weinig vertrouwen in. Dat wordt dus wachten tot de volgende loopsheid, in het voorjaar van 2019.

Jammer, de mooie liefdesgeschiedenis die wij zo voor ons zagen, is op niets uitgelopen, omdat Zoëy Iwan echt niet aardig vond. Je denkt altijd dat honden elkaar wel mogen, maar soms zijn het net mensen en hebben zij ook op het eerste ogenblik zoiets van ‘nee, doe maar niet’. Dat moeten wij dan maar accepteren, hoe jammer wij het ook vinden. Volgend jaar nieuwe kansen!



Fietsmobiel

REALITEIT Posted on Mon, June 25, 2018 18:32:37

Fietsmobiel

Sinds enige maanden heeft Hans een scootmobiel. Het duurde even voordat het voertuig thuis werd afgeleverd. Op een najaarsdag was het zover. Kees kwam de scootmobiel brengen. Wat bleek toen het ding, met veel moeite, bij ons in de bijkeuken stond? Het was een tweedehands scootmobiel, die tijdelijk van Hans zou worden. Vreemd! Want Hans had contact gehad met de leverancier van het ding en die had verteld, dat hij een nieuwe scootmobiel zou krijgen. Dus Kees belde ‘met de zaak’. De vriendelijke dame aan de telefoon vertelde, dat Hans zijn scootmobiel (een nieuwe) de week daarna geleverd zou worden. En daar ging Kees weer, de bijkeuken uit, over de plaats, terug naar ‘de zaak’. De week daarna kwam hij het nieuwe exemplaar brengen. En hij sprak af dat Hans nog een rijles zou krijgen. Op de dag van die les belde Kees om te vragen of Hans die les ook echt nodig had, want er was een andere scootmobielrijder in spé die echt les nodig had. De les werd geannuleerd en Hans was klaar voor zijn eerste ritje.

En dat viel een beetje tegen! Hans dacht, ik rijd zo weg, die armleuningen heb ik niet nodig. En daar ging Hans, hobbelend, een beetje aarzelend, over het slechte wegdek van Geer en Oranjeplein. “Ik hobbelde bijna van die scootmobiel af,” klonk het verontwaardigd toen Hans na zijn eerste ritje weer thuiskwam. Gelachen hebben wij ook nog. Bij de scootmobiel werd een hesje geleverd, knalgeel met reflecterende strepen. Dit hesje moest over de rugleuning gehangen worden, want dan zou je beter zichtbaar zijn. Braaf deed Hans wat er van hem verwacht werd. Totdat ik zag wat er achter op het hesje stond. Met grote letters stond daar te lezen: ‘Huur nu uw scootmobiel voor € 1,99 per dag.’ Met daaronder de naam van de leverancier. Niet dus! Hans mocht van mij niet met dat hesje over de scootmobiel de straat op. Echt niet! Gelukkig hebben wij in Dongen enkele voordelige winkels, waar de reflecterende hesjes voor minder dan die € 1,99 te koop zijn. Dat hesje is nu een onderdeel van Hans zijn persoonlijke scootmobiel-uitrusting.

In de wintermaanden viel het gebruik van de scootmobiel een beetje tegen. Want dan is het natuurlijk koud en Hans vindt kou vreselijk. De scootmobiel bleef daarom staan op zijn plekje, onder een speciaal door Hans zijn oudste zoon gebouwd afdakje. Prachtig bedacht, dat afdakje. Tot de eerste novemberstorm vonden wij dat ook. Maar, door de harde wind, waaide er een paar dakpannen van ons dak. Wat denk je? Midden op het prachtig bedachte afdakje. Het resultaat? Een gat, waar de regen precies doorheen valt, op de zitting van de scootmobiel. Hoe kun je het zo bedenken? Gelukkig wordt het afdakje binnenkort gerepareerd. Tot die tijd staat het voertuig netjes opgeborgen onder een mooie hoes.

Ondanks het koude weer, wilde Hans toch wat ritjes maken met zijn scootmobiel. En dat deed hij ook. Op een koude december-zondagochtend ging hij op pad om kerstkaarten te bezorgen. Zo kon hij het ding goed uitproberen. Ik kwam hem tegen, voorzichtig lopend met Iwan, omdat het op sommige plaatsen echt glad was. Hans had daar echter geen last van. Ik zag hem aan komen scheuren, nergens erg in. Zoefff….en weg was hij! Gelukkig is er niks gebeurd!

Ik vergeet om uit te leggen dat de scootmobiel twee snelheden kent: één snelheid die aangegeven wordt met een knopje waarop een schildpad staat (de trage snelheid dus) en één waarop een haas staat (de snelste stand, met een maximum van ongeveer 17 kilometer per uur). Je kunt zelf wel bedenken welke stand Hans wel gebruikt en welke hij negeert. Juist! Veel mensen hebben Hans al door Dongen ‘zien scheuren’. En door dat ‘scheuren’ heeft Hans gemerkt dat de Dongense wegen vol hobbels en kuilen zitten. Onderhoud is op enige plaatsen zeker geen luxe. En de prachtige op- en afritten die zijn gemaakt voor scootmobielen, rolstoelen, kinderwagens en dergelijke? Die zijn op veel plaatsen véél te hoog. Met een scootmobiel kun je er niet zomaar op en af rijden, want dan val je om. Je moet echt het voertuig recht voor zo’n opritje rijden en er dan voorzichtig op- en afrijden, anders gebeuren er ongelukken. Dat is misschien even een negatief puntje van de scootmobiel, maar verder is het een prima ding om te gebruiken. O ja, nog een paar kleine dingetjes: de vering op de scootmobiel is niet super, maar dat komt ook door de slechte wegen. En de verlichting zou wat beter mogen, want ’s avonds als het echt donker is, zie je niet veel.

foto : Lia van Gool

Toen de auto het op een gegeven moment niet deed, hebben wij de ‘scootfiets’ ontdekt. Hans op de scootmobiel en ik op de fiets. Ik moet zeggen: het is een prachtige combinatie. En wat fijn om de boodschappen eens niet met de auto te hoeven doen. Het is echt geweldig. Hans parkeert de scootmobiel voor de supermarkt, mijn fiets staat ernaast. Geen gezoek naar een parkeerplaats, geen op en neer lopen met je winkelwagentje. Nee. We gaan boodschappen doen, laden een tas vol, Hans zet de tas op zijn scootmobiel, de rest kan in mijn fietstassen. Dat levert tijdwinst op en ook geldwinst, want wij nemen veel minder boodschappen mee nu wij niet meer met de auto gaan.

Hans heeft ook ontdekt dat de scootmobiel gebruikt kan worden als sjouw-mobiel. Hij heeft al de meest vreemde dingen met het ding vervoerd. Zoals een paar weken geleden. Hans ging met de sjouwmobiel naar Dongen-Vaart om daar wat af te leveren: een oude radio en een plantenstandaard. Ook is de sjouwmobiel uitstekend geschikt om kratjes bier te vervoeren, één per keer dan, dat dan weer wel. En, wat natuurlijk ook een voordeel is: Hans heeft een stuk onafhankelijkheid terug. Hij is niet meer afhankelijk van mij als chauffeur met de auto. Nu kan hij zelf bepalen waar hij heen gaat en wanneer. De wereld is weer een stuk groter geworden.Wij genieten samen van de scootfiets. En je zult ons nog vaak door Dongen zien rijden!

LIA VAN GOOL



‘Nou…..dat!’

REALITEIT Posted on Wed, January 17, 2018 20:47:50

‘Nou…..dat!’

‘Dit is illuminati, gooi planning, want ik ben skeer’. Geen idee waar ik het over heb, lezer? Nou ik zelf ook niet en ik twijfel of ik wel de juiste woorden in een goede volgorde heb gebruikt. Volgens een krant zijn ‘illuminati’ (als er iets gebeurt wat niet kan), ‘gooi planning’ (ik weet niet wat ik moet doen, ik verveel me) en ‘skeer’(als je blut bent) dé puberwoorden van 2017.

En dan zijn er nog andere woorden van het jaar 2017, zoals #metoo. Iedereen weet dan wél waar het over gaat. Genderneutraal, dat is ook zo’n woord dat ineens populair werd, vorig jaar. Maar, zo schrijft die krant over dit woord: je kunt niet alle woorden genderneutraal maken. Een mooi voorbeeld vond ik zelf: ‘kijk eens op iemands cv naar ‘nichtenfuncties’. Een geweldige uitvinding. Veel mooier dan genderneutraal! In de lijst van 2017 ook fipronil, aflosboete en formatielek. Daar kun je ook van alles bij bedenken. En weet je wat het leuke is? Aan het eind van dit jaar komt er weer zo’n lijst. Weer met allerlei leuke of minder leuke woorden die op de een of andere manier ineens in het nieuws waren.

Ik ben zelf in de loop van 2017 en aan het begin van 2018 ook een aantal leuke woorden tegengekomen. Ik heb ze gelezen, of ik heb ze gehoord in gesprekken of op radio en televisie. In een regionaal dagblad las ik vorig jaar het woord ‘sneven’. Ik had er echt nog nooit van gehoord, maar misschien ligt dat aan mij. Lang leve het internet, het woord maar even opgezocht. En het betekent: struikelen; sneuvelen, doodgaan, omkomen. Het jaar van herkomst is, volgens hetzelfde internet: 1285! Geweldig toch dat zo’n woord, ruim 700 jaar later nog bestaat en ook nog gebruikt wordt!

Een ander woord dat ik ook geweldig vond is contextualiseren. Die betekenis was iets moeilijker te vinden. Een echt duidelijke uitleg heb ik even niet. Degene die het gebruikte in een column op de radio had het woord echter vrij vertaald als ‘liegen’. Mooi gevonden!

In een boek dat ik las, kwam het woord ‘misogynie’ tegen. De betekenis van dat woord was wel te vinden op internet. Misogynie is een ander woord voor vrouwenhaat. Het komt van het Grieks misein (haten) en gyne (vrouw). En ik kreeg er nog een ander woord gratis bij: gynaecofobie of angst voor vrouwen (!). Wat is het toch leuk om met woorden te spelen.

Wat ik ook vaak hoorde afgelopen jaar is dat iemand in ‘zijn eigen bubbel’ leefde, of iets van die strekking. Betekenis: leven in een eigen wereldje. Dat heb ik zelf soms ook, maar dan zeg ik gewoon dat de wereld van mij is. Net zo duidelijk!

En dit moet ik ook even kwijt. Op mijn werk zat een collega een verhaal te vertellen. Het was best leuk om naar dat verhaal te luisteren en ik verwachtte nog een vervolg op het verhaal. Maar wat gebeurt? De collega stopt met het verhaal en zegt ‘nou dat!’ Ik was een beetje verbaasd, snapte er niks van. Later hoorde ik en las ik ook op verschillende plaatsen, dat mensen deze uitdrukking wel meer gebruiken tegenwoordig, aan het einde van een verhaal: ‘nou dat, dus’ of alleen ‘nou dat!’ Als ik mag kiezen, vind ik ‘nou dat!’ het leukste. Maar echt gebruiken, nee, dat is niks voor mij. Vooruit, deze ene keer dan wel. Aan het begin en aan het eind van dit verhaal. Nou…..dat!

Vanmorgen las ik nog in een artikeltje dat een gebouw ‘op een boomscheut’ van een ander gebouw stond. Wat een prachtig woordgebruik om te zeggen dat iets op een kleine afstand van iets anders staat of ligt!

Het lukte niet echt met deze column. Goed, ik had een aantal woorden, maar ik was zelf nog niet helemaal tevreden. Gelukkig kwamen vrienden mij te hulp, afgelopen zondag bij een leuke middag bij ons thuis. Ik vertelde over mijn column en een aantal woorden dat ik al had gebruikt. Zo kwam ook ‘contextualiseren’ weer naar voren. Ik kon de betekenis niet echt achterhalen. Een van onze vrienden wel. Die kwam met de volgende uitleg: ‘om het verleden te begrijpen, moet je kunnen contextualiseren’. Naar aanleiding daarvan kwam weer het woord ‘interpretabel’ en de intentie van de NS om de dames en heren die met de trein reizen voortaan aan te spreken met ‘beste reizigers’. Ik had die ochtend op Facebook een bericht gelezen dat iemand toch liever als ‘reizigster’ aangesproken wilde worden, omdat reizigers een mannelijk woord is. Weer hulp van mijn vrienden: één van hen vond het meervoud van zowel reiziger als reizigster op ‘het net’. En wat stond daar als meervoud voor beide woorden? Juist: ‘reizigers’…… De volgende dag heb ik toch nog gekeken naar het meervoud van reizigster en er blijkt dus een vrouwelijk meervoud te zijn, namelijk ‘reizigsters’. Zo raak je gemakkelijk de (reis-) weg mee. En, als je reist, neem je zelfrijzend bakmeel mee, of doe maar zelfreizend, dat is misschien nog leuker (een bijdrage van de vrienden op zondagmiddag).

Discussiërend en verder ‘ouwehoerend’…..kwamen we ook nog op het woord ‘escaleren’, dat, vrij vertaald, betekent dat iets uit de hand loopt. Bij mijn werkgever (nee, niet Piet van deze krant….) wordt het woord in een andere betekenis gebruikt. ‘Als je het ergens niet mee eens bent, dan escaleer je het maar naar mij toe’. Ik probeer al jarenlang uit te leggen dat dit niet het juiste woord is om in die zin te gebruiken, maar helaas, het lukt me echt niet.

Het laatste mooie woord dat ik nog gehoord heb, is ‘petitionaris’, voor iemand die een petitie indient. Geweldig toch?

En wat de moraal is van dit verhaal? Nou…..dat!

P.S. En de foto bij dit verhaal? Nou….dat!

Lia van Gool



Dag Tonny…..

REALITEIT Posted on Wed, December 06, 2017 21:09:01

Dag Tonny…..

‘Is er nog nieuws?’ Met die vraag belde Tonny vaak. Zomaar, even een praatje maken. En het antwoord was regelmatig ‘nee’, omdat ik gewoon geen nieuws had.

De laatste zondag van november 2017 kwam die vraag niet van Tonny. Toen stonden er twee mensen aan de deur, die ik niet verwacht had, maar die nieuws kwamen bréngen. Vreselijk nieuws…… Ik heb gegild, gehuild, maar het verschrikkelijke nieuws werd er niet minder om: Tonny had haar sprong voor de trein niet overleefd. Toen werd ik boos op haar, echt héél erg boos. Hoe vaak had zij niet verteld, dat zij vertraging had gehad, omdat er iemand voor de trein was gesprongen. Daar was zij dan weer boos over, omdat zij dan een paar uur later thuis was. En nu had zij het zelf gedaan. Ongelooflijk en onvoorstelbaar. Maar, aan de andere kant: wat een lef heeft die vriendin van mij gehad, om zomaar te springen. En, voor zover je iets positiefs aan het geheel kunt zien: gelukkig is zij op zondagochtend om kwart over acht gesprongen: toen zaten er gelukkig nog niet zoveel mensen in de trein. Maar het trieste blijft en ook blijft de vraag: WAAROM?????

Deze column is een ode aan Tonny, of misschien ook niet helemaal. Net als het verhaal dat ik voorgelezen heb tijdens de uitvaartdienst in de Laurentiuskerk op 2 december 2017, is het een soort warboel van herinneringen die naar boven zijn komen drijven.

We hebben heel wat meegemaakt met Tonny. Het grappige is, dat Hans haar eerder kende dan mij. Een aantal jaren geleden was Hans jurylid bij het wielrennen. Hij kwam dan ook regelmatig naar Dongen voor wedstrijden. En daar kwam hij Tonny tegen in De Posthoorn, die toen nog bestond. Daar heeft Hans haar wel eens gered van een lawine broodjes die naar haar toegegooid werden…..Tonny heeft dat verhaal nog vaak tegen Hans verteld. Wielrennen was wel één van haar grote liefdes. Zij heeft een tijd gehad dat zij elk weekeinde naar een wielerwedstrijd ging kijken. En wat vond zij het geweldig toen ik een keer samen met haar naar de Draai van de Kaai ging en dat wij toen een stuk van het parcours mee konden rijden in een jurywagen, omdat Hans toen jurylid was.

Van Gend & Loos was Tonny haar grote liefde. Zij werkte daar vanaf haar zestiende, in het begin in een loods aan de Spoorlaan in Tilburg. Wat had zij het daar naar haar zin. Uiteindelijk werd ‘Van Gend’ DHL en Tonny verhuisde met haar werk naar Roosendaal en vervolgens naar Arnhem. Elke dag ging zij met de trein op en neer. ‘Ik moet morgen vroeg op’, was dan ook een gevleugelde uitdrukking, voordat Tonny naar huis ging. Zij stond ook elke dag tussen halfvijf en vijf uur op om naar haar werk te reizen. Wat heb ik daar altijd bewondering voor gehad. En wat was Tonny boos, als zij vertraging had, omdat er weer eens ‘een aanrijding met een persoon’ was. Ironisch dat Tonny ervoor heeft gekozen om net dát te doen, waar zij zelf een hekel aan had als andere mensen het deden…….

Dat ‘Van Gend’ in haar bloed zat, kon je niet ontkennen. Dat bleek ook wel toen zij een reünie ging organiseren. Het was geweldig! Bijzonder was dat Tonny haar vijftigjarig jubileum zou kunnen vieren bij één werkgever. Daar keek zij naar uit. Helaas is dat niet meer gelukt.

Soms hadden we ook een tijd dat we Tonny niet zagen. Dan leek het alsof ze ons had ingeruild tegen andere vrienden en soms voelde dat ook zo. Maar Tonny kwam, gelukkig, altijd terug. Veelal op zondagmiddag, zo tegen een uur of vijf. Als wij dan de bel hoorden, zeiden wij al tegen elkaar ‘Dat is Tonny’. Zij kwam dan ‘gewoon even buurten’, deed haar jas uit als ze al op de bank zat, die bleef dan achter haar liggen. Vaak hield zij haar tas ook nog op haar schoot. Wij moesten daar soms best wel om lachen. Als zij kwam, hoefde zij vooral niet mee te eten, want zij had al gegeten, zei ze altijd. Als wij dan toch een bord voor haar neerzetten, at zij alles wat geserveerd werd op. En zij genoot er vreselijk van!

Zij genoot ook van onze Labrador Iwan. Hij daagde haar altijd uit als Tonny bij ons kwam. Als zij binnenkwam, zei ze steevast: ‘Ha Boris’. Iwan keek dan alsof hij water zag branden, voor zover honden dat kunnen. Maar gek was die begroeting niet, gezien het feit dat wij drie honden hebben gehad die wél Boris heetten. De laatste weken van haar leven was Tonny vaak bij ons. Iwan daagde haar in die tijd niet meer uit. Hij ging lekker met zijn hoofd op Tonny d’r voeten liggen en hij vond het geweldig als Tonny, hij en ik ’s avonds nog een rondje gingen lopen.

Tonny was een familiemens. Zij vond familie heel erg belangrijk, en dat kwam ook, omdat zij zelf enig kind was. Als er iemand jarig was in de familie Nooijens of de familie Quirijnen, was Tonny van de partij. Ook ging zij met veel plezier naar de etentjes die haar familie met Kerst organiseerde. En zij heeft jarenlang heel veel aandacht besteed aan ‘tante An’, zoals zij het altijd zei. Boodschappen doen, wassen, op bezoek in De Volckaert, bijna elk weekeinde propte Tonny dat soort zaken in haar toch al drukke dagen.

Tonny kon heel erg genieten van een glaasje bier of een rood wijntje. Van de zomer, toen zij bij ons was, heb ik nog een foto gemaakt van Tonny met een flesje wijn en een glas in haar hand. Deze foto staat bij dit verhaal. Omdat wij zo gelachen hebben toen ik deze foto maakte en op Facebook zette.

Ook genoot zij ervan als zij bezoek kreeg, zoals ook deze zomer, toen Petra, Jean-Marie, Mia, Hans en ik bij haar op bezoek kwamen. Wij hebben genoten die middag. Daarover schreef ik al eerder de column ‘De ballen van Hans en de doos van Tonny’. Met plezier kijk ik op die middag terug.

Aardig gevonden worden, dat is ook iets wat Tonny graag wilde. Zij was lid van heel veel organisaties, zoals de Stichting Wielerbelang Dongen, EHBO, Rode Kruis, Dongen Durft, Werkgroep AED, Gezelligheidskoor Dongens Levenslied, Kerst Inn, FNV en misschien nog wel meer. Zij vond het belangrijk dat iedereen haar aardig vond. Organiseerde daarom ook graag allerlei zaken. Het laatste evenement dat zij mee organiseerde was de burendag in De Vennen, in september dit jaar. Wat een mooie dag had moeten worden (en het in eerste instantie ook was), werd voor Tonny later een nachtmerrie. Zij kreeg tinnitus. Volgens haar was dat te wijten aan de harde muziek op de burendag. Dat dit niet zo was, kregen wij niet uit Tonny haar hoofd gepraat. Ook hielp het niet dat specialist en huisarts haar vertelden, dat de tinnitus daar niet door gekomen was. Een andere nachtmerrie was de MRI-scan, die gemaakt werd om te kijken of er geen beschadigingen aan haar oren waren. ‘RMI-scan’, zei ze als ze belde. En ik verbeterde haar een aantal keren, totdat ik vond dat het geen zin meer had. Door die scan zou haar geheugen verminderd zijn, want dat had zij op internet gelezen. Zij vertelde op een gegeven moment dat zij niet zo goed meer kon lopen. Daar heb ik niets van gemerkt tijdens de wandelingen met onze Iwan. Dat bepaalde zaken niet kwamen door de klachten die zij de laatste tijd had, kreeg je niet uit haar hoofd gepraat. Want, zo was Tonny nu eenmaal: als zij vond dat het zo was, wás het ook zo. Zij deed ook graag haar eigen zin. Zei vaak ja en deed nee. Dat is niet vervelend bedoeld. Heel veel mensen die haar gekend hebben, herkennen dit ongetwijfeld.

De laatste weken van Tonny’s leven was zij vaak bij ons en zij mailde en belde regelmatig. Op een mail die ik naar haar stuurde, kreeg ik als antwoord: ‘Dank je wel. Heb ik nodig. Ik ben best nerveus, maar volgens de bedrijfsarts is dat mijn aard. Ik heb hem uitgelegd omdat dat komt omdat ik geen broers en zussen heb, maar wel heel vele goede vrienden als jij en Hans bij wie ik terecht kan

Dat vond hij heel fijn voor mij….’ Toen ik deze mail nog eens las, bedacht ik ineens dat Tonny af en toe heel eenzaam is geweest, ondanks alle mensen die zij kenden en bij wie zij altijd terecht kon.

Een van de laatste keren dat zij bij ons had gegeten, omhelsde zij mij en bedankte zij mij toen ze naar huis ging. Zij had die avond alleen maar bij ons gegeten en wat gedronken, niks bijzonders. Ik vond het bijzonder dat Tonny mij omhelsde, want zij was niet zo van de lichamelijke contacten. Misschien was dat een teken van afscheid? Ik zal het nooit weten.

Vorige week zaterdag hebben wij Tonny begeleid op haar laatste reis. Na de dienst zijn Hans en ik, met nog een paar anderen, achter de rouwwagen aangereden naar de Vennen. Voor het huis van Tonny zijn wij gestopt en uitgestapt. Daar hebben wij een laatste groet aan Tonny gebracht. Wat een mooi moment. Daarna zijn Hans en ik achter de rouwwagen aangereden naar het crematorium in Tilburg. Toen de auto daar voor de deur stopte, zijn wij uitgestapt en hebben Tonny een échte laatste groet gebracht. Zo hebben wij onze belofte aan de moeder van Tonny, dat wij Tonny nooit alleen zouden laten en dat wij voor haar zouden zorgen, tot aan het laatste moment waargemaakt. Wat was dat een bijzonder moment!

En wat geweldig was het, dat er zoveel mensen in de kerk aanwezig waren en daarna tijdens het koffiedrinken in De Viersprong. Zo heeft Tonny een prachtig afscheid gehad. Als zij er zelf bij was geweest, had zij beslist hiervan genoten. Nu hebben wij een glas op haar geheven.

Tot slot: Tonny vertelde dat zij een paar keer ‘de trein voorbij had laten gaan’. Zij bedoelde de trein waarin kansen zaten op een relatie. Steeds was zij net te laat om in te stappen en bleef zij op het perron staan. Afgelopen zondag miste zij de trein niet. Had zij die trein maar gemist……..

Het leven van een bijzonder mens is geëindigd. Tonny was Tonny, uniek en onvervangbaar. Wat zullen wij haar gaan missen. Als op zondagmiddag rond vijf uur de bel gaat, zullen wij nog vaak aan haar denken. Dag Tonny. Wij vergeten je nooit meer!

Lia van Gool



Next »